Vragen blijven na toezegging NS compensatie slachtoffers WOII

Spoorwegen in de oorlog De NS komt Holocaustslachtoffers nu financieel tegemoet. Het onderzoek naar de rol van de spoorwegen tijdens WOII gaat verder.

Holocaust-slachtoffer Salo Muller, president-directeur van NS Roger van Boxtel en voorzitter Job Cohen tijdens de presentatie van het advies van de Commissie.
Holocaust-slachtoffer Salo Muller, president-directeur van NS Roger van Boxtel en voorzitter Job Cohen tijdens de presentatie van het advies van de Commissie. Foto Koen van Weel/ANP

Zelf had Job Cohen niet de moed gehad om in het Spoorwegmuseum van de NS in Utrecht een kijkje te nemen bij de veewagon waarmee de nazi’s destijds Joden vervoerden om ze uiteindelijk te vermoorden. De verschrikking van de Holocaust blijft voor overlevenden en nabestaanden een realiteit waarmee dagelijks moet worden geleefd.

Cohen was woensdag in het Spoorwegmuseum omdat hij daar als voorzitter van de Commissie Tegemoetkoming het advies presenteerde aan de NS over de uitvoering van het eerder geuite voornemen van de spoorwegen om individuele Holocaustslachtoffers te compenseren.

De NS heeft al veel eerder erkend een rol te hebben gespeeld in het vervoeren van Joden, maar ook Sinti en Roma, tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. NS-topman Aad Veenman heeft daarvoor in 2005 ook excuses aangeboden.

Van een financiële vergoeding aan individuele slachtoffers was tot nu echter geen sprake. Die is afgedwongen door voormalig Ajax-masseur Salo Muller, wiens ouders door de nazi’s zijn omgebracht in Auschwitz. Muller (83) begon zijn strijd tegen de NS toen in 2014 de Franse spoorwegen (SNCF) overgingen tot compensatie aan Amerikaanse Holocaustoverlevenden en -nabestaanden. Onder dreiging van een rechtszaak, samen met zijn advocaat Liesbeth Zegveld, kwam het in november vorig jaar tot een schikking. En de commissie-Cohen komt nu met het advies over de reikwijdte en de omvang van de regeling.

De circa 500 nog levende Joden, Roma en Sinti, die terugkeerden uit de kampen ontvangen per persoon 15.000 euro. De naar schatting 5.000 tot 7.000 weduwen en weduwnaars, ontvangen de helft: 7.500 euro. Zijn beide ouders overleden dan ontvangen hun kinderen dat bedrag gezamenlijk. Als zij na de oorlog zijn geboren gaat het om een som van 5.000 euro.

Roger van Boxtel, de huidige president-directeur van de NS, verklaarde het advies over te nemen. Het concern reserveert enige tientallen miljoenen de komende jaren om aan rechthebbenden uit te keren.

Leed valt niet te compenseren

Voorzitter Cohen benadrukte dat het leed dat de nazi’s hun slachtoffers hebben aangedaan eigenlijk met geen geldbedrag valt te compenseren. Hij wil daarom niet spreken van een compensatie maar noemt de bedragen een tegemoetkoming „die moet worden gezien als een moreel gebaar”.

De initiatiefnemer tot de schikking, Salo Muller, zei woensdag met gemengde gevoelens naar het resultaat te kijken. Blij dat het voor elkaar is gekomen. Maar tegelijkertijd emotioneel omdat er de duizenden mensen zijn die nog dagelijks achtervolgd worden door dit leed. „Het gaat om de pleister op de wonde”, zei Muller. „Als ik ga vergelijken had ik de bedragen wat hoger gewild. Maar rationeel ben ik tevreden.”

Lees ook het interview met Salo Muller uit 2018: Eenmaal strijdend tegen de NS liet Salo Muller niet meer los

Cohen en zijn commissie hebben nu vooral gezocht naar een methode om de groep belanghebbenden af te bakenen en naar de hoogte van een tegemoetkoming. Doorgaans volgt compensatie van geleden schade echter op onderzoek. In dit geval dateert het enige bekende onderzoek uit de jaren vijftig: Rijden en staken, de Nederlandse Spoorwegen in Oorlogstijd van A.J.C. Rüter. Daarom adviseert Cohen de NS ook om nog eens grondig onderzoek te laten doen naar de rol die de Spoorwegen gespeeld hebben in de Tweede Wereldoorlog. Die suggestie wordt door de NS koeltjes ontvangen; eerst de resultaten afwachten van een nu al lopend onderzoek.

Eerder zei historicus Johannes Houwink ten Cate tegen NRC bijvoorbeeld geïnteresseerd te zijn in de mogelijke mede-verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid. In de visie van Houwink ten Cate stond de NS als semi-staatsbedrijf deels onder het gezag van de Nederlandse Staat. Die was tijdens de bezetting uitgeweken naar Londen, maar toenmalig NS-chef ir. Willem Hupkes „deed niets buiten Londen om”.

Lees ook: Gebaar NS aan Holocaustslachtoffers past in deze tijd

Bij de parlementaire enquête, in het midden van de jaren vijftig, naar het optreden van de Nederlandse regering tussen 1940 en 1945, kwam wel degelijk ook het optreden van de toenmalige leiding van de spoorwegen aan de orde. De commissie was uiteindelijk „getroffen door de laconieke wijze waarop de directie van de NS had gereageerd op het vervoer van deze talloze landgenoten”. Helemaal onopgemerkt bleef het dus niet.

Nu de belanghebbenden door de commissie-Cohen op verzoek van de NS zijn beperkt tot de meest direct betrokkenen kan de discussie loskomen over de vraag of andere categorieën slachtoffers niet ook in aanmerking komen voor een tegemoetkoming. Homoseksuelen, gehandicapten, politieke gevangenen, dwangarbeiders en al die anderen die de NS voor de nazi’s heeft vervoerd. Het proces van in het reine komen met het verleden is voor de spoorwegen nog maar net begonnen.