De mannenmode wordt licht, vrolijk en sexy

Modeweek Tijdens de mannenmodeweek in Parijs waren de merken eensgezind. Al viel ook een heel andere stijl in de smaak.

De show van Dior tijdens de mannenmodeweek van Parijs.
De show van Dior tijdens de mannenmodeweek van Parijs. Foto Brett Llyod

De show was in een voorstad van Parijs, maar zelfs na een lange modedag de moeite van de reis waard. De collectie voor voorjaar 2020 was de eerste waaraan Raf Simons fulltime had kunnen werken sinds zijn ontslag bij Calvin Klein vorig jaar, waar zijn collecties niet het verkoopsucces werden waar het huis op had gehoopt. Ook in zijn collecties voor het Amerikaanse huis klonk al kritiek door op de VS – een collectie had American Psycho als thema, het omstreden boek van Bret Easton Ellis – maar nu liet hij zijn onvrede de vrije loop. „Corporate America, fascist America”, klinkt het op de soundtrack. En op T-shirts stonden teksten als Stone(e)d America en My Own Private Antwerp.

Simons’ show viel vooral op door de krachtige outfits, samengesteld uit laboratoriumjassen of van achter openhangende jurken die leken op de hessen die patiënten dragen als ze operatie ingaan met hybrides van shorts en rokken. Geen alledaagse kledingstukken, zeker niet voor mannen, maar overtuigend neergezet.

Na afloop keek een Amerikaanse bezoeker naar de met zwart plastic beklede kantoorstoelen waarop het publiek had gezeten. „Al dat plastic gaat nu de prullenbak in.”

Lila tapijt

Als we ervan uitgaan dat dat zo was – en het zal wel dan ook het geval zijn geweest voor het lila tapijt – dan is het natuurlijk verwaarloosbaar vergeleken bij de vervuiling die de modewereld veroorzaakt door bijvoorbeeld de (over)productie van de vele collecties. Maar plasticgebruik is iets dat tegenwoordig wordt opgemerkt, zoals er ook vragen worden gesteld bij de rijke decors van grote modehuizen als bijvoorbeeld Dior – ditmaal een installatie van kunstenaar Daniel Arsham. Zijn beelden in de vorm van ‘vergane’ letters van het merk stonden in een landschap van roze zand. Waarbij er gemakshalve wordt verondersteld dat de speciaal voor de mannenmodeshow opgetrokken tent geen wegwerpproduct was. Duurzaamheid is meer en meer een thema in de mode, en een show dient voor veel meer dan alleen het laten zien van een nieuwe collectie – het gaat ook om het imago van het merk.

V.l.n.r.: Raf Simons, Dior en Louis Vuitton.

In dat opzicht was het slim dat veel andere grote modehuizen gebruikmaakten van bestaande locaties en materiaal. Zoals Louis Vuitton, dat op een pleintje in de buurt van de Seine terrasstoelen- en tafels had neergezet, al valt te vrezen dat het rode springkussen met logo na de show geen lang leven meer beschoren is. Goede achtergrond voor Virgil Ablohs derde collectie voor het huis, die een zachtmoedige en hier en daar kinderlijk optimistische uitstraling had: combinaties van verschillende wijde kledingstukken in verschillende pastelkleuren, bloemenprints, rokken en zelfs een jurk over broeken (en ja, hier en daar een onbetaalbaar kledingstuk van krokodillenleer – verplichte nummers in de collecties van merken die zich richten op de superrijken). Sommige modellen hadden een boeket in de hand, er waren jasjes waarvan de zoom op bloemblaadjes leek, tassen waren beschilderd met bloemen of bekleed met verse bloemen – in zijn persbericht riep Abloh de bloem uit tot symbool voor diversiteit.

Abloh stond bepaald niet alleen in zijn visie. Als er een ding opviel in de Parijse mannenmodeweek voor voorjaar 2020 was het dat veel modehuizen een opgewekte en behoorlijk lieve man in gedachten hadden. Eentje die niet bang is voor kleuren en vormen die traditiegetrouw worden gezien als vrouwelijk. De genderdiscussies van de laatste jaren hebben duidelijk hun sporen nagelaten, net als de roep om meer diversiteit, in elk geval qua kleur – een show zonder donkere modellen is tegenwoordig ondenkbaar.

Matrozenjasjes

De eerste mannenmodeshow van Bruno Sialelli voor Lanvin – na drie vrouwenmodeontwerpers de laan uit te hebben gestuurd, ontsloeg modehuis Lanvin vorig jaar ook de mannenmodeontwerper Lucas Ossendrijver – was ook een perfect voorbeeld van die opvatting: matrozenjasjes met een diep decolleté , strohoeden, plastic sandalen en overhemden, vesten en truien die tot de knieën reikten en daardoor bijna jurken werden. Alles in fraaie tinten bruin, geel en blauw, die perfect pasten bij het bijna 100 jaar oude zwembad waar de show werd gehouden.

Bij Dior was de collectie net zo pastelgetint als het decor. Satijnen pakken in lichtgrijs met de ingebouwde, sierlijke sjerp die ontwerper Kim Jones vorig seizoen ook al liet zien, een jas en een jack in millennial-pink, overhemden en shorts met een ‘krantenprint’, een erfenis van voorganger John Galliano. Hoogtepunt waren de witte, transparante blouses en overall met fel gekleurde, geplooide ‘wolken’ op de borst.

Ook de doorzichtige jasjes en broeken met uitbundige ruches van Walter Van Beirendonck leken op wolken. In eerste instantie zag het eruit alsof ze van plastic waren gemaakt, maar het bleek (synthetische) stof, waardoor ze daadwerkelijk gedragen konden worden. Van Beirendonck combineerde ze met vrolijk bewerkte leggings, tops en bokserbroekjes.

Die bokserbroekjes – bij Van Beirendonck samengesteld uit verschillende kleuren satijn – waren bij meer huizen te zien, zoals Dries Van Noten, dat een vrolijke en opmerkelijk frivole en sexy zomercollectie liet zien. Vertrouwd waren de bloemenprints, de lange jassen en het kleermakerswerk, al waren de jasjes en jassen ditmaal breedgeschouderd en sterk getailleerd. Die werden gecombineerd met de bokserbroekjes (in gebloemd satijn of dunne rubber), jasjes en blouses in wildedierenprints, een hemdje van zwart leer, een mouwloos geruit overhemd – allerhande kledingstukken met een seksuele lading. In de showroom lagen zelfs leren halsbanden. In sommige broeken zat een ‘ingebouwde’ satijnen pyjamabroek, een trenchcoat kwam met een kamerjas.

V.l.n.r.: Lanvin, Walter Van Beirendonck en Dries Van Noten

Seks was bij meer ontwerpers een thema. Onder de scherpgeschouderde en dikwijls glimmende jasjes van Rick Owens werd een diep uitgesneden T-shirt gedragen, of was de borst helemaal bloot. Owens’ modellen liepen op hooggehakte laarsjes met plateauzolen, broeken waren zo gesneden dat ze op kruishoogte een flinke bolling hadden.

De eerste mannenmodeshow van Sies Marjan, het merk van de Nederlandse Sander Lak, stond eveneens in het teken van seks, of liever gezegd: sensualiteit. Zoals Lak stelde in het persbericht: „Wat als de mannelijke seksualiteit delicaat is in plaats van pure testosteron?”

Lees ook het interview met Dries Van Noten: ‘Ik ben zot van mode, maar soms weet ik echt niet meer waar ik naar aan het kijken ben’

De ontwerper koos voor huidtinten, van heel licht tot heel donker, de kleur van lippen en van bloed, en veel pastels. Mannendecolletés, vloeiende en sluike vormen en bijna achteloze omslagen en sluitingen, zorgden voor een zacht en vernieuwend beeld.

Eenduidige boodschap

Hoe eensgezind ontwerpers ook waren, in hun lichte, vrolijke, sexy opvatting, het zou zomaar kunnen dat een andere stijl volgend voorjaar school gaat maken.

De Parijse mannenmodeweek werd afgesloten door Celine, waar Hedi Slimane in een tent voor Les Invalides een eenduidige boodschap de wereld instuurde: een vrij strakke broek met een hoge taille en iets uitlopende pijpen, gecombineerd met een jackje of een getailleerd jasje met brede schouders en laarsjes, lang haar (voor de show pruikjes). Er waren wat variaties: een keer was de broek een tuinbroek, een keer kwam een cape voorbij en drie van de 51 (!) modellen waren donker, maar toch: toen in de finale alle modellen gezamenlijk opliepen, leek het alsof ze allemaal exact hetzelfde waren.

V.l.n.r.: Rick Owens, Sies Marjan en Celine.

Hoe retro en weinig vernieuwend ook, het zag er aanstekelijk uit. Het feit dat sommige jonge showbezoekers zelf al aan het experimenteren waren met het sluike jarenzeventigsilhouet, duidt erop dat het een kansrijke gok was van Slimane. Een ding deelde hij wel met veel van zijn collega’s: ook bij Celine was de halslijn veelal laag.