‘Om onder Stalin te overleven kon je nooit direct zijn’

Wolf Wondratschek In zijn nieuwe roman blikt een beroemde pianist terug op zijn tragische leven in de Sovjet-Unie. ‘Om onder Stalin te kunnen overleven kon je nooit direct zijn.’

In de winter van 1996 las de Duitse schrijver en rock-dichter Wolf Wondratschek (Rudolfstadt, 1943) voor het eerst iets van Nabokov en als in een lichtflits tussen twee oneindigheden veranderde zijn leven. Eerder dat jaar had hij München, waar hij in de jaren zeventig was neergestreken om een hoorspel voor de Bayerische Rundfunk te schrijven, verruild voor Wenen. En nu begon hij ook nog eens op een heel andere manier te schrijven. „München was in de jaren zeventig een swingende stad”, zegt hij tijdens een bezoek aan Amsterdam ter gelegenheid van de vertaling van zijn nieuwe roman Selbstbild mit russischem Klavier (Zelfportret met Russische piano). „Maar ik werd er steeds ontevredener over mijn bestaan. Ik zat in een woongroep, omdat ik dan sneller zou kunnen vertrekken. Het was de tijd van de opkomende drugs, van Timothy Leary, John Lilly, Pink Floyd. Elk moment kon er iemand bij je binnen vallen om bij je te blijven slapen.

„Mijn medebewoners in dat grote appartement stoorden zich voortdurend aan het geluid van mijn schrijfmachine, dat uit mijn kamer klonk. Op een dag waren ze allemaal naar India vertrokken, op mijzelf en de schrijver Rainer Langhans na, die in de bezemkamer woonde en mediteerde.

„Dat milieu heb ik gebruikt in mijn dichtbundel Chuck’s Zimmer. Door die bundel [waarvan 300.000 exemplaren zijn verkocht, red.] werd ik de stem van mijn generatie genoemd. Al heb ik alles slechts waargenomen en er niet aan deelgenomen.”

En toen vertrok u naar Wenen.

„Eerst wilde ik naar Caïro of Istanbul verhuizen, maar daar was het politiek te instabiel. Toen besloot ik naar een stad te gaan waar ik ‘voor de wereld verloren zou zijn’, om met Mahler te spreken. En dat was Wenen. Ik huurde er een dakkamer van twaalf vierkante meter. Vreselijk. Voortdurend dacht ik dat ik tbc zou krijgen of mezelf zou verhangen. Ik was eind vijftig en voelde me in een zelf opgelegde ascese of boetedoening beland. Ik vroeg me af of ik soms gek was geworden. In de Bondsrepubliek was ik een beroemd schrijver en nu zag ik niemand meer.”

En wat gebeurde er toen?

„Het eerste dat ik in Wenen schreef was Das Mädchen und der Messenwerfer (1997), een heel eenvoudig en helder geschreven verhaal over een 13-jarig meisje en een messenwerper, die met twee vrouwen over het platteland reist. Zoiets had in München nooit kunnen ontstaan.”

Dankzij Nabokov?

„Tot 1996 had ik nog nooit iets van hem gelezen. Maar toen stuitte ik in een boekwinkel op zijn verhalenbundel en las ik ‘Lente in Fialta’. Dat verhaal heb ik bestudeerd. Van elke zin vroeg ik me de betekenis af. Het zette mijn schrijverschap op nul. Ik ben helemaal opnieuw begonnen. Alles wat ik sindsdien aan proza heb geschreven, dank ik aan Nabokov.”

Foto: Roger Cremers

Hoofdpersoon in Zelfportret met Russische piano is de bejaarde Russische pianist Soevorin, die in een Italiaans restaurant in Wenen aan een schrijver over zijn vroegere carrière begint te vertellen. Wat volgt is een verhaal over een succesvol kunstenaarschap in de Sovjet-Unie, waar grote musici als propagandamiddel werden ingezet om de culturele zegeningen van het communisme te verkondigen. Soevorin wilde daar niets van weten. Hij leeft alleen voor de muziek. En juist dat maakte hem kapot en leidde ertoe dat hij zijn geboorteland ontvluchtte.

Soevorin had zo een personage van Nabokov kunnen zijn. Toeval?

„Soevorin is een vergeten kunstenaar, iemand zonder de geringste moderniteit. Hij is uit de tijd gevallen. Maar ik doe Nabokov nergens na. Wel probeer ik van hem te leren, zoals Beethoven ongetwijfeld van Haydn heeft geleerd en toch altijd Beethoven is gebleven.”

Heeft iemand model gestaan voor Soevorin? Hij doet me namelijk denken aan de eigenzinnige Russische pianist Grigori Sokolov, die wereldwijd furore maakt.

„Naar aanleiding van mijn roman kreeg ik een paar maanden geleden van een enthousiaste lezer een dvd over Sokolov toegestuurd. Maar hij is het niet.

„Wel heb ik een bestaand iemand gebruikt, die ik in het vijfde district van Wenen in restaurant La Gondola heb leren kennen. Hij gaf me een opname van zijn Bartók-concert met violist Gidon Kremer. Maar zijn naam zeg ik niet. Laten we hem voor het gemak Joeri noemen.”

In de Sovjet-Unie bestond er een hele rij strafmaatregelen voor ongehoorzame kunstenaars.

Was het moeilijk om u in zo’n beroemde pianist als Joeri te verplaatsen?

„Nee. Ik heb zelfs geen onderzoek naar hem verricht. Wel vond ik het moeilijk om zijn eigenzinnige humor op te schrijven. Bijvoorbeeld als hij over een gedicht van Josif Brodski begon of ik moest beschrijven dat hij niet meer wilde bestaan.

„In niets kon je aan Joeri merken dat hij ooit in Wigmore Hall in Londen had opgetreden. Toen ik hem leerde kennen, was hij ziek en had zijn arts hem wodka, sigaretten en het maken van muziek verboden.”

Lijkt hij ergens niet ook op u?

„Ik heb veel van mezelf in hem gelegd. Bijvoorbeeld in de manier waarop hij over applaus denkt. Op een zeker moment wil hij namelijk geen applaus meer van het publiek. Maar in het echt heeft Joeri zoiets nooit gezegd.”

Waarom is hij dat applaus in uw boek gaan haten?

„Omdat ik het haat. Het publiek applaudisseert alleen voor de vertolker en niet voor de muziek. Applaus gaat vaak over in een smeekbede om een toegift. Terwijl iedereen weet dat zo’n concertprogramma al lang van tevoren is vastgesteld en naar een hoogtepunt toe werkt. Na de laatste noten zou het gewoon stil moeten zijn.

„In de Sovjet-Unie werden kunstenaars geacht het volk vreugde te schenken. Als je het applaus dan afwijst, zoals Joeri deed, dan werd dat gezien alsof je het volk die vreugde ontnam. Als je je niet inzette voor die vreugde, konden ze je voor straf in een bioscoop laten spelen in plaats van in een concertzaal, zoals Sjostakovitsj overkwam. In de Sovjet-Unie bestond er een hele rij strafmaatregelen voor ongehoorzame kunstenaars. Daarom gehoorzaamden zovelen de autoriteiten, al kostte dat ze vaak moeite. Een pianist als Svjatoslav Richter schaamde zich er bijvoorbeeld voor dat zijn naam op de affiches groter stond gedrukt dan die van Beethoven.”

Wat heeft u wel uit Joeri’s echte leven gebruikt?

„Hij was hoogleraar aan het conservatorium in Charkov. Ook is zijn vrouw, net als in mijn roman, bij een busongeluk om het leven gekomen. En dan is er nog zijn vriend Heinrich Schiff, de beroemde cellist. Hem heb ik goed gekend. Wat ik over Schiff schrijf, klopt allemaal, want ik gebruik tenslotte zijn echte naam.

„Pas toen Schiff op sterven lag, besloot ik om hem in mijn roman op te nemen. Er bestaat een prachtige opname van een stuk van Schnittke, dat door Schiff wordt gedirigeerd, met Joeri Smirnov op de piano.”

Lees ook de recensie van Zelfportret met Russische piano: Een versleten concertpianist die applaus haatte

Nu verraadt u alsnog de naam van de man achter uw hoofdpersonage.

„Excuses, het ontglipte me.”

De Italiaanse stad San Remo speelt in uw roman een belangrijke rol als een plaats op aarde waar alles beter is. Hoe komt dat?

„Ik heb het verzonnen. In mijn roman wil Soevorins vrouw naar San Remo verhuizen, omdat het de stad van de bloemen is. Maar eenmaal in San Remo, wil ze weer terug naar de Sovjet-Unie, omdat volgens haar het leven daar zin heeft. Na haar dood keert Soevorin echter niet meer naar zijn geboorteland terug en blijft hij in het Westen. Daar breekt de laatste periode van zijn leven aan, waarin hij niet meer mag drinken, roken en muziek maken. Hij heeft dan voortdurend de wens om ’s nachts te spelen, zonder publiek.”

Uw boek leest soms als een muziekstuk, met verschillende tempi. Is dat opzet?

„Jazeker. Aan het einde van mijn boek wilde ik het tempo vertragen. Een middel daartoe was om bij de citaten de aanhalingstekens weg te laten. Daardoor gaan de personages van verteller en pianist in elkaar over. Uiteindelijk levert dat een zelfbeeld op.

„Om het te kunnen volgen moet je het langzaam lezen. Dan krijgt het verdieping.”

Was Joeri in de Sovjet-Unie ooit echt bang?

„Om onder Stalin te kunnen overleven kon je nooit direct zijn. Op den duur ben je je niet meer bewust van dat gedrag. Met humor kon je de dingen ontwijken.”

Aan het einde van uw roman verdwijnt Soevorin ineens. Hoe kan dat?

„Het was een belangrijke vraag voor me hoe ik aan het einde van mijn roman het hele verhaal kon laten verdwijnen met het druppelen van koffie op de tong van Soevorin. Mijn boek begint in een koffiehuis en verplaatst zich daarna naar restaurant La Gondola, om in pianissimo te eindigen, alsof Rusland en de dramatiek die zich daar heeft afgespeeld ineens verdampen. Er is dan alleen nog die druppelende koffie. Het heeft iets Nabokoviaans, alsof alles wat is verteld nooit heeft plaatsgevonden. Op die manier is mijn boek een eerbetoon aan Nabokov, aan wie ik veel te danken heb, ook in het profane. Want net als hij schrijf ik voor mijn genoegen, maar publiceer ik voor het geld.”