‘Conclusies slavernijonderzoek te stellig’

Economische geschiedenis Het onderzoek naar de economische impact van de slavernij is methodologisch sterk, maar de conclusies zijn te stellig, aldus experts.

Slaven op een Surinaamse plantage, schilderij van Dirk Valkenburg uit 1707.
Slaven op een Surinaamse plantage, schilderij van Dirk Valkenburg uit 1707. Foto Getty Images

„Het is methodologisch prachtig onderzoek, maar ik snap niet waarom ze er zulke opgeklopte conclusies aan hebben verbonden.” Piet Emmer, emeritus hoogleraar Europese expansie en migratie aan de Universiteit Leiden en auteur van de Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel, is zowel complimenteus als verbaasd over het onderzoek naar de economische impact van de Atlantische slavernij dat woensdag werd gepresenteerd op het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam. Een team historici berekende dat in het jaar 1770 5,2 procent van het Nederlandse bruto binnenlands product – en 10,36 procent van het bbp van de rijkste provincie Holland – gebaseerd was op slavenarbeid. De onderzoekers stellen dat de slavernij „de kurk was waar de Nederlandse economie op dreef”.

Emmer vindt die typering zwaar overtrokken. „Ze moesten wellicht stevige conclusies trekken om de NWO-financiering van hun onderzoek te rechtvaardigen, maar wetenschappelijk gezien vind ik dit te ver gaan. Ik heb ooit berekend dat de slavernij gedurende het tijdvak 1650-1850 gemiddeld zo’n 3 procent van het bbp heeft opgeleverd – en dat is waarschijnlijk nog te hoog. Ik zie geen reden om die conclusie bij te stellen naar aanleiding van dit onderzoek. De auteurs beweren dat het jaar 1770 representatief is voor een langere periode, maar ik betwijfel dat. Ze hebben een piekjaar gekozen en zijn van daaruit gaan extrapoleren.”

Financiële crisis

En dat terwijl Nederland in 1774 getroffen werd door een financiële crisis die ernstige gevolgen had voor plantageleningen, zegt Emmer. „Daar zijn fikse verliezen geleden, groter dan elders in Europa. Vervolgens bracht de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) de handel enorme schade toe.”

Het is zo dat de Atlantische handel in de achttiende eeuw een van de weinige dynamische sectoren was binnen de economie, beaamt Emmer. „Maar de handel binnen Europa was veel belangrijker. De landbouw floreerde trouwens ook. Deze sector was beduidend groter, dus die zou je eerder ‘de kurk’ kunnen noemen.”

De IISG-onderzoekers baseerden hun werk op berekeningen van het Hollandse bbp die Bas van Leeuwen en Jan Luiten van Zanden in 2011 publiceerden. Van Zanden, hoogleraar economische geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, vindt dat het Amsterdamse onderzoek goed aansluit op het werk dat hij deed. „Ik ben er erg content mee.”

Dat wil niet zeggen dat er geen kanttekeningen te plaatsen zijn bij het artikel dat woensdag verscheen in het Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis. Van Zanden: „Het berekenen van dit soort cijfers vraagt vanwege het schaarse bronmateriaal om veel aannames en schattingen. Een voorbeeld: we weten wat de Engelsen op de Afrikaanse westkust betaalden voor slaven, maar betekent dit dat de Nederlanders voor dezelfde prijs inkochten?”

Helder statement

Vanwege dit soort onzekerheden vindt Van Zanden dat de IISG-onderzoekers hun resultaten met meer voorbehoud hadden kunnen presenteren. „Ze wilden een helder statement afgeven, maar daar is wel iets op af te dingen. Percentages van 5,2 procent en helemaal 10,36 procent suggereren een precisie die je niet kunt waarmaken. Ik zou hebben gezegd: tussen de 8 en 12 procent van het bbp van de provincie Holland was op slavernij gebaseerd.”

Net zoals Emmer denkt Van Zanden dat er wel wat valt af te dingen op de keuze van 1770 als jaar dat staat voor een langere periode. „Er is nog ruimte om de langetermijnontwikkeling beter in kaart te brengen, waarbij we ook breder kunnen kijken dan in dit onderzoek is gebeurd. Hoe zat het bijvoorbeeld met de Kaapkolonie [Zuid-Afrika]; wat gebeurde er in Nederlands-Indië? Als we alle kennis met elkaar combineren, ontstaat er uiteindelijk een genuanceerder beeld van de geschiedenis.”