Echt Nederlands? Een Tikkie sturen voor een sigaretje

Expats Typisch Nederlands volgens expats op de High Tech Campus in Eindhoven: gierigheid, directheid maar ook jezelf kunnen zijn.

Een Nederlandse vlag met een schooltas.
Een Nederlandse vlag met een schooltas. Foto Bart Maat/ANP

„Ik wist dat Nederlanders direct waren, maar toch verbaasden ze me.” De 32-jarige Nihan Ates lacht en schudt haar hoofd. Ze woont en werkt vier jaar in Nederland, in de digitale marketing. Maar als haar wordt gevraagd wat nou typisch Nederlands is, hoeft ze niet lang na te denken. Directheid. „Ik weet nog goed dat ik hier net was, en een, zoals jullie dat noemen, Turkse pizza had besteld. Omdat ik uit Turkije kom en iets aardigs wilde zeggen, zei ik dat het daar heel anders wordt gegeten. De vrouw achter de balie antwoordde meteen. ‘Dit is Eindhoven, zo eten we dit hier, dit is een Turkse pizza.’”

Lunchtijd op de High Tech Campus in Eindhoven, de plek waar duizenden hoogopgeleide onderzoekers van over de hele wereld werken, bij een van de meer dan honderd bedrijven en opleidingsinstituten. Om wat te eten komen ze samen op The Strip, een verzameling van restaurantjes.

Het lunchaanbod staat gelijk aan de achtergrond van de werknemers: er is een currytentje, maar ook een Albert Heijn To Go. Als de Eindhovense expats wordt gevraagd naar de Nederlandse identiteit, zeggen ze bijna allemaal dat ze vooraf een clichébeeld hadden (kaas, fietsen), maar dat de opvallendste verschillen in kleine culturele gewoonten zitten.

Lees ook: Onze nationale identiteit: van opblaaskroon tot vrijheid

Een Tikkie sturen als je een sigaretje hebt geleend van iemand, bijvoorbeeld, zegt Nihan Ates. Of dat iemand je om 2 euro vraagt nadat hij je kopje koffie heeft betaald. „Ze houden van geld, Nederlanders.”

Aan een klein tafeltje in een van de vele lunchtenten nuttigen de 36-jarige Russische natuurkundige Ruslan en de 32-jarige Shoaib, een engineer uit India, een warme maaltijd. Ruslan woont inmiddels al vijftien jaar in Nederland, Shoaib drie jaar. Ze voeren een gepassioneerde discussie over wat nou echt Nederlands is. Directheid, zegt Shoaib. Ruslan denkt na en zegt dan: „Dat dacht ik ook, iedereen zei dat Nederlanders heel direct zouden zijn toen ik hierheen kwam. Ik dacht: dat ga ik ook doen, direct zijn. Dus zei ik als iemand slecht werk had geleverd: dit is echt heel slecht. En toen werd ik heel raar aangekeken, dat vonden ze dan weer onbeleefd.”

De directheid is subtieler, zegt Ruslan. „Over persoonlijke dingen zijn Nederlanders vaak vrij direct. Dan zeggen ze dat je shirt vies is, of ze benoemen dat je kaal bent. Maar als het over werk gaat, dan kun je niet alles heel direct zeggen.”

Carnaval

Een restaurantje verderop zit Dinakar Gonuguntla (32) uit India. Hij werkt bij Philips en merkt dat de hiërarchie in Nederland nauwelijks aanwezig is. „Je kunt hier gewoon tegen je baas zeggen wat je ergens van vindt. Dat vond ik heel opvallend, maar ook goed. Je bent meer jezelf, daardoor.”

Het is iets wat door meer expats wordt genoemd: de vrijheid om te zijn wie je bent. Om de hoek van de Albert Heijn zitten drie jonge Ierse studenten te genieten van de zon. Ze zijn voor een stage in Nederland. Mike McDonogh haalt carnaval aan. ,,Iedereen had iets geks aan, en dat kon allemaal.” Het staat voor hem voor iets groters: „Als je hier over straat loopt, dan laten mensen je met rust. Je kunt er anders uitzien, iets op je eigen manier doen, dat maakt niet uit in Nederland. Dat scheelt een hoop stress.”

Dat zorgt uiteindelijk voor meer zelfvertrouwen, zegt Ruslan, de Russische natuurkundige. Hij vertelt dat toen hij vanuit Rusland naar Nederland kwam vrij onzeker was, maar hij zag bij Nederlanders een bepaalde rust en zelfvertrouwen. „Ze zijn niet bang hun gezicht te verliezen. Ze doen hun werk, zo goed mogelijk, en maken zich niet snel druk.” Het is volgens Ruslan een fijne eigenschap. „Ik hoef nergens bij te horen. Dit is wie ik ben. Ja, ik moet eerlijk zijn, dat heb ik toch echt wel van Nederlanders geleerd.”