Opinie

Onderwijsvernieuwingen die wél werken

Onderwijsblog Veel gepropageerde onderwijsvernieuwingen zijn onbewezen of schadelijk. Erik Meester noemt methoden die wel werken.

Foto Tjapko de Heus/ANP

De laatste tijd is er in verschillende media veel aandacht voor kritische geluiden over allerlei populaire onderwijsinnovaties zoals gepersonaliseerd leren, leerpleinen en het gebruik van ICT. De kritiek komt er vaak grotendeels op neer dat onderwijswetenschappelijke onderbouwing voor de betreffende innovaties ontbreekt. Ook komt het voor dat de innovaties al wel eerder zijn onderzocht maar met een gemengd of zelfs negatief resultaat. Als we aan iets nieuws beginnen moeten we aanwijzingen hebben dat de verandering een verbetering is. Daarom is het goed om ook te horen wat – volgens de huidige onderwijswetenschap – feitelijk wel veelbelovende onderwijsinnovaties zijn?

Hoge verwachtingen van alle leerlingen

Leraren behandelen leerlingen waar ze lage verwachtingen van hebben anders. Dat geldt met name voor leerlingen met een kwetsbare sociaaleconomische of etnische achtergrond. Dit uit zich vaak in minder uitdagende opdrachten en minder leerzame interacties. Het gevolg is de ‘self-fulfulling prophecy’, een kwalijk fenomeen wat gevoelig ligt maar dus toch om aandacht vraagt. Wat kunnen we hier aan doen?

In het onderwijs wordt nog altijd veel gebruik gemaakt van drie niveaugroepen: zwakke, gemiddelde en sterke leerlingen. Onderzoek laat zien dat leraren met hoge verwachtingen van alle leerlingen dit heel anders organiseren. Zij differentiëren juist nauwelijks op niveau maar op ondersteuning en werken zoveel mogelijk klassikaal. Als deze leraren groepjes maken zijn die gemengd en flexibel samengesteld, zodat zwakkere leerlingen zich aan het niveau van sterkere leerlingen kunnen optrekken. Met deze aanpak behalen zwakkere leerlingen veel betere resultaten zonder dat sterke leerlingen daar onder ‘lijden’. Daarbij is de sfeer in deze klassen vaak ook veel beter omdat (1) leeringen het dondersgoed in de gaten hebben als zij anders worden behandeld en (2) daar flink de pest aan hebben.

Responsief lesgeven

Als leerlingen nieuwe of complexe concepten en vaardigheden moeten aanleren is dat cognitief natuurlijk erg belastend. Als zij er door de leraar toe worden gezet om door eigen onderzoek tot bepaalde ontdekkingen te komen gaat het daarom logischerwijs vaak fout. Ze zijn zo druk met het ‘onderzoek doen’ dat hun de inhoud ontgaat of erger: ze ontwikkelen misconcepties en leren effectief in hun achteruit. Het ouderwetse beeld van de onderwijzer die met eenrichtingsverkeer een hele groep leerlingen toespreekt zien we echter ook niet meer zitten. Is er dan geen andere oplossing?

Binnen de onderwijswetenschappen is er grote consensus over de belangrijkste principes van instructie. Wat blijkt: het stapsgewijs uitleggen, voordoen en hardop denken blijft natuurlijk gewoon de basis maar het is wel belangrijk om hierbij continue interactie met de hele groep te onderhouden. Zo houden leerlingen gemakkelijker hun aandacht erbij, worden ze tot het broodnodige denkwerk aangezet en kan de leraar regelmatig controleren op begrip. Dat laatste aspect wordt vaak overgeslagen en daardoor ontstaat het risico dat (met name de zwakkere) leerlingen afhaken.

Toetsing en feedback

Toetsen heeft een slecht imago gekregen. Dit komt omdat veel mensen vinden dat er teveel toetsen worden afgenomen, of dat er twijfels zijn over de validiteit van de toetsen (denk aan de rekentoets vol verhaaltjessommen). De oplossing ligt echter niet in het afschaffen van toetsen. Want er zijn ook voordelen. Is er dan geen gulden middenweg?

Een goede periodieke summatieve toets – denk aan zo een twee keer per jaar – kan een nuttig inkijkje bieden in de relatieve vooruitgang van leerlingen. Scoren leerlingen – ten opzichte van een vergelijkbare groep – slecht, dan kan dit voor het schoolteam een goed aanknopingspunt zijn voor verdere analyse en gerichte verbeteracties. Daarnaast blijkt uit veelvuldig onderzoek dat toetsen een hele effectieve manier van leren kan zijn, mits de toets niet (of niet al te zwaar) meetelt.

Door toetsen geheel af te schaffen spoel je dus het kind met het badwater weg. Op basis van een toets kan je leerlingen ook meer gerichte feedback geven. Onderzoek laat zien dat leraren veel feedback geven maar dat de kwaliteit van deze feedback sterk verschilt. Tegen leerlingen zeggen dat ze ‘zorgvuldiger moeten werken’ is bijvoorbeeld te vergelijken met tegen een caberatier zeggen dat hij ‘grappiger moet zijn’. Goede feedback bevat daarentegen specifieke informatie over hoe de leerling het werk en/of zichzelf kan verbeteren. Zo krijgt de toets een formatieve functie en daar wordt niemand slechter van.

Tot slot

Genoeg te doen dus! En bovenstaande onderwijsinnovaties zijn alleen nog maar gericht op het microniveau, het klaslokaal. Er is echter ook veel te verbeteren op mesoniveau, denk aan invulling en opbouw van het curriculum, de kwaliteit van onderlinge samenwerking, en waarschijnlijk de belangrijkste voorwaarde voor een goede school: effectief leiderschap. Maar dat bewaar ik voor een volgende blog.

Erik Meester is verbonden aan de opleiding Pedagogische Wetenschappen van primair onderwijs aan de Radboud Universiteit.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.