Ascoval likt zijn wonden na weer een tegenvaller

Noord-Frankrijk Het dreigende faillissement van British Steel is een ramp voor het Franse staalbedrijf Ascoval. Na jaren kwakkelen waren ze net onder de pannen, maar het optimisme was van korte duur. Ze zijn terug bij af.

Werknemers van de voormalige Ascoval staalfabriek, die onlangs werd overgenomen door British Steel.
Werknemers van de voormalige Ascoval staalfabriek, die onlangs werd overgenomen door British Steel. Francois Lo Presti / AFP

De opluchting was groot toen op 2 mei na maanden actie de rechtbank in Straatsburg het overnamebod van British Steel voor het Noord-Franse staalbedrijf Ascoval goedkeurde. „Er heerste een goede stemming”, herinnert vakbondsman Nacim Bardi zich. „Het voelde veilig om onder zo’n solide bedrijf terecht te komen. Onze banen leken gered.”

‘Ascoval’ was in voorgaande maanden in Franse media synoniem geworden voor kwakkelend industrieel erfgoed. Staalbedrijven, echte zware industrie, spreken ondanks innovatiesuccessen in andere sectoren hier nog altijd sterk tot de verbeelding. Nadat de presidenten Sarkozy en Hollande in eerdere jaren beloofd hadden om noodlijdende staalfabrieken in respectievelijk Gandrange en Florange overeind te houden, liet de huidige president, Emmanuel Macron, zich niet onbetuigd toen hij in 2015 als minister de fabriek in Saint-Saulve, bij Valenciennes, bezocht. Geen baan zou hier verloren gaan.

Dus na het goede nieuws van British Steel haastte nog dezelfde middag zijn minister van Economische Zaken, Bruno Le Maire, zich naar Ascoval om met het personeel en de directie de redding voor zich op te eisen. „De Franse industrie heeft toekomst”, ronkte hij in de fabriekshal. „Jullie, werknemers, schrijven een nieuwe pagina van de Franse industrie.”

Lees ook: ‘Tata aan de Noord’ is gewend aan onzekerheid

Maar nog geen tien dagen later stortte het kaartenhuis in elkaar toen het Britse staalconcern surseance van betaling bleek te hebben aangevraagd. Hoewel volgens Le Maire de Franse fabriek, door een constructie via Jersey, buiten het formele faillissement valt, waren de zorgen voor de 281 werknemers meteen weer terug. „We wilden erin geloven, maar we zijn verraden”, zegt Bardi (42), die al 16 jaar in de fabriek werkt en er de vakbond CGT vertegenwoordigt. „Gaan we failliet, dan is dat catastrofaal voor honderden families.”

Onkruid

Op deze warme doordeweekse werkdag zijn de immense parkeerterreinen opvallend leeg. De treintjes die normaal stalen pijpen verplaatsen staan er ongebruikt bij. Hoog onkruid tussen het spoor geeft een troosteloze aanblik. Al voor de veertiende week dit jaar ligt de fabriek, specialist in ‘continu-gieten’, plat. Nog ongeveer één week per maand wordt er gewerkt. „De meeste mensen zitten thuis”, zegt Bardi, net buiten de fabriekspoort onder de brandende zon. „Ze zijn technisch werkloos.”

De deceptie na de problemen van British Steel was niet de eerste. De fabriek bungelt al sinds het failliet, in 2014, van moederbedrijf Ascometal.

Al voor de veertiende week dit jaar ligt de fabriek plat. De meeste mensen zitten thuis: ze zijn technisch werkloos

De Zwitserse groep Schmolz + Bickenbach, die het bedrijf overnam, wilde alle fabrieken inlijven behalve die in Saint-Saulve. De Franse multinational Vallourec, die haar in handen kreeg, wilde er in 2016 weer vanaf, maar bleef wel klant. Kort nadat de rechtbank overnameplannen van het Belgisch-Franse Altifort goedkeurde, bleek dat bedrijf op het laatste moment toch niet genoeg geld te hebben.

Iedere keer, vertelt Bardi, nemen de verschillende eigenaren het orderboek met zich mee. „Nu moeten we weer helemaal bij nul beginnen.” De directeur is „hard op zoek naar volume”, zegt collega Dominique Dufner (57), actief voor vakbond Force Ouvrière en al 37 jaar in dienst.

Alblasserdam

Die directeur is Cédric Orban. Hij wordt door lokale linkse politici een „echte industrieel” genoemd. „Totaal anders dan investeringsfondsen die bedrijven kopen met een boekhoudersvisie en niet weten hoe het werkt”, zei het communistische parlementslid Fabien Roussel eerder. Orban zelf prees in de Franse pers de goede samenwerking met de vakbonden. Afgezien van een tiendaagse staking in oktober is er ook volgens Bardi en Dufner altijd een „respectvolle” samenwerking geweest.

Orban wil even niet met journalisten praten, laat hij per e-mail weten. „Er lopen meerdere onderhandelingen.” Dat gaat dan vooral om de mogelijke samenvoeging van Ascoval in Saint-Saulve met een railsfabriek in het oost-Franse Hayange en met FN Steel in Alblasserdam, beide van British Steel. In de oorspronkelijke plannen zou Ascoval vanaf volgend jaar 250.000 ton staal aan FN Steel leveren. Of dat nog gebeurt, weet niemand.

Tijdens een nieuwe zitting in Straatsburg, vorig week, kreeg het moederbedrijf van British Steel, Olympus Steel, van de rechter de opdracht om de financiering van de overname uiterlijk 19 juli te verduidelijken en uit te leggen hoe de fabriek in Noord-Frankrijk zich verhoudt tot Hayange en Alblasserdam. Het is volgens de bonden nog lang niet zeker of het technisch mogelijk is om de twee fabrieken die wél onder het faillissement vallen los te weken en in een nieuwe Europese firma te plaatsen. „De ontwikkeling van Ascoval is onze enige prioriteit”, schrijft Orban.

Het personeel voelt zich speelbal van politieke machten. „Minister Le Maire lijkt niet te zien dat er een wereldwijde crisis is”, zegt Dufner. Dat die er nog vertrouwen in heeft, zoals hij zegt, is een veeg teken, schreef oud-vakbondsman Édouard Martin in Le Monde. Hij vocht in 2012 voor de fabriek in Florange die door president Hollande gered zou worden. Die is, net als die van Sarkozy, nu dicht. „De minister is of bijziend, hij liegt of hij vergist zich vreselijk.”