Kanker in Nederland stijgt absoluut, maar daalt relatief

Epidemiologie Het aantal mensen dat kanker krijgt, blijft toenemen, maar het relatieve aantal diagnoses stijgt niet meer.

Man krijgt chemotherapie via een infuus op zijn borst.
Man krijgt chemotherapie via een infuus op zijn borst. Foto iStock

In dertig jaar tijd is het jaarlijks aantal diagnoses van kanker in Nederland verdubbeld, tot meer dan 111.500 in 2017. Maar als rekening gehouden wordt met de bevolkingsopbouw (er zijn steeds meer ouderen in Nederland, die ook steeds langer leven) blijkt dat de incidentie van kanker (het aantal nieuwe diagnoses per hoofd van de bevolking) sinds 2011 niet meer stijgt. „Het omslagpunt is bereikt, maar we zijn er nog niet”, zegt klinisch epidemioloog Sabine Siesling van de Universiteit Twente en het Integraal Kankercentrum Nederland. „Er gaan nog steeds heel veel mensen dood aan kanker.”

Samen met negen andere wetenschappers heeft Siesling een analyse gemaakt van dertig jaar kankerbestrijding in Nederland. De resultaten werden deze week gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Kanker heeft een toenemende impact op de bevolking, schrijven ze. Sinds 2008 is het doodsoorzaak nummer één in Nederland.

In 2017 overleden er 45.000 Nederlanders aan kanker, tegenover 35.000 in 1989. Maar gecorrigeerd voor de ouder wordende bevolking daalde de sterfte aan kanker van 234 naar 169 per 100.000 inwoners.

Spectaculaire daling

Dat is met name te danken aan een spectaculaire daling van longkankersterfte bij mannen. „We zien in de incidentie van longkanker de reflectie van het rookgedrag van tien, twintig jaar geleden”, zegt Siesling. „In de laatste decennia zijn veel mannen gestopt of minder gaan roken.”

Bij vrouwen neemt de sterfte aan longkanker juist fors toe, omdat ze meer zijn gaan roken en later dan mannen begonnen met ‘ontroken’. Andere soorten kanker die verband houden met roken, zoals slokdarm- en blaaskanker, laten bij mannen een daling zien, maar komen bij vrouwen juist steeds vaker voor. Omdat het aantal vrouwen dat rookt vanaf 2001 daalt, is te verwachten dat die incidentie bij hen ook gaat dalen.

De forse toename in borst- en darmkanker is deels te verklaren door betere opsporing: voor beide bestaat een bevolkingsonderzoek. Daarnaast is de toename van prostaatkanker volledig te verklaren door veranderingen in de diagnostiek bij prostaatklachten.

Betere diagnostiek

De diagnose huidkanker is ook flink toegenomen en dat baart Siesling wel zorgen. „Maar gelukkig zie ik ook de bewustwording groeien dat overmatige blootstelling van de huid aan zonlicht huidkanker kan veroorzaken. Scholen hameren erop dat kinderen ingesmeerd moeten worden, en zonnebrandcrème van factor 50 is niet zo gek meer. Toch denk ik dat op het gebied van huidkanker nog wel meer winst te behalen is.”

Dat de diagnostiek van kanker in de loop der jaren sterk verbeterd is, wordt onder meer zichtbaar in de daling van kanker waarvan niet bekend is waar precies de tumor is ontstaan. Verbeterde diagnostiek maakt vaak ook een betere behandeling mogelijk, zegt Siesling: „In het geval van borstkanker, bijvoorbeeld, kunnen uitzaaiingen tegenwoordig beter worden opgespoord, waardoor de patiënt een beter toegespitste behandeling krijgt.”

De overleving van kankerpatiënten is toegenomen, maar vaak is het lastig te onderscheiden of dat komt door betere behandeling of door het eerder ontdekken van de ziekte. Effectievere medicijnen en verbeterde operatie- en bestralingstechnieken hebben wel zichtbaar resultaat gehad bij bloedkanker en kanker aan de slokdarm, nieren of de dikke darm. „Vroege opsporing en nieuwe medicijnen brengen verbetering, maar preventie blijft belangrijk”, concludeert Siesling.