Recensie

Recensie Beeldende kunst

Het masker maakt je iemand anders

    • Lucette ter Borg

Tentoonstelling Over maskers kun je heel veel exposities maken: carnaval, theater, doden, enzovoort. Gelukkig koos men in Bonn voor één aspect: het masker in de kunst sinds 1900.

Edson Chagas, Filipe D. Kuangana (2012).
Edson Chagas, Filipe D. Kuangana (2012). Foto’s uit catalogus

De rokjes zijn kort, de naveltruitjes strak, broekspijpen plakken aan harige benen. Het is broeierig heet op de strip van Myrtle Beach, South Carolina, en de nacht staat te trappelen om te beginnen. Er klinken claxons, geschreeuw, gefluit. Er is dorst naar bier, dorst naar vlees in alle soorten en maten, dorst naar sensationeel uit je dak gaan.

De strip van Myrtle Beach is voor veel toeristen (14 miljoen per jaar) hemel op aarde. Maar voor sommigen onder ons is die strip, laat ik zeggen, de hel. Signe Pierce (1988) en Alli Coates – de één performance-kunstenaar, de ander filmmaker – hebben zich voor hun korte videofilm American Reflexxx uit 2013 ondergedompeld in die hel. Pierce, die zich zelf een ‘reality artist’ noemt, gebruikt in de film haar eigen lichaam als onderzoeksobject. Dat doet ze onbarmhartig, stoïcijns en ja: dapper. Gekleed in een knalblauw jurkje (zo kort dat soms een stuk bil eronderuit piept) wiebelt ze op paalhoge neonhakken, met een zilverspiegelend masker voor haar gezicht over de nachtelijke strip. Ze danst, neemt sexy poses aan, gaat op de foto, ze praat niet, ze trekt het masker niet weg.

De wandeltocht van een meid die wel in is voor een geintje, wordt al snel grimmig. Pierce wordt met bier overgoten, ze wordt uitgescholden („It’s a fucking dude!”, „It’s a shimmmm!”), een bronstige nachtbraker waagt een zweterige zoen, ze wordt geknepen en uiteindelijk ja, van haar hakken geduwd. Ze valt, ligt op de stoep. Haar knieën bloeden.

American Reflexxx bestaat uit scènes en stills die in korte, flitsende herhalingen op de kijker worden afgevuurd – als kogels ja. Daarmee maakt de film op een heleboel manieren duidelijk hoe dwingend de (heteroseksuele) etiquette is op Myrtle Beach. Pierce negeert die etiquette door haar uitdagende, transgender verschijning, maar ook door het spiegelende masker dat ze draagt. Dat masker wekt de meeste woede. Wie gaat schuil achter dat glansobject? Een man, een vrouw, een ding? Wat gebeurt er als we hem, haar of het tarten, bespotten, pijn doen? Niet gekend willen worden is de grootste van alle misstappen die je op Myrtle Beach kunt zetten.

Kunstmaskers

American Reflexxx is een van de vele topwerken op de overzichtstentoonstelling Maskers – de kunst van de verandering in het Kunstmuseum in Bonn. De expositie, samengesteld door curator Barbara Scheuermann, is zo goed omdat Scheuermann het thema van het masker bewust heeft ingeperkt. Dat thema, schrijft ze in de catalogus, is eindeloos, veel te breed om er iets interessants van te maken. Vergeet daarom de carnavalsmaskers, theatermaskers, etnografische maskers en dodenmaskers.

In plaats daarvan heeft Scheuermann de afgelopen 120 jaar doorgespit op zoek naar kunstenaars die het masker als metafoor gebruiken om iets te zeggen over maatschappelijke verhoudingen, rolpatronen en veranderingen. Een stoet aan schilders, performers, fotografen, beeldhouwers en post-internetkunstenaars trekt voorbij, soms chronologisch gepresenteerd, soms ook weer niet.

Meret Oppenheim, Maske (1959)

Daardoor ontstaan mooie lijnen van het begin van de tentoonstelling naar het einde en weer terug. Neem het vroegste portret dat in Bonn te zien is: een prachtig, staccato geschilderd zelfportret met sigaar uit 1919 van de Duitse expressionist Karl Schmidt-Rottluff. Niemand die de in de Eerste Wereldoorlog dienstplichtige Schmidt-Rottluff meemaakte, zal in dit geharnaste, groen, blauw en steenrood geschilderde gezicht meteen de kunstenaar herkennen. Daarvoor valt het geschilderde hoofd te zeer uiteen in geometrische vormen, met contouren die zo scherp zijn als de punt van een bajonet. De kunstenaar die je vanaf het doek aankijkt, is geen mens maar een huls.

Gelijksoortige hulzen staren je aan in de keramische Helmen van de Amerikaanse Stef Heidhues (1975) en in de installatie van de Duitse kunstenaar Julius von Bismarck (1983). Von Bismarck dwingt je in Omoh (2018) om lijfelijk tussen een groep levensechte, gehelmde en op beweging reagerende leden van de Duitse oproerpolitie te lopen. Je kent ze wel, met hun zwarte helmen, hun lelijke pakken, zwarte handschoenen en zware laarzen – alles ontworpen om angst aan te jagen. En nu kun je je neus tegen hun helm drukken, je tenen de punten van hun laarzen laten raken, en hopen dat de wapenstok niet wordt geheven.

Bijna alle kunstenaars verhouden zich in hun werk tot de vraag wat identiteit nu eigenlijk is

Ook mooi zichtbaar is de hybride, genderfluïde lijn die loopt van de dadaïstische collages van de Duitse Hannah Höch (1889-1978), via de strak geënsceneerde foto’s van de Franse Claude Cahun (1894-1954), naar de geënsceneerde foto’s van de Amerikaanse Cindy Sherman (1954), de gemaskerde zelfportretten van de Britse Gillian Wearing (1963) en de verleidelijk uitbundige ‘fruitmodellen’ van de Amerikaanse Martine Gutierrez (1989). Bijna alle kunstenaars verhouden zich in hun werk tot de vraag wat identiteit nu eigenlijk is. Is het een vaststaand gegeven? Nee, zeker niet. Kan identiteit zodanig worden gemanipuleerd en vormgegeven, dat er andere perspectieven denkbaar worden, desnoods met behulp van een masker? Ja, zeker wel.

Toch zijn er ook twee kunstenaars die binnen deze identiteitspolitieke context gewoon doen wat ze het beste kunnen: heel bijzonder werk maken. Dat zijn de surrealistische beeldhouwer/fotograaf Meret Oppenheim (1913-1985) en de Angolese Edson Chagas (1977). Chagas, die in 2013 met het Angolese Paviljoen op de Biënnale van Venetië de Gouden Leeuw won, toont in de fotoserie Tipo Passe (2014) hoe hedendaags en traditioneel samenkomen in een magnetiserend mooi verband. Niet ver van zijn foto’s hangt een eenvoudig lindenhouten object van Oppenheim. Misschien stelt het beeld een slang voor, misschien een schild, misschien is het alleen maar pure, elegante abstractie. Misschien is het ook wel een masker. Maar net als bij Chagas doet het er niet toe, waarnaar je kijkt. Je kijkt, en dat is genoeg.