Vaccineren tegen rotavirus beschermt jonge kinderen

Medische wetenschap Jaarlijks belanden in Nederland 3.500 piepjonge kinderen in het ziekenhuis met een rotavirusinfectie. Vaccineren werkt, blijkt nu.

Vooral bij jonge kinderen van 6 maanden tot 2 jaar komt een infectie met het rotavirus veel voor. In 2013 stierven naar schatting 215.000 kinderen jonger dan vijf jaar aan de infectie, de helft in Nigeria, Pakistan, India en de Democratische Republiek Congo.
Vooral bij jonge kinderen van 6 maanden tot 2 jaar komt een infectie met het rotavirus veel voor. In 2013 stierven naar schatting 215.000 kinderen jonger dan vijf jaar aan de infectie, de helft in Nigeria, Pakistan, India en de Democratische Republiek Congo. Foto EPA

In landen met een inentingsprogramma tegen het rotavirus belanden relatief weinig jonge kinderen in het ziekenhuis door een infectie met dat besmettelijke virus. Wereldwijd is het verschil met landen die nog geen vaccinatieprogramma tegen rotavirus hebben 40 procent. Dat schrijven Amerikaanse epidemiologen in het julinummer van The Lancet Global Health. Landen die het levensreddende vaccin nog niet hebben toegevoegd aan hun vaccinatieprogramma’s zouden moeten overwegen dit te doen, adviseren ze.

Na een infectie met het rotavirus raken de maag en de darmen ontstoken. Dat leidt vaak tot koorts, misselijkheid, overgeven en hevige, waterdunne diarree. Vooral bij jonge kinderen van 6 maanden tot 2 jaar komt de infectie veel voor en kan die ernstig verlopen. Zij komen dan soms in het ziekenhuis terecht. In 2013 stierven naar schatting 215.000 kinderen jonger dan vijf jaar aan de infectie, de helft in Nigeria, Pakistan, India en de Democratische Republiek Congo.

Eerder onderzoek wees al uit dat in landen waar de vaccinatie routinematig gegeven wordt het aantal doden en ziekenhuisopnames door rotavirus daalt. Deze omvangrijke nieuwe studie zet nu voor het eerst alle mondiale gegevens van 2008 tot 2016 op een rij.

Maag-darminfecties

De cijfers komen van het Global Rotavirus Surveillance Network. Dat werd in 2008 in het leven geroepen door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om gegevens te verzamelen over maag-darminfecties en om het effect van het rotavirusvaccin te meten. Alle zes WHO-regio’s doen eraan mee: Afrika, de Amerika’s, Zuioost-Azië (met onder meer India en Indonesië), Europa, de Oost-Mediterrane regio (delen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten) en de West-Pacifische regio (waaronder China en Australië). Meer dan 400.000 kinderen onder de 5 jaar belandden in de onderzochte periode in het ziekenhuis met acute maag-darmontsteking, in 82 landen – meestal landen met lage- of middeninkomens. Bij eenderde van die kinderen kwam de ontsteking door het rotavirus, bleek uit analyse van hun poepmonsters.

Uit een deelanalyse van ruim 300.000 kinderen bleek dat in landen waar het rotavirusvaccin niet gebruikt werd, het virus aanwezig was bij ongeveer twee op elke vijf opgenomen kinderen met maag-darminfecties. In landen die het vaccin wel hadden ingevoerd, was dit ongeveer twee op de acht, een afname van bijna 40 procent. Indrukwekkend, maar er is ook nog steeds een aanzienlijk percentage besmettingen, merken twee Amerikaanse epidemiologen in een begeleidend commentaar op. Andere strategieën blijven nodig, zoals eerder inenten en betere vaccins ontwikkelen, ook tegen andere veroorzakers van diarree bij kinderen.

In Nederland komt de vaccinatie tegen het rotavirus later dit jaar in het Rijksvaccinatieprogramma. Ouders van te vroeg geboren baby’s en kinderen met een laag geboortegewicht of een aangeboren aandoening kunnen hun kind tegen het virus laten inenten. Jaarlijks komen in Nederland zo’n 3.500 kinderen van een half tot twee jaar in het ziekenhuis terecht door het rotavirus. De vaccinatie wordt gegeven via druppeltjes in de mond.