Dit is het wespennest waarin Nederlandse troepen terecht zouden komen

Noordoost Syrië Nederlandse inmenging in de troebele regio kan in strijd zijn met het volkenrecht. De Nederlandse Syrië-gangers in de kampen vormen nog een extra complicatie.

De Syrische stad Raqqa na de gevechten FOTO Aboud Hamam/Reuters
De Syrische stad Raqqa na de gevechten FOTO Aboud Hamam/Reuters

De propagandamuur is het eerste wat de bezoeker ziet nadat hij de Tigrisrivier is overgestoken van Irak naar Koerdisch gebied in Syrië. Onder de noemer ‘Erdogan and ISIS in Karikator’ hebben de Syrische Koerden er karikaturen verzameld die de Turkse president ervan beschuldigen een bondgenoot te zijn van IS. Tenslotte was het Turkije dat al die buitenlandse jihadisten naar Syrië doorliet.

Eén van de illustraties is de voorpagina van De Telegraaf ten tijde van de Ebru Umar-affaire, met een karikatuur van Erdogan die Europa vertrapt.

De muur laat zien in welk wespennest Nederlandse soldaten mogelijk terechtkomen als het kabinet ingaat op de Amerikaanse vraag om troepen naar Noordoost-Syrië te sturen. Want buurland Turkije beschouwt juist de Syrische Koerden van de YPG als terroristen. Dit vanwege hun banden met de PKK, de Turks-Koerdische afscheidingsbeweging die ook door de EU als een terreurorganisatie wordt bestempeld.

Propagandamuur op Koerdisch gebied in Syrië met karikaturen van de Turkse president Erdogan.

Foto Gert Van Langendonck

Washington vraagt andere landen om bij te springen, om te voorkomen dat IS in Noordoost-Syrië opnieuw voet aan de grond krijgt. Dit terwijl het zelf zijn aanwezigheid afbouwt. De vraag is niet onredelijk. De Amerikanen hebben het leeuwendeel geleverd in de strijd tegen IS en willen nu dat de Europeanen hun steentje bijdragen. Alleen staan de Europese landen niet te trappelen om dat te doen.

Daar zijn goede redenen voor. In de eerste plaats is er de vraag of er een mandaat bestaat voor zo’n operatie. Ambassadeur van de VS in Den Haag Pete Hoekstra claimde donderdag in de Volkskrant dat de bestaande Resolutie 2254 van de Veiligheidsraad volstaat. Die stelt onder meer dat lidstaten alles moeten doen om IS uit te roeien in Irak en Syrië. Of dat mandaat volstaat voor een langdurige troepenaanwezigheid om een eventuele terugkeer van IS te voorkomen is evenwel onduidelijk. Rusland zal niet nalaten om erop te wijzen dat zij op uitnodiging van de regering in Damascus in Syrië zijn, terwijl de Amerikanen, en daarmee ook de Nederlanders, er ongewenste gasten zijn.

De dreiging van IS is veel minder acuut dan nog maar een jaar geleden. Maar hoewel ze geen eigen territorium meer controleert, probeert de beweging haar strijd ondergronds voort te zetten, zij het vooralsnog meer in Irak dan in Syrië. Na afloop van een bijeenkomst van de landen in de coalitie tegen IS, deze week in Parijs, drukten de deelnemers echter hun bezorgdheid uit over een recente toename van IS-aanslagen in Syrië en Irak. „Dit is een grote zorg voor de hele coalitie”, aldus een gezamenlijke mededeling, „omdat het de militaire verwezenlijkingen en de stabiliteit die nodig is voor herstel in gevaar brengt.”

De autoriteit waarmee de Nederlanders in Noordoost-Syrië zouden samenwerken, is de Autonome Administratie van Noordoost-Syrië, in de volksmond vaak Rojava (‘westelijk’ in het Koerdisch) genoemd. Die wordt echter door niemand erkend, en juist dat feit is door Nederland vaak aangehaald als reden dat de Nederlandse IS-gezinnen in de kampen daar niet teruggehaald kunnen worden. Als het kabinet ingaat op de vraag om soldaten te sturen, wordt het moeilijk dat argument vol te houden.

Vrouwen en kinderen

Een van de taken die de Amerikanen willen overdragen, is de verantwoordelijkheid voor de kampen waar tienduizenden vrouwen en kinderen van IS-strijders worden vastgehouden. In de praktijk zijn het de Syrische Koerden die voor de bewaking instaan. Maar die bewaking staat of valt met het dreigement van de Amerikaanse militaire aanwezigheid. De Koerden hebben herhaaldelijk gewaarschuwd dat zij in hun eentje machteloos zouden staan als de meer dan 70.000 gevangenen in kamp Al-Hol op een dag een massale ontsnappingspoging zouden doen.

Als Nederland die taak gedeeltelijk overneemt, ontstaat een rare situatie. Nederlandse soldaten zouden dan mede instaan voor de bewaking van Nederlandse staatsburgers waarvan velen in Nederland zijn veroordeeld – maar die Nederland niet terug wil. Een soort Nederlands Guantánamo dus. Voor de VS speelt dat probleem minder: er zijn relatief weinig Amerikaanse IS-strijders, en anders dan Nederland hebben de VS al wel volwassen onderdanen gerepatrieerd.

Lees ook deze reportage uit het Syrische kamp Al-Hol: In het kamp voor IS-families is de sfeer grimmig

Behalve de dreiging van IS-aanslagen is ook de interne politieke situatie ingewikkeld. De facto is het de SDF die het voor het zeggen heeft in het gebied waar Nederlandse soldaten terecht zouden komen. Dat is een militie die door de VS in het leven geroepen is om tegen IS te vechten. De SDF bestaat uit Koerdische en Arabische strijders, maar iedereen weet dat het de YPG is die het er voor het zeggen heeft.

De SDF, en daarmee ook de YPG, heeft een hoge prijs betaald in de strijd tegen IS. Naar eigen zeggen zijn 11.000 SDF-strijders gesneuveld en raakten 21.000 gewond. Maar naarmate de strijd tegen IS vorderde, heeft de SDF wel steeds meer terrein veroverd waar niet de Koerden maar sunnitische Arabieren in de meerderheid zijn. Met name in Raqqa, een overwegend Arabische stad, is er grote onvrede over de Koerdische dominantie. Amnesty International heeft de SDF ervan beschuldigd dat het oorlogsmisdaden heeft gepleegd door huizen en dorpjes met de grond gelijk te maken om de Arabische bewoners te verjagen.

De Syrische Koerden hebben ook een ambivalente relatie met het regime in Damascus. Toen de opstand tegen Bashar al-Assad in 2011 begon, gingen ook de Koerden de straat op. Maar in 2012 trokken de regeringstroepen zich grotendeels terug uit Koerdisch gebied, het gevolg van een ongeschreven overeenkomst waarbij de Koerden autonomie werd gegund op voorwaarde dat zij zich niet aansloten bij de bredere, sunnitische opstand.

Nadat president Trump begin dit jaar de terugtrekking van de troepen uit Noordoost-Syrië beval, hebben de Koerden opnieuw gesprekken aangeknoopt met Damascus. De Koerden weten dat zij zonder Amerikaanse steun een makkelijke prooi zijn. Zij mikten daarom op een deal waarbij de Syrische regeringstroepen zouden terugkeren in Koerdisch gebied, in ruil voor het behoud van een zekere politieke autonomie. Die gesprekken hebben nooit iets concreets opgeleverd.

Bufferzone

Het grootste struikelblok blijft evenwel Turkije. President Erdogan beschouwt de aanwezigheid van een gewapende Koerdische militie aan zijn zuidgrens als een bedreiging voor Turkije. Erdogan wil een bufferzone tussen Turkije en de Koerden, en hij dreigt er regelmatig mee om daar zelf met militaire middelen voor te zorgen.

Vorig jaar veroverde Turkije met de hulp van door Turkije gesteunde Syrische rebellen de stad Afrin op de Koerden. De Turkse opmars werd toen gestopt middels een akkoord over Manbij, waar Turken en Amerikanen nu gezamenlijke patrouilles uitvoeren. Maar Erdogan heeft deze week nog gezegd dat de Amerikanen hun beloftes niet zijn nagekomen in Manbij. Erdogan wil dat de YPG zich terugtrekt ten oosten van de Eufraatrivier.

Als Europese landen het in Noordoost-Syrië overnemen van de Amerikanen, wordt de situatie er mogelijk nog gecompliceerder op. De Europese landen hebben immers een groter belang bij een goede relatie met Turkije dan de Amerikanen – dit omwille van de Turkije-deal waarmee Erdogan in 2016 de vluchtelingenstroom naar Europa hielp indammen.

Correctie (28 juni 2019): De achternaam van Ebru Umar werd hierboven eerder abusivelijk als ‘Omar’ geschreven. Dat is aangepast.