In een eeuw van zeelui naar toeristen

Spido Rederij Spido bestaat 100 jaar. De rondvaart heeft een bedaagd imago, maar het bedrijf dat begon als passagiersdienst (50 cent per ritje) groeit.

Het promenadedek van Spido’s vlaggenschip de Erasmus, ca. 1960. Foto Spido
Het promenadedek van Spido’s vlaggenschip de Erasmus, ca. 1960. Foto Spido

Een bericht op de voorpagina van de Nieuwe Rotterdamsche Courant – een van de voorlopers van NRC – van vrijdag 24 januari 1919 maakt gewag van de oprichting van een passagiersdienst „voor het afhalen van passagiers en schepelingen van in de haven, in hoofdzaak aan de boeien en palen liggende schepen, welke dienst op geregelde tijdstippen zal varen”.

De krant schreef dat er bijna 30 motor- en stoomschepen beschikbaar waren om de volgende maandag, „voorloopig op beperkte schaal”, te beginnen met heen- en weerdiensten binnen het gebied tussen Kralingscheveer-Schiedam, inbegrepen Waal-, Maas- en Rijnhaven.

Er waren diensten op vaste tijdstippen overdag en ’s nachts. Daarbuiten hielden de schippers van de Spido – zo heette de nieuwe dienst – scherp in de gaten welke schepen in de Rotterdamse haven de seinvlag E uit het internationale seinboek voerden, een rood-wit-blauwe wimpel, die aangaf dat ze passagiers en bemanning aan boord hadden die wel weer eens vaste wal onder hun voeten wilden voelen. In het donker diende een groene lantaren hetzelfde doel. In de nachtelijke uren werden vooral beschonken zeelieden en prostituees vervoerd. Voor een ritje betaalde je ongeveer 50 cent.

Honderd jaar en enkele maanden later zit ik tegenover Lieuwe Ferwerda, corporate captain van de Spido, aan de koffie aan boord van de in 1995 gebouwde Marco Polo, een van de moderne schepen die het jubilerende bedrijf in de vaart heeft. Ferwerda draagt een wit overhemd met imposante epauletten (vier strepen). Het is nog vroeg in de ochtend, de meeste toeristen die de haven van Rotterdam met eigen ogen willen zien, zitten waarschijnlijk nog aan wal te ontbijten. Als we na een vaartochtje van een uur en een kwartier aanleggen aan het Willemsplein, staat de steiger vol. Aan boord zijn punten appeltaart ingedekt voor een groep die iets te vieren heeft.

In 1952 werd de Prinsesseplaat, hier met op de achtergrond een passagierschip aan de Wilhelminapier, ingezet als rondvaartboot. Foto Spido

Rondvaarten door de haven en cruises naar verder weg gelegen attracties zijn sinds 1986 de raison d’être van de Spido. Vanaf eind jaren zeventig kwam de klad in het vervoer van zeelieden van en naar hun schepen, die immers in toenemende mate in de naar het westen verschuivende containershavens werden afgehandeld.

„Toen ik in 1974 in dienst kwam”, zegt Ferwerda, „voeren we nog met kleine dienstboten tussen de schepen in de haven en de stad. Op een van die boten ben ik begonnen. Het was een leuke tijd, een ander leven, al die passagierende zeelieden, maar het liep toen al een beetje af. Van lieverlee moest het stukgoed plaatsmaken voor de containers.”

Dat had D.G. (Daniel George) van Beuningen natuurlijk niet kunnen voorzien toen hij in 1919 de Spido oprichtte. Hij maakte fortuin in de kolenhandel. Dankzij zijn strategisch inzicht werd de Steenkolen Handels Vereeniging (SHV) „het best georganiseerde internationale kolentransportbedrijf van Europa”, lezen we in het jubileumboek Venster op de Rotterdamse haven. Honderd jaar Spido van Evy van Ast.

Het leek Van Beuningen – die later zijn naam ook zou verbinden aan Museum Boijmans – een goed plan om zijn imperium van kolenhandelsbedrijven, sleepdiensten, werven en rederijen uit te breiden met een scheepsdienst ten behoeve van schepelingen. Hij dacht aan een ‘tramlijn-te-water’ en loerde naar een gelegenheid om deze op te tuigen. Die gelegenheid deed zich voor toen de Roeiers Vereening Eendracht – daartoe gedwongen door de economische gevolgen van de Eerste Wereldoorlog – haar stoomboten van de hand moest doen. Dit waren de „bijna 30 motor- en stoomboten” waar de NRC op zijn voorpagina van 24 januari 1919 over schreef, Van Beuningen verwierf ze voor een koopje.

Zeven jaar eerder had de havenbaron al een flinke slag geslagen toen hij het hele bedrijf van Piet Smit jr. overnam, waardoor een flinke vloot van sleepboten onder zijn beheer kwam. Aan het telegramadres van de Nederlandse Stoomsleepdienst v/h Piet Smit jr. ontleende Van Beuningen de naam van zijn nieuwste dochteronderneming Spido. Sinds 2006 is het bedrijf eigendom van voormalig accountant Leo Blok (1949), die de afgelopen jaren miljoenen investeerde in de vloot en in marketing. Hij zag het aantal verkochte tickets flink toenemen. Jaarlijks maken zo’n 600.000 mensen een vaartochtje op een van de Spido-schepen.

Van de eeuw die de Spido bestaat, is Lieuwe Ferwerda 45 jaar in dienst. We varen de Waalhaven in en draaien halverwege. Vanuit onzichtbare luidsprekers zegt een vrouwenstem waar we op moeten letten. „Ja, 45 jaar…”, zegt Ferwerda, alsof hij het zich nog niet had gerealiseerd, druk als hij is met zijn verantwoordelijkheid voor alle nautisch-technische zaken. In walrussentaal betekent het dat het zijn pakkie-an is dat de schepen varen en dat de veiligheid is gegarandeerd. Hij is ook betrokken bij de bouw van het nieuwe schip dat dit jaar in de vaart komt en dat zich nu nog laat aanduiden als Project 491. De basis is gelegd bij werf De Hoop in Lobith, het schip wordt afgebouwd in Schiedam.

Ferwerda’s vader had een bevrachtingskantoor in de schippersbeurs met vier eigen schepen, dus het was niet gek dat Lieuwe, toen hij op zijn zeventiende klaar was op het Libanon Lyceum, wilde varen. „Het zit in de genen”, zegt hij nu. „Maar ik heb nooit de neiging gehad om naar een baan buiten de Spido te kijken. Het is misschien ouderwets om zolang bij een bedrijf te blijven. Voor mij is werken bij de Spido meer dan een rondje varen.”

Toch kiest hij twee keer per jaar het ruime sop: in de vakanties gaat hij met zijn vrouw op cruise.

Evy van Ast: Venster op de Rotterdamse haven. Honderd jaar Spido. Stad en Bedrijf, 136 blz. Spido.nl