‘Jonkie’ Curaçao zet eiland op z’n kop

Curaçao Curaçao heeft de kwartfinale van de Gold Cup bereikt. Een enorme mijlpaal voor de nog jonge voetbalnatie.

De spelers van Curaçao storten zich op doelpuntenmaker Juriën Gaari na zijn goal tegen Jamaica (1-1).
De spelers van Curaçao storten zich op doelpuntenmaker Juriën Gaari na zijn goal tegen Jamaica (1-1). Foto Etienne Laurent / EPA

Uitzinnig van vreugde doken de voetballers van Curaçao dinsdagnacht bovenop rechtsback Juriën Gaari. Op het veld van het Banc of California Stadium in Los Angeles onstond een kluwen van feestende spelers. Gaari, geboren in Kerkade en speler van RKC Waalwijk, had de nationale ploeg van Curaçao zojuist met een streep in de rechterbovenhoek een punt bezorgd tegen Jamaica.

Dat punt bleek twee uur later genoeg voor een plaats in de kwartfinale van de Gold Cup, het kampioenschap van Noord- en Midden-Amerika en de Caraïben. In hetzelfde stadion won Honduras van El Salvador, waardoor Curaçao tweede werd in de poule. Voor het eerst in de, nog korte, voetbalgeschiedenis van het Caribische eiland is de kwartfinale van een groot toernooi bereikt.

Het verhaal van Curaçao begon bijna negen jaar geleden, op 29 oktober 2010, met een vriendschappelijke interland tegen Aruba. Voorheen mochten Curaçaose voetballers enkel uitkomen voor het Nederlands-Antilliaans voetbalelftal. Door de ontbinding van de Antillen eerder dat jaar, verwierf Curaçao het recht op een eigen nationale ploeg. Aruba had dat al sinds 1934. Toch wonnen de Curaçaoënaren met 3-0 van het buureiland.

Rommelig begin

Angelo Cijntje (38), ex-prof van onder meer SC Veendam, was in die beginfase aanvoerder van de nationale ploeg. Hij herinnert zich die tijd als rommelig. „De omstandigheden waren niet bepaald professioneel. Vervoer en verblijf waren vaak matig geregeld. Het niveau was door de mix van profs uit Nederland en semi-profs uit Curaçao vrij laag. Niet iedereen nam het voetbal even serieus en we trainden sporadisch samen.”

Dat veranderde in 2015, toen Patrick Kluivert bondscoach werd. „We geloofden onze oren niet toen dat bekend werd”, vertelt Rihairo Meulens (31). Tussen 2011 en 2015 speelde hij tien interlands voor Curaçao. „Vanaf dat moment werden er steeds vaker grote namen uit de Nederlandse competitie opgeroepen. Daardoor steeg het niveau.”

De stijgende lijn werd doorgezet onder de huidige bondscoach Remko Bicentini en dat resulteerde in de eindzege bij de Caribbean Cup in 2017, het toernooi van de Caribische Voetbal Unie. Daardoor kwalificeerde Curaçao zich automatisch voor de Gold Cup van 2017.

Orkaan van geluid

Met drie nederlagen en zonder ook maar één doelpunt te maken werd dat toernooi geen succes. Dat is dit jaar wel anders, ziet ook Cali Manuel (63). Voor de Curaçaose omroep Direct volgt hij het nationale team op de voet. „Deze prestatie hadden maar weinig mensen verwacht”, vertelt hij. „Maar het leeft enorm op het eiland.”

Tijdens de wedstrijd tegen Jamaica was er geen kip op straat in Willemstad, zegt Manuel. De Curaçaoënaren zaten aan de buis gekluisterd. „Toen het laatste fluitsignaal klonk, ontstond er een orkaan van geluid op Curaçao.”

Dat de nationale ploeg van Curaçao inmiddels volledig bestaat uit spelers die hun brood verdienen in een Europese competitie, maakt de supporters niets uit. Manuel: „Vroeger werd er wel eens geklaagd over het gebrek aan lokale spelers in het nationale team. Tegenwoordig ziet iedereen in dat de Nederlands-Curaçaose voetballers gewoon beter zijn. Door het succes hopen we dat er in de toekomst nog meer van hen voor ons kiezen.”

Curaçao speelt maandag in de kwartfinale tegen de Verenigde Staten, zesvoudig winnaar van de Gold Cup. De Amerikanen zijn ook houder van de Cup.