Opinie

    • Tom-Jan Meeus

De schoonheid in alle traagheid kunnen zien

Tom-Jan Meeus

Stoere taal over democratie doet het altijd goed. In gelul kan je niet wonen. Niet aftreden maar optreden. Democratie is niet voor bange mensen. Toch is de werkelijkheid van democratie vaak minder heldhaftig: een praktijk van taaie traagheid en handige procedurele omweggetjes.

Neem de discussie over de Eerste Kamer. Zes jaar terug had de coalitie, toen al geleid door de VVD, helemaal tabak van dit instituut. De onvrede liep zo hoog op dat Halbe Zijlstra, voorzitter van de VVD-fractie, in De Telegraaf zinspeelde op afschaffing.

De Eerste Kamer moest in zijn ogen primair tegengaan dat wetgeving onbekookt en onzorgvuldig wordt ingevoerd, maar volgens hem was het verworden tot primair een politiek lichaam. Senatoren toetsten niet op kwaliteit maar op wenselijkheid van wetgeving, klaagde hij, en „dan heeft de Eerste Kamer geen toegevoegde waarde”.

Ophef volgde. Een VVD’er in opstand tegen de senaat – ongekend. In reactie stelde de VVD in de Eerste Kamer een staatscommissie voor die „het functioneren van het parlementaire stelsel” moest onderzoeken. De Tweede Kamer werd bij het overleg betrokken, een oefening in geduld, en voorjaar 2017 ging oud-vicepremier Johan Remkes, ook VVD, eindelijk als voorzitter aan de slag.

Hij begon ontnuchterend. Hij was nooit in deze commissie gaan zitten, zei Remkes, als die alleen zou draaien om het voorbestaan van de Eerste Kamer. Zo hadden de Kamers, vier jaar na Zijlstra’s kritiek, een staatscommissie gevormd die zich niet zou focussen op de bron van alle ophef. Met procedurele handigheid was de eerdere stoere taal uitgewist.

Eind vorig jaar bracht de commissie-Remkes haar eindrapport uit – een veelheid aan interessante en creatieve ideeën voor een vernieuwde democratie. Over de rol van de senaat ging het weinig (25 van de 378 pagina’s); en geen woord over zijn eventuele afschaffing. De coalitie broedde een half jaar op een reactie, die woensdag kwam.

Daarin keert het kabinet terug bij het begin van de discussie: het stelt voor – onder veel meer – de Eerste Kamer te kiezen zoals dit tot 1983 gebeurde, elke drie jaar voor de helft, zodat de senaat op grotere afstand van de actuele politiek blijft. Geen gekke gedachte: in bijvoorbeeld de VS wordt de senaat elke twee jaar voor eenderde ververst.

En zo zijn we, zes jaar na alle ophef, na een lange omweg terug bij de discussie die het kabinet in 2013 al wilde. Je kunt zeggen: wat een hopeloze slakkengang. Je kunt ook denken: alleen wie schoonheid in al deze traagheid ziet, wie de kracht van de kleine stapjes onderkent, zal echt iets kunnen bereiken in de democratie.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.