Recensie

Recensie Vormgeving

De tentoonstelling van Daan Roosegaarde bestaat alleen als jij aanwezig bent

Recensie Presence is een kunstbelevenis die helemaal past bij het bonte gebouw van het Groninger Museum.

Foto Studio Daan Roosegaarde
    • Bert Nijmeijer

Op de mat voor de entree van het museum liggen piepschuimbolletjes, of iets wat daarop lijkt. Je vindt ze door het hele museum, steeds meer naarmate je de zalen nadert waar Presence van Daan Roosegaarde is ingericht.

Ze horen bij een feeëriek oplichtend, door windmachines steeds van vorm veranderend bolletjeslandschap in de grootste expositieruimte. Bezoekers groot en klein waden erdoor, liggen erin, spelen ermee, als in een droom over sneeuwpret, zonder de kou. Iedereen neemt bolletjes mee in kleren en haren, Groningen in, en naar de rest van Nederland. De bolletjes zijn biologisch afbreekbaar, zegt het Groninger Museum.

Gelukkig maar, want Presence gaat over klimaatverandering en duurzaamheid, onze voetafdruk en invloed op de leefomgeving. Letterlijk: de bezoeker wordt gescand op vlakken, muren en liggend op of hangend over grote ballen, snel vervagende afdrukken achterlatend. Hij raakt aan, vervormt, bepotelt. ’s Ochtends voor opening van het museum wordt Presence met een sopje afgenomen.

Lees ook dit profiel Daan Roosegaarde vervult graag de rol van wereld-updater

Zonder de aanwezigheid (‘presence’) van bezoekers bestaat de expositie niet. Voor een belangrijk deel is het de bezoeker zelf die wordt tentoongesteld: die moet de installatie met zijn lijf en verbeelding afmaken. Er niks aan vinden zegt ook wat over jezelf.

Handstand

Alsjeblieft aanraken, staat op een bordje. Het is een bevrijding na de breekbare schoonheid van de glaskunst van Dale Chihuly, hiervoor in dezelfde ruimtes te zien. Bij Presence betreed je de gewijde ruimtes van de kunst eveneens op kousenvoeten, maar nu om er lekker doorheen te glijden, een reuzenbal een roller te geven of een handstand te proberen tegen een muur, op eigen risico. Languit op een museumvloer liggen, op kunst zitten: fijn.

Het is de eerste expositie in 25 jaar Groninger Museum die kinderen beter begrijpen dan volwassenen, zegt conservator Mark Wilson. Een dag na opening rennen ze door de kamers van Presence: „Mama, papa, hier, hier!!” „Is dit ook kunst?”, vraagt een meisje. Spelend in het ‘sterrenstof’, het fosforescerende bolletjeslandschap: „Dit is beter dan sneeuw.”

Ook een favoriet is de ruimte waarin wiebelig rollende bollen Jackson Pollock-achtige patronen van licht op een zwarte vloer maken.

Roosegaarde liet zich mede inspireren door de romantische landschapskunst van de jaren zestig en zeventig van de negentiende eeuw. Zijn landschap van de verbeelding moest een esthetisch genoegen zijn, en dat is het na lang schuiven met kleuren, vlakken en zichtlijnen ook geworden. De ruimtes staan in open verbinding met elkaar, je blikt vooruit naar van veraf bijna mistig ogende zalen, waarin medebezoekers allerlei voor een museum ongebruikelijke houdingen aannemen.

Het is ‘magie’ of zelfs ‘poëzie’ die je moet willen zien. Daan Roosegaarde de showman past bij het bonte kunstkasteel van de Italiaanse architect Alessandro Mendini. En Daan Roosegaarde de kunstenaar laat de bezoeker daar heel dicht bij zijn werk komen. Dichterbij museumkunst komen gaat niet. Hij laat je zijn werk aanraken, voelen wat het is en er onbewust een beetje van meenemen. Dat is gedurfd. Presence is een belevenis, of een belevenisje. Net wat je er zelf van maakt.