Álle 725 leerlingen een schilderij

Schooljaar De koordocent van het Rotterdamse Rudolf Steiner College neemt afscheid met voor iedere leerling een persoonlijk schilderij en gedicht

Hans Barkmeijer schildert de beelden in de tuin. „De tijd die dit gekost heeft, is volkomen uit de hand gelopen.”
Hans Barkmeijer schildert de beelden in de tuin. „De tijd die dit gekost heeft, is volkomen uit de hand gelopen.” Foto Michiel Klinkhamer

Een overgangsrapport of cijferlijstje in Magister, daarmee sluiten de meeste leerlingen hun schooljaar af. Maar op vrije scholen maken leraren traditiegetrouw ook nog een persoonlijke spreuk en beeld voor hun klas. Koordocent Hans Barkmeijer, die onlangs na 25 jaar vertrok bij het Rudolf Steiner College in Rotterdam vanwege zijn pensioen, pakte het nog uitvoeriger aan: hij maakte een schilderij en gedicht voor alle leerlingen die hij dit schooljaar koorzang gaf: 725 stuks.

Hij is er maanden mee bezig geweest. „’s Morgens om kwart over vijf begon ik met schrijven”, zegt hij in de tuin van zijn jaren-dertighuis in Stolwijk, een dorp onder Gouda. Via Magister zocht hij vaak nog even een foto op van de leerling om zijn herinnering op te halen. Soms schreef hij het gedicht direct, soms eerst een paar steekwoorden. Soms duurde het vijf minuten, soms een halfuur. „De tijd die dit gekost heeft, is volkomen uit de hand gelopen.”

Voor een meisje uit vijf-havo schreef hij: Een kralenketting / zwaarwegend snoer / uit een erfenis verkregen / je draagt het vaak / het staat je stoer / maar maakt je ook verlegen / je besluit het sieraad af te doen / en beter thuis te laten / het was ook zwaarder dan gedacht / en bovendien speciaal / ook zonder werd je echt geacht / door ons allemaal

Het schilderen gebeurde in de voortuin in de zon. Eén of twee klassen achter elkaar, de kleuren en streken in de sfeer van het gedicht.

Het geheel noemt hij een ‘nabeeld’, symbolisch voor de indruk die een leerling op hem heeft achtergelaten. „Het is een soort karakterisering, een toekomstbeeld. Ik appelleer aan de zelfstandigheid en kwaliteiten die ik in een leerling zie. Als hoop en aanbeveling.”

De meeste leerlingen zullen de symboliek niet zo precies uit het gedicht halen, denkt hij. „Dat geeft niet. Het gaat erom dat ze voelen dat iemand dit voor ze heeft gemaakt.” Hij verwacht geen reactie. Ook volwassenen geven die niet altijd, weet hij van toen hij eens beelden maakte voor collega’s. Maar ook dat geeft niet. „Dit is mijn verlangen.”

Je moet ermee uitkijken, zegt Barkmeijer, dat je je niet laat verleiden tot kritiek in een beeld. „Dan wordt het te veel een beoordeling. De leerling moet zich juist gezien voelen.” Een enkele keer stuurde hij de tekst nog langs de mentor, bij twijfel over toon of inhoud.

Een makkelijke klus was het niet. „Het werd steeds moeilijker. Op een goed moment droogt je inspiratie op. Dan dacht ik: weer zo’n hele klas, ik weet het echt niet meer.” Maar stoppen ging ook niet. „Het is verslavend. En als je halverwege bent, ga je niet meer opgeven.”

Zelfs toen alles af was, bleek het werk nog niet af. Met nakijken vond hij slordigheden, en soms vond hij het gedicht toch niet goed genoeg. „Dat was nog zo ontzettend veel werk. Na twee klassen moest ik slapen, het slurpt energie. Je komt weer in de krochten van je eigen hoofd terecht.” Hij heeft de beelden erna weer opnieuw laten drukken.

Rest nog één vraag: waarom wilde hij dit? „Ik had het al in de herfstvakantie bedacht”, zegt hij. „Ik ga weg van school en weet zo veel van die leerlingen. In mijn lessen koorzang zijn ze met hun binnenste naar buitenste gekomen. Ik wilde me nog een keer tot die individualiteit richten. Dit is mijn dank.”