Bestuursvoorzitter Tomesen: „Wij zijn geen rechter. De moeder aller oplossingen kunnen wij niet bieden.”

Foto Robin Utrecht

‘Sommige klokkenluiders hebben overtrokken verwachtingen’

Wilbert Tomesen Voorzitter Huis voor Klokkenluiders

Tientallen verzoeken tot onderzoek, twee afgerond. Strijd tussen afdelingen. De baas van het Huis voor Klokkenluiders, ondanks de onrust: „Vergis je niet: wij willen melders echt helpen.”

Optimisme is ver te zoeken rond het Huis voor Klokkenluiders, waar melders van misstanden terecht kunnen voor advies, onderzoek en bescherming. In de drie jaar van zijn bestaan was er geen enkele keer goed nieuws over het Utrechtse instituut. Het ging over gefrustreerde klokkenluiders, interne strubbelingen, bestuurswisselingen en mogelijke misstanden bij het Huis zelf.

Eén man gelooft er nog in: bestuursvoorzitter Wilbert Tomesen. De voormalig hoofdofficier van justitie wil, na een turbulent eerste jaar bij het Huis, graag zijn verhaal doen tegenover NRC en website FTM, die de afgelopen maanden samen uitgebreid berichtten over de problemen.

De timing is niet toevallig: recent rapporteerde een commissie onder leiding van jurist Pieter Jan Biesheuvel dat Tomesens benoeming goed verlopen is. Aanleiding voor het rapport waren klachten van Gerrit de Wit (voormalig bestuurslid van het Huis) en een medewerker dat Tomesen niet benoemd had mogen worden, onder meer omdat hij in een vorige functie twee klokkenluiders in de kou had laten staan.

Nu dat uit de weg is, heeft Tomesen twee boodschappen. Eén: de torenhoge verwachtingen van klokkenluiders over het Huis moeten worden verlaagd. En twee: er moet rust komen. De afgelopen jaren waren werknemers van de twee belangrijkste afdelingen van het Huis (‘advies’ en ‘onderzoek’) zo druk met hun onderlinge strijd, dat de aanpak van klokkenluiderszaken eronder leed.

Hoe begon u bij het Huis?

„Ik ben op 1 juli 2018 aangesteld maar door de zomervakantie kon ik pas in augustus echt beginnen, ook nog eens parttime. Er lag meteen in september een melding van een misstand, over mijn benoeming nota bene. Daar hoorde ik pas over in december. Ik heb geen klacht gezien en dat is raar. Als iemand vindt dat er misstanden zijn rond mijn persoon, zeg dat dan in mijn gezicht. Ik weet nog steeds niet precies wat ik verkeerd zou hebben gedaan.”

U heeft 10 jaar geleden als officier van justitie een strafzaak geseponeerd die twee klokkenluiders bij een ministerie hadden aangezwengeld. Wij hebben een brief over die zaak met uw handtekening eronder.

„Laat eens zien? [Tomesen bekijkt de brief]. Ik heb hier geen herinnering aan. Vergeet niet hoeveel mensen ik als officier heb moeten teleurstellen. Gevangenisstraffen, geseponeerde aangiftes, vele honderden zaken. Ik kan niet alles onthouden. En dit is mijn handtekening niet. Deze brief is namens mij getekend.”

Gerrit de Wit heeft hierover ruim drie uur met de commissie-Biesheuvel gesproken. Hij heeft deze brief overhandigd.

„Toen ik bij de commissie was, is maar kort over deze zaak gesproken en is deze brief mij niet voorgehouden. Ik kan me deze zaak niet herinneren, die is indertijd gewoon afgedaan – meer valt er niet over te zeggen. De klachten over mijn verleden voelen als willekeur. Ik moet me verdedigen tegen iets wat ik me niet herinner. Ik heb destijds gewoon mijn werk gedaan. Er zijn meldingen over mij en over het Huis gedaan, achter mijn rug om. Al die meldingen zijn nu afgekaart, er was geen sprake van een misstand en geen aanleiding voor verder onderzoek. Maar zo ontstond wel een beeld dat het bij het Huis allemaal niet deugt, terwijl het wel deugt.”

Het Huis werd bedacht om te voorkomen dat klokkenluiders berooid in een caravan zouden eindigen, zoals Ad Bos overkwam nadat hij de bouwfraude aanhangig had gemaakt. Lukt dat?

„Klokkenluiders zullen zeggen van niet. Dat komt deels omdat sommige melders overtrokken verwachtingen hebben van wat wij voor ze kunnen doen. Dat wij klokkenluiders adviseren, betekent niet dat we oneindige bijstand kunnen verlenen.

„We vragen ons binnen het Huis sowieso af hoe ver we moeten gaan in het vasthouden van de hand van een melder. Want het kan knellen: vanuit grote betrokkenheid advies geven en tegelijkertijd afstandelijk en objectief onderzoek doen naar een melding van een mogelijke misstand.

„Het Huis is niet per se de plek voor de bescherming van de klokkenluider. Zo staat het althans niet in de wet. Daarbij komt dat melders vaak beschadigd zijn geraakt. Als je zo lang in de ellende zit als de meeste klokkenluiders, kan het teleurstellend zijn wanneer de afdeling Onderzoek constateert dat jouw melding geen misstand betrof.”

In drie jaar zijn meer dan vijftig onderzoeksverzoeken binnengekomen, slechts twee zijn afgerond. In beide gevallen klagen de klokkenluiders over de kwaliteit.

Tomesen zucht en valt even stil. „Onze onafhankelijkheid wordt verward met onwil of vooringenomenheid. Maar we kunnen niet op voorhand partij kiezen. Het is niet gek dat een melder teleurgesteld is als hij van ons te horen krijgt dat zijn ontslag niets te maken heeft met de misstand die hij had aangekaart. In die tweede zaak krijgt de melder wel gelijk en is de klacht dat wij geen conclusies trekken of aanbevelingen doen en dat de melder nog niet gerehabiliteerd is.

„Ook hier zijn de verwachtingen te hoog gespannen. Wij zijn geen rechter. Onze rapporten zijn geen vonnissen. De moeder aller oplossingen kunnen wij niet bieden. Onze bevindingen zijn een tussenstap. De melder kan met ons rapport naar de rechter. Niet meer en niet minder.”

Hoe nu verder?

„De Nationale Ombudsman gaat ons adviseren over de verhouding tussen de advies- en de onderzoekstaak. Los daarvan moet snel – hopelijk eind dit jaar – begonnen worden met de evaluatie van de wet. Heeft het Huis gewerkt zoals de wetgever dat wilde en bedoelde?”

Beantwoord die vraag eens?

„De omgeving is zeer kritisch: pers, melders die enorm in de narigheid zitten en verwachtingen koesteren die het Huis niet kan waarmaken. We moeten voortaan nieuwe melders direct bij binnenkomst duidelijk maken wat ze van het Huis mogen verwachten om teleurstelling te voorkomen. De erfenis van voor mijn tijd kan ik niet ongedaan maken. Maar het is een misvatting dat we niet keihard ons best doen. Tegen dat beeld is het moeilijk weerstand bieden. Er wordt hier met de allerbeste bedoelingen gewerkt. Ik ben overtuigd van het nut van een instelling als het Huis. We helpen mensen om gehoord te worden en indien nodig om een misstand het volle pond te geven.

„Onze onderzoeken moeten onbevooroordeeld zijn. Anders zijn we als overheidsorgaan direct uitgespeeld. Tegelijkertijd willen we met onze adviezen melders ontlasten. We willen ze helpen hun leven weer op de rit te krijgen.”

Wij spraken klokkenluiders wier zaak al drie jaar bij het Huis ligt. Ze hebben alle vertrouwen in jullie verloren.

„Wij strijden ook tegen de te hoge verwachtingen die buitenstaanders van het Huis hebben. Maar we moeten ons ook afvragen of we er voldoende in zijn geslaagd de last van de schouders van de klokkenluiders te nemen, terwijl we tegelijkertijd onderzoek doen naar hun meldingen. Daar wringt de schoen. We hebben moeten leren hoe die twee taken kunnen samengaan in één organisatie. Daarop is ook het eerste bestuur gesneuveld. Noem het voortschrijdend inzicht. Maar vergis je niet: wij willen melders echt helpen. Onze onderzoekers lezen ook de krant. Ze kennen de kritiek dat het Huis niet zou deugen en dat zij ongeschikt zouden zijn. Toch gaan ze door. Daar heb ik groot respect voor.”

Het Huis heeft vijf adviseurs voor klokkenluiders op de loonlijst. Eén is geschorst, de andere vier willen weg omdat ze hun collega’s ‘ongemotiveerd en onkundig’ vinden. Bij wie kunnen klokkenluiders terecht?

„De telefoon wordt hier gewoon opgenomen, er wordt gewoon doorgewerkt. En verder vieren we gewoon onze verjaardagen met elkaar. Het beeld van een stuurloze organisatie met alleen conflicten klopt niet.”

Dat is geen beeld, maar een feit. De adviseurs schrijven brieven naar de Tweede Kamer dat de onderzoekers niet deugen en vice versa.

„Het beeld van het Huis is inderdaad niet fraai, maar de tent verdient het te blijven bestaan. De botsing tussen advies en onderzoek is een praktisch, maar vooral een principieel probleem. Een kloof, in feite. Dat hebben we de afgelopen maanden pas goed ingezien.

„Toen ik kwam, was het een instituut met zestien mensen en een secretaresse. Het bestuur was gesneuveld, er was een interim-voorzitter die de scherven al een beetje had opgeruimd. Dat helpt allemaal niet. We werken onder een enorme druk.

„De afdeling advies werkt 400 aanvragen per jaar af, de afdeling preventie functioneert goed. En we hebben het afronden van onderzoeken inmiddels op de rit.”

Wij hebben klokkenluiders gesproken die zeer lovend waren over de adviseur die recent door het Huis is geschorst. Zie je wel, zeggen zij, het Huis deugt niet.

„Ik weet waar jullie het over hebben, maar ik kan op deze zaak momenteel niet ingaan, dat moeten jullie begrijpen.”

Wat vindt u van het idee om de afdelingen advies en onderzoek in aparte organisaties onder te brengen?

„We moeten zeker niet opnieuw verkavelen. Als je de taken advies en onderzoek goed definieert en helder opschrijft, is het Huis krachtiger met alles onder één dak.

„Maar het Huis moet meer zijn dan dat. Ik pleit voor een fonds waaruit juridische kosten van klokkenluiders kunnen worden betaald. Wij zijn geen advocatenkantoor, terwijl melders soms echt juridische bijstand nodig hebben – van gespecialiseerde advocaten.

„Ook gaan we meer doen aan psychosociale hulp en sociale bijstand. We hebben contact met een ggz-instelling waar melders buiten de wachtlijst om terecht kunnen. Die mensen zitten vaak thuis met financiële en sociale problemen. Hun leven moet weer op de rails komen. Daarmee kunnen we ze als Huis helpen.”

Internationaal komen er nu soortgelijke instituten als het Huis. Delen jullie je ervaringen?

„Eindelijk een leuke vraag! Wij hebben vertegenwoordigers uit heel Europa naar Nederland laten komen, als start van een Europees netwerk. Overal is het anders georganiseerd. We hebben eerlijk verteld hoe ingewikkeld de eerste drie jaar voor onze organisatie waren. Van die ervaring kunnen ze in het buitenland veel leren bij het opzetten van een eigen klokkenluidersinstantie. Want ja, het was een rough ride.”