Recensie

Recensie Film

Klimaatcrisis: de lente komt eerder

De film Ága van de Bulgaarse regisseur Milko Lazarov, toont de klimaatcrisis in Jakoetië, een van de koudste plekken ter wereld.

Er zal maar weinig mensen die foto zijn ontgaan van de Deense klimaatwetenschapper Steffen Olsen waarop hij eerder deze maand vastlegde hoe hij met zijn sledehonden in Groenland een smeltende ijsvlakte overtrok. Alsof ze op azuurblauw water liepen.

De film Ága van de Bulgaarse regisseur Milko Lazarov zou je daar naadloos tussen kunnen monteren. Ága vertelt dat verhaal namelijk vanuit het perspectief van een echtpaar op leeftijd in Jakoetië, een van de koudste plekken ter wereld waar de gevolgen van de klimaatverandering langzaam zichtbaar worden. Dat gebeurt niet alarmistisch, maar minimalistisch en subtiel.

De cinematografie speelt daar een bijzondere rol in: de kaders zijn vanzelfsprekend wijd, maar het isolement van die uitgestrektheid wordt beklemtoond door de horizon laag te houden. De veranderingen komen niet uit de aarde, maar uit de lucht. Een vliegtuig doorkruist het blauw. Een spiegel, een vooruitschaduwing van hoe eens dat sneeuwlandschap eruit zal zien.

De oude Nanook en zijn vrouw Sedna leven geïsoleerd in die immense leegte. Ze zijn al bijna de laatste twee mensen op aarde. Ze communiceren via hun dagelijkse handelingen: vis vangen, een konijn villen, en zich voorbereiden op de rendierjacht. Al lijkt het erop dat ook het laatste rendier sinds lang uit de streek is verdwenen. Kleine tekenen dat er dingen aan het veranderen zijn.

Net als die andere observatie: de lente komt eerder. Woorden waarachter werelden schuilgaan. Als ze spreken zijn het liederen van vroeger. Ága is een meditatieve, bijna elegische film. Pas aan het einde als de camera uitzoomt en we ons de effecten van mijnbouw op het landschap realiseren, zien we het grotere beeld. Ook dat hoort bij die foto van Olsen.