Kelten wisselden bier graag af met wijn

Archeologie De bewoners van Vix hadden een dynamische feestcultuur. Ze waren niet bang om een nieuwe drank als wijn te proberen.

De 208 kilo wegende Cratère de Vix, een bronzen wijnvat van 1,65 meter hoog en een inhoud van 1.100 liter.
De 208 kilo wegende Cratère de Vix, een bronzen wijnvat van 1,65 meter hoog en een inhoud van 1.100 liter. Foto Karsten Wentink

De Kelten die tussen de zevende en vijfde eeuw voor Christus leefden rondom het Franse plaatsje Vix deden zich naast lokaal gebrouwen drank ook te goed aan vanuit het Middellandse Zeegebied geïmporteerde wijn. Ze gebruikten bij hun feesten zowel zelfgemaakt aardewerk als karaffen en kelken die met de wijn meekwamen uit het zuiden. Dat blijkt uit onderzoek van Duitse archeologen dat vorige week werd gepubliceerd in PLOS ONE.

Tijdens opgravingen op de Mont Lassois bij Vix stuitten archeologen in 1953 op een tombe waarin talrijke prachtige artefacten 25 eeuwen verborgen hadden gelegen. Een vrouw van rond de veertig jaar lag er op een strijdwagen; zij moet van Keltische adel zijn geweest. De vondsten zijn ondergebracht in een lokaal museum, waar het immense wijnvat dat bekend staat als de Cratère de Vix de belangrijkste attractie vormt. De vaas is gemaakt door Griekse bronsgieters en heeft een inhoud van maar liefst 1.100 liter.

Streek heet nu Bourgondië

Behalve dit vat zijn rondom Vix ook talrijke (scherven van) bekers en karaffen van aardewerk gevonden. Aan deze objecten hebben de archeologen nu onderzocht wat de Kelten zoal dronken. De onderzoekers gebruikten gaschromatografie (bij deze methode worden de verschillende moleculen waaruit een materiaal bestaat in gasfase van elkaar gescheiden) en massaspectrometrie (waarna de stoffen aan de hand van hun massa worden geïdentificeerd met behulp van elektrische en magnetische velden).

De archeologen deden hun onderzoek aan 99 aardewerkfragmenten. Daarvan bleken er zestien afkomstig uit het gebied rond de Middellandse Zee. De rest was lokaal vervaardigd in de streek die nu Bourgondië heet. Op en ingetrokken in het materiaal werden talrijke aanwijzingen gevonden over de drinkcultuur van de bewoners van deze nederzetting.

Voor het eerst is hars als additief aangetroffen ten noorden van de Alpen

De Kelten gebruikten hun mediterrane servies niet alleen voor geïmporteerde wijn, maar ook om lokale brouwsels uit te drinken, waaronder een bier dat op smaak was gebracht met hars van een naaldboom. Het is de eerste keer dat hars als additief is aangetroffen ten noorden van de Alpen. Mogelijk importeerden de Kelten met hun wijn ook de kennis om deze stof aan hun consumpties toe te voegen. De plaatselijke potscherven bevatten resten van gierstbier. De onderzoekers vermoeden dat dit gedronken werd door mensen van een lagere sociale status, terwijl gerstebier een drank was voor de stamgenoten met meer aanzien.

Honing in de drank

In 50 procent van de geteste monsters is bijenwas aangetroffen. Dit residu blijft altijd achter als er honing in een drank is gestopt. Volgens de onderzoekers kan de aanwezigheid van honing erop duiden dat de Kelten hun drankje graag zoet dronken, maar de gefermenteerde honingdrank mede was bij alle volkeren in Europa ook op zichzelf populair als geestverruimende versnapering. Het zou dus kunnen dat deze drank puur of in mixvorm is geconsumeerd.

De onderzoekers concluderen dat de bewoners van Vix een dynamische feestcultuur hadden, waar men niet bang was om een nieuwe drank als wijn aan het menu toe te voegen, zonder daarbij traditionele dranken als mede en bier af te danken. Of de Kelten daarbij de hand hielden aan het motto ‘wijn na bier geeft plezier, bier na wijn geeft venijn’ is uit de analyse niet duidelijk geworden.