‘U wist dat Shell toestemming voor de deal nodig had?’

Corruptiezaak De eerste verdachte in de corruptiezaak rond een Nigeriaans olieveld waar Shell bij betrokken is, werd stevig verhoord door de Italiaanse aanklager Fabio de Pasquale.

Een Shell-logo op een billboard in Nigeria.
Een Shell-logo op een billboard in Nigeria. Foto Marten van Dijl/ ANP

„U wist dat Shell toestemming van de Nigeriaanse minister van olie nodig had voor de deal?”

„Ja.”

De Italiaanse topaanklager Fabio de Pasquale heeft z’n toga met gouden kwastjes half uitgetrokken, het is snikheet in de rechtszaal. De Rus in het verdachtenbankje friemelt aan het dopje van z’n tweede waterflesje.

„U wist dat deze olie-minister, mevrouw Diezani, een voormalig medewerker van Shell is?”

„Ja.”

„U wist ook dat ze een liefdesrelatie had met de Nigeriaanse president Goodluck Jonathan?”

„Ja, er waren geruchten.” Zijn bron werkte bij de geheime dienst, voegt de Rus toe, dus „dat zal wel kloppen”.

„U wist dat de voormalig president haar ‘extreem gierig’ heeft genoemd, een crook?”

„Ja.”

Aanklager De Pasquale wil woensdag in de rechtbank in Milaan alles weten over de warme banden tussen de Nigeriaanse politieke top, oliebedrijf Shell en de man die hij aan het verhoren is: voormalig topdiplomaat Ednan Agaev. Deze Rus legde de basis voor zijn imposante internationale netwerk in de Sovjet-tijd, ging later in zaken en was tot 2011 bemiddelaar in de omstreden oliedeal rond het megaveld OPL245. Daarbij zouden Nigeriaanse ambtenaren en politici voor honderden miljoenen zijn omgekocht, door Shell en het Italiaanse oliebedrijf Eni.

Lees ook het nieuwsbericht over de zitting: Rus getuigt in strafzaak tegen Shell

De Pasquale - bekend als de officier die de Italiaanse oud-premier Silvio Berlusconi veroordeeld kreeg wegens belastingfraude - heeft er zin in. De zaak loopt al maanden in Milaan. Tot nu toe zijn vooral getuigen en experts gehoord. Deze woensdag heeft hij met Agaev de eerste verdachte in de megacorruptiezaak voor zich.

In Nederland ligt het strafrechtelijk onderzoek tegen Shell stil

De zaal, gedecoreerd met hangende kabels en een crucifix, is afgeladen. Een chagrijnige advocaat baant zich met stoel boven z’n hoofd naar voren, een ander klaagt dat dit geen eerlijk proces kan zijn, omdat hij geen zitplaats heeft.

De airco kan de 36 graden buiten nauwelijks aan en toga’s hangen open. De taal springt van Italiaans naar Russisch en Engels, maar het bemachtigde kastje met oortjes voor de simultane vertaling wordt snel van de verslaggever afgenomen. „For Shell only.” Vooraan zit de beheerste 62-jarige Agaev, in grijs pak en kraakwit hemd. Af en toe verbetert hij zijn tolk.

De zaak draait om omkoping in Nigeria, voor het fenomenale bedrag van 1,1 miljard dollar. Toen de geruchten daarover kort na de ondertekening van de deal in 2011 op gang kwamen, zei Shell direct dat het daar niets van wist. Maar dat was niet vol te houden toen Agaev eenmaal begon te praten.

Hij was het die Royal Dutch Shell de immer uitdijende corruptiezaak introk, blijkt uit het 25 ordners dikke Italiaanse justitie-dossier – in bezit van NRC. Shell wist heel goed met wie het zaken deed, verklaarde Agaev eerder tegenover de Amerikaanse FBI. „Maar ze hebben weggekeken.”

Agaev, 62 jaar, is niet de minste. De voormalige Sovjet-topdiplomaat werkte in de jaren tachtig bij de VN aan nucleaire en chemische ontwapening, voordat hij ambassadeur voor Rusland werd in Colombia. Daarna bood hij wereldwijd zijn diensten aan als consultant. Nog steeds heeft hij goede vrienden in het Kremlin. De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov overhandigde vorig jaar persoonlijk een brief aan zijn Italiaanse collega met het verzoek Agaev uit de wind te houden in de strafzaak.

Maar daar heeft De Pasquale woensdag geen boodschap aan. Terwijl Agaev urenlang probeert zijn eigen rol in de zaak te bagatelliseren, bladert de aanklager driftig door zijn dossier vol gemarkeerde verklaringen, sms’jes en mails. Aan pauzes doet De Pasquale niet, hij wil keer op keer precies weten wat de Rus wist over de steekpenningen die in Nigeria zijn betaald.

„U verklaarde zelf dat het in Nigeria zo moeilijk zakendoen is, omdat iedereen de hele tijd kickbacks wil, en dat de prijs van een contract daardoor maar blijft veranderen?”

„Nee, dat ging over iets anders”, antwoordt Agaev. „Ik bedoelde zakenmensen.” De aanklager: „Niet over politici?” De Rus schudt zijn hoofd.

Later: „U heeft zelf verklaard dat het redelijk was dat ambtenaren betaald kregen. Hoe zit dat?” Agaevs grijze jasje is inmiddels uit. „Dat was speculatie, u vroeg me te speculeren.” „En u maakte zich zorgen over uw reputatie?” „Ik heb niks verkeerd gedaan.”

Olieveld OPL245

De verklaringen van Ednan Agaev zijn cruciaal in de strafzaak tegen Shell, Eni en de verantwoordelijke (top)managers van beide oliebedrijven. In 2009 huurde de Nigeriaanse oud-minister Dan Etete de Rus in om hem te helpen de rechten op het onontgonnen olieveld OPL245 voor de kust van Nigeria te verkopen.

De licht ontvlambare Etete had zichzelf die rechten jaren daarvoor toegekend, toen hij nog olie-minister was. Maar hij slaagde er niet in om iets met het veld te doen. Shell had wel aanbetaald, maar van echt ontwikkelen kwam het niet. Mede daardoor wantrouwden Etete en Shell elkaar diep. Maar tegelijkertijd leken Shell en de onberekenbare Nigeriaanse politicus annex zakenman tot elkaar veroordeeld. Want zonder de ander, zou er mogelijk nooit olie komen uit OPL245.

Het was de handige Agaev die Shell en Etete tussen 2009 en 2011 nader tot elkaar wist te brengen, zonder dat de kemphanen ooit met elkaar aan één tafel zaten. Allemaal dankzij zijn diplomatieke skills, vertelde hij later, verwijzend naar zijn werk tijdens de Koude Oorlog. Nucleaire ontwapening en het verkopen van een mega-olieveld in Nigeria lijken wel op elkaar, verklaarde hij later. Dat blijkt ook uit de strafdossiers. Daarin is te lezen hoe Agaev jarenlang nauw contact onderhield met de commerciële Shell-baas in Nigeria én met twee oud-MI6-spionnen die door Shell waren ingehuurd om de complexe Nigeriaanse politieke situatie beter te doorgronden.

Het dossier beschrijft ook de elegante oplossing die in 2011 werd bedacht voor de Nigeriaanse kwestie, door Shell op het hoofdkantoor in Den Haag uitgetekend. De verkoop van OPL245 zou via de Nigeriaanse overheid lopen, zodat Shell geen zaken hoefde te doen met eigenaar Dan Etete - die in de tussentijd besmet was geraakt vanwege een veroordeling in een grote witwaszaak.

De overheid zou de Shell-miljoenen in 2011 rechtstreeks doorbetalen aan Etete – dat hoorde ook bij de oplossing. Om de duimschroeven aan te draaien, verklaarde de Rus woensdag in Milaan, had Shell hem gevraagd om de onkosten van Etete niet meer te betalen. Dat deed zeer, aangezien de aan luxe gewende Etete altijd geldgebrek had.

Lees ook: ‘Naar Nigeriaanse standaarden was dit een prima oliedeal’

FBI-verklaring

De deal slaagde. Maar de problemen voor Shell en Eni begonnen toen pas echt. De Nigeriaan negeerde een belangrijke zakelijke regel: vergeet nooit je tussenpersonen te betalen. Etete had Agaev 6 procent van de opbrengst beloofd, zo’n 66 miljoen dollar. Maar nadat de deal in 2011 eenmaal was gesloten, wilde de Nigeriaan niet meer dan 5 miljoen betalen. Hierop stapte de Rus in New York naar de rechter, om z’n geld op te eisen. De FBI kreeg lucht van de zaak, en Agaev legde op 21 mei 2013 in het bijzijn van zijn vier advocaten een verklaring af over hoe het allemaal was gegaan. Dat bleek een voor Shell zeer belastende verklaring, en De Pasquale wilde er dan ook alles over weten.

Shell hield tot dan toe altijd vol dat het zaken had gedaan met de Nigeriaanse overheid en niet met de veroordeelde oud-minister Etete. Maar Agaev was hierover duidelijk, blijkt uit de verklaring, die in het bezit van NRC is: „Shell wist dat Etete betaald zou krijgen” en „het top-management van Shell keek de andere kant op”. Agaev verklaarde óók tegen de FBI dat Etete steekpenningen uit de opbrengst zou betalen. In ieder geval 400 miljoen dollar was bestemd voor hoge mensen in de Nigeriaanse politiek, waarvan de helft voor de toenmalige president Goodluck Jonathan. Onder hen waren ook mensen die zich hadden bemoeid met het olieveld.

Deze verklaring belandde – via de Italiaanse aanklager De Pasquale – in 2016 bij het Nederlandse Openbaar Ministerie. Drie weken later viel de FIOD binnen op het hoofdkantoor van Shell in Den Haag.

Grote sommen geld

De aanklager tilt woensdag zwaar aan de FBI-verklaring. Er zijn immers allerlei geldstromen naar die hoge Nigeriaanse politici gevonden. Maar de verdachte Rus probeert zich eronderuit te wurmen en de steekpenningen van tafel te krijgen.

De aanklager: „Wist u dat er grote sommen geld aan Nigeriaanse politici waren betaald?”

„Nee, nonsens.” De Nigeriaanse Etete had hem ooit wel verteld dat hij miljoenen moest doorbetalen, maar dat was aan mensen die hem geld hadden voorgeschoten.

Hij is bovendien onder druk gezet tijdens eerdere verhoren, klaagt Agaev tegen de rechter. „Agressief gedrag, lichaamstaal.” Door wie dan, wil de rechter weten. „Door De Pasquale.” Aanklager De Pasquale, twee meter verderop, grijnst. Agaev: „Mijn advocaat moest hem er meerdere malen aan herinneren dat ik een ambassadeur van een grootmacht ben en dat ik respect verdien.” „Het spijt me”, wuift De Pasquale, „het spijt me”, voordat hij in lachen uitbarst. Handenwassend in het toiletblok moppert Agaev verder. „Hij is echt agressief, een soort Gestapo.”

De aanklager wil tot in de avond door, uit de zaal klinkt protest. Maar hij zet zijn plan door, de zaak moet verder. In Nederland daarentegen ligt het strafrechtelijk onderzoek stil wegens discussies over het verschoningsrecht. De advocaten van Shell claimen dat een groot deel van de documenten die bij de inval zijn opgehaald onder beroepsgeheim vallen, ook die van de interne juristen. Shell stelt zich op het standpunt dat er niks illegaals is gebeurd en houdt de verdachte ex-medewerkers thuis, net als Eni.