Leven als een astronaut in Groningen

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over mussen die naar je luisteren en moerassen waarin je gelukkig kunt zijn.

1. Ariel Dorfman: Koers Zuid, richting Noord

‘Ik zou dit eigenlijk niet moeten kunnen navertellen. Zo simpel is het: er is een dag in mijn verleden, een dag in Santiago de Chile, jaren geleden, waarop ik had moeten sterven maar niet stierf.’ Zo begint de literaire autobiografie van de Argentijns/Chileens/Amerikaanse schrijver Ariel Dorfman (1942) die niet alleen getuige was van de militaire staatsgreep van generaal Pinochet op 11 september 1973 tegen de democratisch gekozen socialistische regering van Salvador Allende, maar ook weet hoe het is om altijd op de vlucht te zijn. In 1999, bij verschijning van de Nederlandse vertaling, vertelde Dorfman dat hij Russische grootouders heeft, werd geboren in Argentinië, opgroeide in de Verenigde Staten, de middelbare school en de universiteit in Chili doorliep, en via Frankrijk en Nederland, waar hij vier jaar woonde, terugkeerde naar de VS omdat er na 1973 in Chili geen plaats was voor linkse intellectuelen.

De herdruk van Koers Zuid, richting Noord is de zestiende uitgave van de met zorg uitgegeven serie Kritische Klassieken van Uitgeverij Schokland. Het is het verslag van de staatsgreep en hoe het Dorfman daarna verging. Hoe hij heen en weer geslingerd werd tussen Noord- en Zuid-Amerika, tussen de Engelse en Spaanse taal. In het boek zoekt hij naar een verklaring waarom hij mocht blijven leven en een ander niet. Als hij later hoort dat zijn baas, de kabinetschef van Allende, hem voor de dood heeft behoed omdat toch ‘iemand moest blijven leven om het verhaal te vertellen aan de wereld’, weet hij dat hij deze ‘belofte aan de doden’ zal nakomen.

Ariel Dorfman: Koers Zuid, richting Noord. Heading South, Looking North. Vert. Sjaak Commandeur. Nawoord Max Arian. Schokland, 280 blz. € 24,-

2. André Gide: Moerassen

In de in 1895 geschreven roman Moerassen van de Franse schrijver en Nobelprijswinnaar André Gide (1869-1951) vertelt de ik-persoon, een schrijver, over zijn nieuwe boek Moerassen; over hoofdpersoon Tityrus die in een moerasachtig gebied genoegen neemt met wat hij heeft. Of en hoe de lezer vervolgens het verhaal begrijpt, is volgens Gide aan de lezer: ‘Ik wacht met het uitleggen van mijn boek tot anderen het mij uitleggen. […] En mij interesseert vooral wat ik erin heb gezegd zonder het te weten’.

Moerassen heeft mede door deze uitnodiging, vele interpretaties opgeleverd; het is een allegorisch ‘narrenspel’, een prachtige parodie op het Parijse literaire leven van de late negentiende eeuw met verwijzingen naar de literaire salons van zijn vriendin Angèle in Parijs en, zo schrijft ook vertaalster Hannie Vermeer-Pardoen in haar nawoord, het gaat niet alleen over het moeras van Tityrus maar ook over het moeras van de verteller die zich daar heel ongelukkig in voelt. En er zijn de moerassen van degenen die helemaal niet beseffen dat ze zich in een moeras bevinden.

Ook de Nederlandse dichter Martinus Nijhoff (1894-1953) maakte dankbaar gebruik van de uitnodiging tot eigen interpretatie van Paludes dat hij in 1929 vertaalde voor het literaire maandblad De Stem met de titel Moer. Literatuurwetenschapper Mathijs Sanders schreef in 2006 over deze misschien te ver gaande ‘ombuiging van de brontekst’ waarbij Parijse locaties waar Gide in het verhaal aan refereerde als ‘Le Luxembourg’, ‘le pont Solférino’ door Nijhoff veranderd werden in ‘het Vondelpark’ en ‘de Sarphatibrug’ en waar Gide toespelingen maakt op Franse schrijvers, doet Nijhoff dat op Nederlandse schrijvers. De parodie van de oorspronkelijke tekst nam Nijhoff over al mocht (of moest) die worden aangepast aan een nieuw lezerspubliek, aldus Sanders.

André Gide: Moerassen. Oorspr. titel: Paludes. Vert. Hannie Vermeer-Pardoen, Vleugels, 135 blz. € 23,95.

3. Nils Uddenberg: De oude man en de kat

De Zweedse wetenschapper en schrijver Nils Uddenberg schreef de autobiografische liefdesnovelle De oude man en de kat over een oudere man die in zijn schuurtje een zwerfkat vindt. Hij had nog zo gezegd nooit een huisdier te willen hebben omdat hij, een man van over de zeventig, niet gebonden wil zijn. Maar hij is gepensioneerd, hoeft geen artikelen meer te schrijven of te verdedigen en kan het zich dus veroorloven ‘best weekhartig en gevoelig’ te zijn.

Zijn vrouw schikt zich naar de wensen van zowel de poes als haar man en zo begint Poes haar eigen bestaan in Lund waar het echtpaar woont. Poes brengt muizen naar binnen, Uddenberg voelt er zelfs een onder zijn broek naar boven klimmen en steeds proberen zijn vrouw en hij de muizen uit de bek van Poes te redden.

Eén ding weet Uddenberg zo goed als zeker en dat is dat hun Poes afstamt van de Afrikaanse wilde kat. Hij zag het schuwe nachtdier eens in het Krugerpark in Zuid-Afrika en Poes leek zoveel op het wilde dier (vooral de donkere strepen tussen de oren) dat er geen twijfel over kan bestaan dat Poes dezelfde soort is. Zo zullen er op de Veluwe over enkele decennia hondenbezitters zijn die overeenkomsten zien met de wolven en hun jongen die nu al vrij over de Veluwe lopen. Dezelfde voorouders maar de wolf bleef wild en de hond werd tam. Net als Poes dus. Een tikkeltje wild, maar tam als zij op het hoofdkussen van de schrijver rust.

Nils Uddenberg: De oude man en de kat. Oorspr. titel: Gubbe och katt. Vert. Elena van der Heijden en Wiveca Jongeneel. Balans, 175 blz. € 10,-

4. Eva Rovers: De rebelse held

In De rebelse held schrijft Eva Rovers een aantal denkbeeldige brieven, vlugschriften, aan de man die vijftig jaar geleden een oplossing had voor ieder probleem: uitvinder, denker, en visionair ontwerper Richard Buckminster Fuller (1895-1983). Naast zwevende auto’s, zelfvoorzienende huizen en geodetische koepels bedacht hij al in 1951 de metafoor ‘Ruimteschip Aarde’. Hij vergeleek onze planeet met een ruimteschip waarin we alleen kunnen overleven met het materiaal dat we aan boord hebben. Daartoe behoort ook het besef dat overleven alleen kan als iedereen meedoet. ‘Wat denk je, Bucky? Stevent Ruimteschip Aarde af op een crash?’, schrijft Rovers en citeert Bucky dan uit zijn eigen werk om tot een eventuele oplossing te komen met zijn vooruitziende blik.

Rovers werd gevraagd ter gelegenheid van het 405-jarig bestaan van de Rijksuniversiteit Groningen een tentoonstelling samen te stellen met voorwerpen uit het depot van het universiteitsmuseum. Haar brievenboek vol gedachtewisselingen met ‘Bucky’ verschijnt bij de tentoonstelling Ruimteschip Aarde die je naar de aarde laat kijken door de ogen van een astronaut. Want bijna alle astronauten, zo schrijft Rovers, keren terug met een gevoel van verbondenheid met de aarde en alles wat daarop leeft. ‘Dat gevoel uit zich niet in spiriwiri-zweverigheid, maar in reële zorg.’

Daarom stuurde een groep vooraanstaande astronauten in 2015 met Call to earth een hartenkreet naar Parijs waar wereldleiders bijeen waren om het klimaatakkoord op te stellen. Luister naar de astronaut, kijk door de ogen van een astronaut, wees een astronaut, lijkt Rovers te willen zeggen met boek en tentoonstelling.

In de deze week uitgekomen documentaire ‘Apollo 11’ zijn spectaculaire beelden te zien van de eerste maanlanding op 16 juli 1969.

Eva Rovers: De rebelse held. Vlugschriften uit de wonderkamers van de wetenschap. Prometheus, 124 blz. € 19,99

5. Kristien Dieltiens: Theo en de mussen

De Vlaamse (jeugd)auteur Kristien Dieltiens schreef een portret van haar uit het oog verloren jeugdvriend Theo de straatmuzikant. De bijna zeventigjarige man is verstoten door zijn familie omdat hij niet langer wilde meewerken in het volgens hem corrupte familiebedrijf.

De mussen zijn zijn dankbare publiek omdat zij wachten op een kruimel. Theo is gesommeerd zich om 18 uur te melden in de winkel van bokser Aziz (‘Een kut-Marokkaan. Ik haat hem. Zulke mensen dulden geen tegenspraak. Als ik niet kwam, zou hij terugkomen. Ik was zijn lam.’) en omdat hij voor zijn leven vreest vertelt hij de mussen zijn levensverhaal.

Theo en de mussen is geschreven voor de serie Wablieft: boeken voor tieners en volwassenen zonder moeilijke woorden of al te lange zinnen. Dieltiens besluit haar verhaal met de oproep: ‘Als je Theo ziet spelen in Antwerpen, luister dan even naar zijn lied. Een euro is welkom’. Zo’n kut-Marokkaan bleek Aziz namelijk niet te zijn waardoor Theo zijn racistische gedachten heeft moeten bijstellen.

Kristien Dieltiens: Theo en de mussen. Vrijdag, 80 blz. € 9,99

6. Jana Arns en Roel Richelieu Van Londersele: De grote inkijk

De bloemlezing De grote inkijk is een verzameling van Vlaamse poëzie uitgegeven bij de nieuwe Vlaamse poëzie-uitgeverij De Zeef. Aan ‘60+1’ dichters werd gevraagd vijf gedichten in te sturen waarna samenstellers Jana Arns en Roel Richelieu Van Londersele er drie per dichter uitkozen. Criteria voor hun keuze waren er nauwelijks: de gedichten mochten niet (te) hermetisch zijn (‘waarop zelfs de geoefende poëzielezer zijn tanden stukbijt’), maar ook niet te oppervlakkig. Een gedicht mag gerust het podium halen, maar moet ook overeind blijven in bed, onder de nachtlamp, aldus de samenstellers. Gedichten van onder anderen Pieter Holvoet-Hanssen, Sylvie Marie en Max Greyson.

Jana Arns en Roel Richelieu Van Londersele: De grote inkijk. Uitgeverij P (voor uitgeverij De Zeef), 208 blz. € 19,95