Brieven

Brieven

Op het eerste gezicht lijkt het sympathiek om het stemrecht aan zestienjarigen te geven; de opvoeding tot democratisch burgerschap kan immers niet vroeg genoeg beginnen (‘Puber moet kunnen stemmen’, 24/6). Maar 18 is toch echt de leeftijd om volledig burgerrecht te verlenen, tegelijk met de handelingsbekwaamheid en belasting- en dienstplicht (die intussen is opgeschort). Stemrecht losmaken van burgerplichten is principieel niet te verdedigen. Natuurlijk is het verleden geen doorslaggevend argument, maar al vanaf de klassieke oudheid, bijvoorbeeld in de Atheense democratie, is 18 jaar beschouwd als de natuurlijke leeftijd om een volwaardige deelnemer aan de maatschappij te worden en stemrecht te krijgen. Stemrecht is maar één element van actief burgerschap. Meedoen aan verkiezingen kan opvoedend werken, het enthousiasme van schoolverkiezingen wijst daarop. Dat zou een aanleiding kunnen zijn om jongeren van de middelbare-schoolleeftijd met een speciale stemkaart en tegen overlegging van een identiteitsbewijs in het stembureau te laten kiezen voor een jongerenparlement. Zo’n Jongerenkamer zou in de zaal van de Tweede Kamer bijeenkomen, zou kunnen debatteren en uitspraken doen, maar zou ook het recht van advies in jongerenzaken moeten hebben.