Politici wilden luisteren, maar zagen alleen nog boze burgers

SCP-rapport Volgens het SCP is Nederland lang niet zo verdeeld als politici doen geloven. Politiek heeft de kloof met burgers vergroot.

Betogers in gele hesjes voeren in navolging van het protest in Frankrijk en Belgie actie.
Betogers in gele hesjes voeren in navolging van het protest in Frankrijk en Belgie actie. Foto Marcel van Hoorn / ANP

De Verweesde Nederlander bestaat, maar vooral op het Binnenhof.

Woensdag publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een grootschalig onderzoek naar de Nederlandse identiteit. Het SCP onderzocht tot in detail wat Nederlanders bindt en verdeelt. Misschien wel de opmerkelijkste conclusie: de Nederlander zoals politici die zien en de Nederlander zoals het SCP die omschrijft, zijn totaal verschillend.

Ja, schrijft het SCP, Nederlanders zijn verdeeld, maar zwaar gepolariseerd is Nederland niet. Onderzoekers vroegen Nederlanders zelf positieve en negatieve kenmerken van hun land te noemen. Niemand werd dus een antwoord in de mond gelegd. Als positief kenmerk scoren ‘vrijheden en democratie’ opvallend hoog (38 procent). Onder de negatieve kenmerken worden begrippen die de afgelopen jaren in het politieke debat centraal hebben gestaan nauwelijks genoemd. ‘Verliesgevoelens’: 7 procent. Islam: 2 procent (wat in tegenspraak is met de 62 procent die de islam later in het onderzoek als ‘bedreiging’ aankruist). Zwarte Piet: 1 procent.

Over het SCP-rapport: Van opblaaskroon tot vrijheid

De bezorgde burger

Het lijkt daarom alsof diezelfde politiek de afgelopen jaren een eigen burger heeft geboetseerd. De ‘bezorgde burger’: conservatief en hardwerkend, iemand die weinig opheeft met klimaatbeleid en migratie. Een burger die ‘een gevoel van verlatenheid’ ervaart, zo omschreef voormalig CDA-leider Sybrand Buma het eens. Diezelfde Buma voorspelde „een nieuwe Fortuyn-revolte” rondom klimaatbeleid.

Gert-Jan Segers (ChristenUnie) had het eind vorig jaar nog over een aankomende „populistische golf”. En premier Mark Rutte (VVD) nodigde vertegenwoordigers van de Gele Hesjes, die enkele zaterdagen met een handjevol mensen demonstreerden, uit op het Torentje. Wie ook door partijen van links tot rechts wordt uitgenodigd om het maatschappelijke ongenoegen te duiden: SCP-directeur Kim Putters.

Profiel van Kim Putters: de man naar wie politici luisteren

Het ongenoegen van burgers heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de politiek. Maar het kwam centraal te staan na de opkomst van en de moord op Pim Fortuyn in 2002. Toen, schrijft het SCP, begon ook „het nationale identiteitsdenken het politieke debat en landschap te beheersen”. Zorgen van burgers mochten niet langer verdoezeld worden, maar moesten serieus genomen worden. Er moest ‘benoemd’ worden wat daarvoor zogenaamd niet besproken had mogen worden, zoals de keerzijde van multiculturalisme.

Zorgen van burgers zijn sindsdien vooral geïnterpreteerd als culturele zorgen. Politiek debat liep het hoogst op als het ging om identiteit. Het ging over bedreigingen van ‘Nederlandse waarden’. De laatste jaren werd daarbij veel naar het Verenigd Koninkrijk (Brexit) en de Verenigde Staten (Trump) verwezen. Dat kan ook hier gebeuren, als we niet luisteren naar burgers, zeiden ook de middenpartijen. Of beter gezegd: zeiden júist de middenpartijen, die na de afgelopen decennia hun vaste achterban verloren te hebben op zoek gingen naar nieuwe kiezersgroepen in het ontzuilde Nederland.

Symbolen en tradities

Maatschappelijke verdeeldheid is er zeker, constateert het SCP. Maar die lijkt niet op de heftige polarisatie die de Haagse politiek kenmerkt. Het SCP verdeelt Nederlanders in drie categorieën, archetypen: de Nederlanders die zich verbonden voelen met de Nederlandse symbolen en tradities, een groep die burgerlijke vrijheden typerend voor Nederland vindt, en een groep die onverschillig is.

De verschillen tussen die groepen zijn groot. De ‘symbolen en tradities’-Nederlanders stemmen vooral VVD, CDA, PVV en 50Plus. De ‘burgerlijke vrijheden’-mensen vind je vooral bij D66 en GroenLinks. Ze gebruiken andere media – de eerste groep leest het AD en De Telegraaf en kijkt naar Harry Mens, de tweede groep leest de Volkskrant en NRC en kijkt naar Buitenhof.

Maar volgens het SCP is deze tweedeling niet absoluut. De meeste burgers bevinden zich ergens tussen deze twee tegenpolen in. En ondanks verschillen in economische, regionale en etnische achtergrond delen veel groepen opvattingen over wat belangrijk is voor Nederland. „We zijn het in de kern behoorlijk met elkaar eens over wat Nederland tot Nederland maakt”, schrijft het SCP.

De twee uitersten zijn klein in aantal, maar fel in toon: dat uit zich volgens het SCP bijvoorbeeld in het debat over Zwarte Piet. Dat is „omdat het een normatieve botsing van wereldbeelden is”. Dat versterkt het beeld van een gepolariseerd land.

Ook politici kunnen die polarisering aanwakkeren, door één archetype tot ‘gewone Nederlander’ te verheffen en diens opvattingen tot de standaard. Dáár moet naar geluisterd worden, de rest moet zich schikken.

Daarmee bereiken politici het tegendeel van wat ze beogen. Ze willen burgers bereiken door hun veronderstelde zorgen te benoemen. Maar door die zorgen uit te vergroten, creëren ze juist afstand tot diezelfde burgers.

Het door burgers meest genoemde negatieve kenmerk van Nederland volgens het SCP? ‘De politiek’ (17 procent). En de ‘grootste bedreiging’: polarisatie (77 procent).