Kodri in Indonesië is heel blij met westerse plastic verpakkingen

Verwerking Westers plastic Rijke landen exporteren veel plastic afval naar Zuidoost-Azië. Daar groeit het verzet. Maar niet in Indonesië, waar veel mensen leven van het recyclen. „Dit zijn onze rijstvelden.”

Een man draagt een mand vol plastic afval dat kan worden gerecycled in Bangun, op Java.
Een man draagt een mand vol plastic afval dat kan worden gerecycled in Bangun, op Java. Foto Fully Syafi

Een diepvrieszakje waar ooit Australische bosbessen in zaten. Een lege mozzarella-verpakking met Italiaans opschrift. Een gedeukte fles sinaasappelsap uit de Verenigde Staten. In de achtertuin van Kodri ligt de wereld aan plastic. Er stijgt een weeïge lucht uit op.

Geroutineerd sorteert Kodri de berg afval die hij een paar dagen geleden bij hem thuis heeft laten bezorgen. Blik mikt hij in een teil. Hard plastic gaat op een hoopje achter hem. Flesjes weer op een andere stapel. Met een harkje haalt Kodri het afval dichterbij, zodat hij zelf kan blijven zitten.

Kodri en zijn dorpsgenoten, ze wonen in Bangun in het oosten van het Indonesische eiland Java, leven van plastic afval. Al zo lang dat ze niet eens meer precies weten wanneer ze ermee begonnen. Ergens in de jaren tachtig of negentig van de vorige eeuw misschien?

Van Afrika tot China: plastic is overal, maar de wil om op te ruimen begint te komen

Iedereen in het dorp runt zo zijn eigen kleine onderneming. De één sorteert, de ander verkoopt liever door. Weer een ander laat het afval drogen in de zon, om het daarna verder te verkopen als brandstof. Aan de weg die door het dorp slingert, liggen overal bergen plastic, soms wel meters hoog. Zoals de buurvrouw van Kodri zegt: „Dit zijn onze rijstvelden.”

De laatste tijd is Bangun veel in het nieuws, zowel landelijk als internationaal. Indonesië is één van de landen in Zuidoost-Azië waar de invoer van plastic afval sterk stijgt, sinds China begin vorig jaar de plastic-import praktisch heeft verboden. Tegelijk leveren Indonesië en andere landen in deze regio een grote bijdrage aan de ‘plastic soep’ in de oceanen. China staat volgens onderzoek uit 2015 bovenaan als meest vervuilend, daarna komen Indonesië, de Filippijnen en Vietnam.

Deze landen hebben hun eigen afvalverwerking niet op orde en krijgen daar nu de Europese, Amerikaanse en Australische tonnen nog eens bij.

Hup de rivier in

Hun eigen huisafval gooien veel Indonesiërs zo hup, de dichtstbijzijnde rivier in. Hier in Oost-Java is dat de Brantas-rivier. Dichtgeknoopte zakjes huisvuil drijven als kleine bootjes mee op de stroom. Het westerse plastic komt óók via de Brantas in zee terecht, alleen dat is minder makkelijk te zien. Het zijn microplastics, kleine plastic deeltjes, vertelt activist Aziz. Hij is van de stichting Ecoton, die probeert om de Brantas-rivier schoon te krijgen.

Ecoton deed onderzoek naar het welzijn van de vissen in de Brantas. Bij tachtig van de honderd vissen vonden ze microplastics in hun maag. Het komt in de rivier terecht doordat papierfabrieken in de regio hun restwater erin dumpen. Officieel importeren die fabrieken alleen oud papier, maar daar zit vaak veel plastic tussen, legt Aziz uit: „Sommige containers bevatten maar 40 procent oud papier en wel 60 procent ander afval.” Het best bruikbare plastic verwerken de fabrieken zelf en de rest verkopen ze aan wie het hebben wil, al mag dat eigenlijk niet.

Dit voorjaar kochten ze bij Ecoton een paar vrachtladingen afval van zo’n fabriek, om erachter te komen wat daar allemaal tussen zat. Die aankoop ligt nu bij hen in de tuin. Het is een grote bult met schoenen, kleren, lege flessen wasmiddel, luiers, plastic zakjes. De stank is niet eens zo vreselijk erg. „Dat komt doordat ze in westerse landen meestal het organische afval scheiden van de rest, anders dan hier”, vertelt Aziz. In Indonesië gaat alles op één hoop.

Volgens Ecoton is de stijging van de afvalimport de laatste maanden duidelijk te merken. Ze ontdekten dat de fabrieken aan het uitbreiden zijn. Plastic in containers met papier stoppen, is een slimme truc omdat voor import van oud papier volgens de Indonesische wet geen controle nodig is. Maar het is hoog tijd dat de overheid beter controleert wat het land binnenkomt, zegt Aziz. En aan de export-kant moeten andere overheden beter in de gaten houden wat hun land úit gaat. Ecoton schreef brieven aan ambassades van het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada en Australië: „Huisafval moet in jullie eigen land gerecycled worden.”

Lees ook: China wil ons plastic niet meer hebben. Wat nu?

Vijf containers teruggestuurd

Deze maand stuurde Indonesië, als laatste land in Zuidoost-Azië, vijf containers afval terug naar het land van herkomst. In dit geval de VS. Thailand, Maleisië en Vietnam namen al eerder dat soort maatregelen en kondigden vorig jaar, net als China, een verbod af op de invoer van plastic. Al is de handhaving daarvan volgens onderzoek van milieuorganisatie Greenpeace meestal slecht. Vorig jaar zomer daalde in Thailand en Maleisië de import sterk – kort na een nieuwsgolf over de afvalcrisis daar. In de maanden daarna nam de invoer weer toe.

Voor Indonesië is het lastig om streng op te treden, omdat het vuilnis veel inwoners aan een inkomen helpt. Zoals in Bangun. De vrolijke Kodri is blij met het werk. Hij stuurde zijn twee kinderen ervan naar school, kocht wat extra land, renoveerde zijn huis. Soms zit er contant geld tussen de hopen: dollars of euro’s. Zelf vond hij alleen kleine bedragen, de buren hadden meer geluk. Die konden ervan op bedevaart.

Kodri heeft op televisie wel iets zien langskomen over de containers die terug moesten. Waarom, dat weet hij niet. „Met dat soort dingen houden wij ons niet bezig. Dat is voor de hoge heren. Misschien was het te sterk vervuild.” Vindt hij het slecht voor het milieu, al dit plastic? Welnee. „We recyclen toch alles?”

Zelfs voor het plastic dat overblijft na het sorteren, troep die voor niemand meer van waarde lijkt, is hier nog een markt te vinden. Een half uurtje rijden van Bangun stoot de ene fabriekspijp nog zwartere lucht uit dan de andere. Hier stouwen de werknemers van tientallen kleine tofu-fabrieken het plastic in hun verbrandingsovens. Tofu bestaat uit sojabonen en ze gebruiken de hitte als aandrijving voor het malen van de bonen.

Verpakkingen van oploskoffie

Bij onderneemster Lulu Herawati in de werkplaats liggen zakken met lege verpakkingen van oploskoffie naast een stapel hout. Ongeveer een jaar geleden begon Herawati ermee om het plastic dat de oven in gaat, met hout te vermengen. Eerst gebruikte ze alleen plastic, want hout is duurder. En die uitgezochte koffieverpakkingen zijn op hun beurt weer duurder dan ongesorteerd plastic. Maar anders gaan de mensen uit de buurt klagen. „Dan vinden ze de lucht te vies. Met hout erbij is de rook minder zwart.”

Uit allerlei onderzoek blijkt dat bij het verbranden van plastic schadelijke stoffen vrijkomen. Sommige zijn zelfs kankerverwekkend. In de tofu-fabriek dwarrelen zwarte vlokjes over het terrein. Na tien minuten slaat de zware lucht op je longen. Lulu Herawati heeft nergens last van, zegt ze. Zij is hier geboren, ze is eraan gewend.

Herawati wijst naar de buren. Dáár gebruiken ze ongesorteerd restafval. De mannen gooien de ene zak na de andere op het vuur, het plastic smelt binnen een paar minuten weg. In de meeste zakken zitten alleen nog flarden, met hier en daar ineens iets herkenbaars. Een zak diepvriesgarnalen uit India, een verpakking M&M’s. En een zakje amazing gedroogde pruimen uit de Verenigde Staten. Please recycle, staat op de achterkant.

Lees meer over de agenda voor de G20 in Japan