R.A. Basart was dichter met relativerende humor: ‘Voor u zit ik me suf te rijmen’

R.A. Basart (1946-2019) Dinsdag overleed de schrijver R.A. Basart: een dichter en romancier die ironisch was, maar ook wel twintig jaar zweeg en dan vergeten leek.

R.A. Basart in 2015.
R.A. Basart in 2015. Foto Geert Snoeijer

„Er was één overweging die me moed gaf, ze kenden me niet.” Dit schreef de dinsdag overleden schrijver R.A. Basart (1946-2019) in 1976. Het is het begin van een kort verhaal waarin een man vertelt over een operatie waarbij zijn neus is beschadigd – hij moet gaan lesgeven en het enige dat de hoon kan verzachten, is dat ‘ze’ hem nog niet kennen. Die moed wordt de grond in geboord; het loopt niet goed af.

Op dat moment was Basart een schrijver die ‘ze’ nog niet kenden, maar hij was er het type niet naar om daaruit per se moed te putten. Daarvoor was de zelfrelativerende humor te zeer aanwezig. Een jaar eerder was hij gedebuteerd met de dichtbundel Oranjebal. Hij kreeg er prompt de Fontijnprijs voor, een aanmoedigingsprijs, uit handen van een jury met geestverwanten als Gerrit Komrij, Mensje van Keulen en Guus Luijters.

‘Ik zing voor u’

Basart paste in het rijtje neo-romantische dichters die in de jaren zeventig terugkeerden naar de romantiek, maar met een intelligent gevoel voor ironie en spel in plaats van weltschmerz. Dat bleef bij Basart zo toen hij in 1977 kwam met de bundel De gezonde apotheek. „Ik zing voor u. Voor u heb ’k geen geheimen./ Verwacht dus geen verborgen zin./ Voor u zit ik me suf te rijmen:/ Wie strikken zoekt, die trapt erin”, zijn enkele typerende regels uit deze bundel.

Zelfrelativering begon te overheersen en zingen werd zwijgen, twintig jaar lang. Basart gaf les op een middelbare school en raakte in die tijd als dichter vergeten. Aangenaam verrast waren de critici toen hij in 1997 terugkeerde met de roman De laatste lach. De ironie en de speelsheid in deze roman, over een oud-leraar Nederlands die nu zijn brood verdiende met het beoordelen van andermans manuscripten, had „welhaast bovenmenselijke proporties” aangenomen, oordeelde NRC.

Lees ook: Om de hoek blijkt een half uur lopen

Met al zijn literaire knipogen bleef hij een writer’s writer met een klein publiek, en het werd weer stil, wederom bijna 20 jaar. En toen verscheen een geestige, speelse roman onder de titel De verzoening. Ook in dit verhaal gaat het over een docent in ruste, in wie het niet heel moeilijk is Basart zelf te herkennen.

Het was alsof hij, met dat telkens zwijgen en weerkeren, de regels in het gedicht ‘Stof tot stof’ een eigen invulling gaf: „Ouder worden is steeds minder / komen en steeds minder gaan / Maar ga ik heen dan kom ’k terug, want / vóór ik hier kwam was ik daar”. Het zwijgen zal deze keer definitief zijn – al zinspeelde de dinsdag op 72-jarige leeftijd overleden schrijver in 1983 nog op het schrijven vanuit het hogere: „En de hemel sloeg dicht als een boek”.