Recensie

Recensie Muziek

Salif Keita is na vijftig jaar nog lang niet klaar

Pop De Malinese zanger Salif Keita, ‘de gouden stem van Afrika’, neemt de luisteraar in Carré mee door zijn levensloop, van ingetogen solozang tot naar het publiek dansend op het podium.

Salif Keita tijdens een optreden in Wiltshire in het Verenigd Koninkrijk in juli 2014.
Salif Keita tijdens een optreden in Wiltshire in het Verenigd Koninkrijk in juli 2014. Foto Samir Hussein

Het lijkt onwaarschijnlijk dat dit werkelijk de laatste tour van Salif Keita is, zoals het her en der wordt aangekondigd. De Malinese zanger die vijftig jaar in het vak zit heeft er nog veel te veel zin in, net als zijn bandleden, blijkt in Carré. Meer zin in elk geval dan de vorige keer, in 2016, toen zijn concert vooraf werd verkocht als akoestisch, maar verdronk in bombast. Gisteravond was hij juist op zijn best bij de ingetogen nummers.

Misschien had Keita het idee dat hij iets goed moest maken. De eerste twee nummers vertolkte hij solo. Zijn gitaarspel wat roestig, zijn stem allerminst. Zwarte pet, zonnebril, een zwart-wit overhemd, zittend op een kruk, zijn scherpe uithalen afwisselend met zachte zang. Een ontroerend begin. Hier zat niet de popster, maar Keita de bluesman. Als albino werd hij verstoten door zijn familie van de hoogste Malinese adel en werd tegen alle sociale wetten in muzikant. Hij verwierf de bijnaam The Golden Voice of Africa en veroverde na West-Afrika in de jaren tachtig Europa en Amerika vanuit zijn nieuwe thuis in Frankrijk.

Zo volgde de avond in Carré in zekere zin zijn levensloop en carrière. Zijn kora-speler voegde zich bij hem en kort daarna de volledige band met twee zangeressen, waarna het concert zijn vaste afropop-gang nam. Onder meer door de afstemming van het geluid bleven de uptempo nummers even doorbijten, de basdrum stuiterde dwars door de andere percussie heen. Maar zijn strakke en energieke band vertolkte de hits zoals dat hoort. Carré stond op en danste. Bij de djembé-solo’s kwamen de dansers op het podium en lieten zezich gewillig opzwepen.

Keita is bijna zeventig. Dus gaat hij soms weer af en mag de kora soleren, als om het bluesy begin weer terug te halen. Maar Keita is nog niet klaar. De avond eindigt met zijn dankwoord dat langzaam transformeert in een prachtig stuk a capella.