Recensie

Recensie Muziek

Rammstein en De Kuip smelten samen tot een ijzersterke legering

Metal Langzaam smeulend bouwde de Duitse metalband Rammstein de show op in De Kuip in Rotterdam. Tot op goed moment eigenlijk overal vuurballen uit vlogen.

Till Lindemann van Rammstein in Stadion Feijenoord in Rotterdam.
Till Lindemann van Rammstein in Stadion Feijenoord in Rotterdam. Foto Andreas Terlaak
    • Peter van der Ploeg

Niemand krijgt z’n barbecue in één keer op volle sterkte aan. Ook de notoir pyromane metalband Rammstein niet. Rustig poken, zachtjes blazen en dan langzaam laten ontbranden. Zo bouwde de band uit Berlijn hun concert op, dinsdagavond in Stadion Feijenoord – De Kuip – in Rotterdam.

Langzaam smeulde de eerste helft van de show. Misschien was het de temperatuur, het was nog dertig graden en er was een hitteplan in werking gesteld. En misschien was het dat de band dat eerste deel vooral leunde op het vorige maand uitgebrachte titelloze album, waarvan de nummers niet allemaal evenveel impact hadden. Klassiekers als ‘Links 2-3-4’, ‘Sehnsucht’ en het mooi dramatische ‘Mein Herz Brennt’ hielden de vaart erin, bovendien klonk de band in het open stadion als een klok, maar tegelijk bleef het visueel redelijk bescheiden.

Foto Andreas Terlaak
Foto Andreas Terlaak
Foto’s Andreas Terlaak

Tot ‘Du Hast’, waarbij vuurpijlen van en naar de imposante pilaren in het publiek op het veld gierden. Bij ‘Sonne’ schoten daaruit reusachtige vuurballen de lucht in – tot op goed moment eigenlijk overal vuurballen uit vlogen en zelfs de bandleden in lichterlaaie stonden. Zeer imponerend was het slepende ‘Rammstein’, het oudste nummer van de band: zo intens dreigend klonken ze zelden.

Theater was er bij ‘Engel’, toen de bandleden op drie rubberboten over de hoofden van het publiek gingen. Tijdens ‘Puppe’ verscheen een enorme kinderwagen op het podium die in de fik ging, en natuurlijk werd toetsenist Christian Lorenz bij ‘Mein Teil’ ongenadig geflambeerd. Overbekende stukjes, maar het is dat theater waarvoor je naar Rammstein komt.

Foto Andreas Terlaak
Foto Andreas Terlaak

En toch hadden ze veel vuurwerk eigenlijk niet eens nodig in De Kuip, waar band en stadion samensmolten tot een ijzersterke legering. De industriële, metershoge richtlampen uit het decor van de band staken nauwelijks af tegen de verweerde metalen dakrand van het stadion. De grote pilaren op het veld zijn vast onhandig bij wedstrijden, maar pasten hier alsof ze er altijd blijven staan. Tijdens de melancholieke ballade ‘Diamant’ piepte de zakkende zon precies tussen het metalen dak en de tweede ring van de tribune heen, en kwam zanger Till Lindemann in een prachtige, natuurlijke spotlight te staan. „Lässt die Welt um mich verblassen - Kann den Blick nicht von dir lassen.