Opinie

Met fantasie wuif je de ploerten weg

Joyce Roodnat Joyce Roodnat is in het Italiaanse Bologna bij het Festival del Cinema Ritrovato. Ze ziet er prachtige, fantasierijke films onder de blote hemel.

Joyce Roodnat

In Bologna is het festival van de teruggevonden film begonnen, het Festival del Cinema Ritrovato, met acht dagen lang films die zijn teruggevonden, gerestaureerd of anderszins opgevist. Er is van alles, van Hollywood-legendes tot obscure Duitse zwijgende films. En elke avond wordt op een enorm scherm op het middeleeuwse Piazza Maggiore in de open lucht de film van de dag vertoond. Vrijdag zal dat de definitieve, gerestaureerde versie van Apocalypse Now (1979) zijn, en de geruchten willen dat hij wordt ingeleid door regisseur Francis Coppola zelf.

Maar nu introduceert Emi De Sica, 80 en zichtbaar geamuseerd, de film Miracolo a Milano (‘Wonder in Milaan’, 1951) van haar vader Vittorio De Sica. Ze was 11 toen ze met haar vader mee mocht naar Cannes, waar de film de Gouden Palm won. Emi De Sica vertelt van alles, bijvoorbeeld waarom in deze film de havelozen nou eens niet per melodrama, maar positief benaderd werden. En ook dat de bedoeling was om de film I poveri disturbano, ‘De armen storen’, te noemen. Maar dat werd verboden, dat was te provocerend.

En dan is de zon onder en gaat Miracolo a Milano van start, onder de blote hemel. Wat goed uitkomt, want aan het eind vliegen de armelui, die zich vergeefs verweerden tegen de mannen met de bontkragen en de hoge hoeden, op bezemstelen naar de wolken. De scène is klassiek, Steven Spielberg nam hem over voor E.T. als de jongetjes de wantrouwende burgers van zich afschudden door weg te vliegen op hun fietsjes. Oftewel: gebruik je fantasie, daarmee kun je de ploerten wegwuiven, want verbeeldingskracht is iets wat de ploert niet snapt. Hij kan schelden en geweld gebruiken, en dat is eng. Maar zijn leven is bleek en zijn avonturen zijn plat. Dus toedeloe, ploert.

Miriam Hopkins (links) als Becky Sharp en Frances Dee in de film Becky Sharp (1935) naar de roman Vanity Fair van Thackeray.

Voor mij was het, voorlopige, hoogtepunt in Bologna de vertoning van Becky Sharp (1935, naar de roman Kermis der ijdelheid van Thackeray). Dat was de allereerste speelfilm die in technicolor werd gemaakt. Technicolor is het procédé dat films op liet vlammen. Alsof de hele wereld visagie kreeg, zo mooi, zo warm, zo heftig zijn ze. Niet fel maar vol. Het zijn de kleuren die musicals als An American in Paris oplichtten. Hitchcock was er dol op, hij maakte er zijn mooiste films mee.

Becky Sharp is het verhaal van een vrouw die de hogere klasse een deugd doet door haar te bedriegen, en ze blijft sympathiek! Regisseur Rouben Mamoulian zie je doorhebben dat hij met waanzinnige kleuren dit waanzinnige verhaal waar kon maken.

Het technicolor-procédé bestaat niet meer, maar we hebben de films en we kunnen onderduiken in een wereld waar het blauw korenbloems is, het geel schijnt als de maan en het rood klopt en bloedt, in japonnen, uniformen, en op zachte wangen.