Door een interview kun je een trauma opnieuw beleven

Trauma’s maken herinneringen troebel, ontdekt Annemarie Kas in een opvangkamp voor Rohingya-vluchtelingen in Bangladesh.

Een screenshot van de vaak geïnterviewde Rohingya-vluchteling Rajuma Begum.
Een screenshot van de vaak geïnterviewde Rohingya-vluchteling Rajuma Begum. Foto Screenshot

Hij doet het snel en stiekem. Maar ik kan nog net zien hoe mijn vertaler een Rohingya-moslim wat geld toestopt. We komen uit een interview dat de man voor ons had geregeld. Eerst word ik boos. We hadden al besproken dat ik niet wil betalen voor informatie. Hij weet dat westerse journalisten niet zo werken. Hoe kan hij dit doen?

In tweede instantie begrijp ik de Rohingya goed. Ze hebben geen geld, amper privacy en nul uitzicht op een gewoon leven. En keer op keer vallen journalisten hen lastig met vragen over hun vreselijke ervaringen. Dan is het niet gek om te bedenken dat daar best iets tegenover mag staan. En mijn fixer doet een onhandige (en mislukte) poging om allebei de kanten tevreden te stellen.

In de Rohingya-vluchtelingenkampen in Bangladesh zijn de mogelijkheden om aan informatie te komen beperkt. Weinig Rohingya beheersen het Engels en maar een handjevol vertalers spreekt goed Rohingya, dat nog het meest lijkt op een regionale Bengaalse taal. Die fixers, meestal lokale Bengalen, werken voor zowel media als hulporganisaties. Ze hebben inmiddels, anderhalf jaar na het geweld in Myanmar, een eigen netwerk opgebouwd in de kampen.

Zo halen vaak verhalen van dezelfde mensen de media. We spreken met Karima, ze is 23 jaar en ze trekt haar dunne hoofddoek verder voor haar gezicht als ze praat. Karima heeft haar verhaal inmiddels „twaalf, misschien wel dertien keer” verteld. Aan hulporganisaties, journalisten, VN-onderzoekers, Bengaalse ambtenaren. Ze vragen van alles: „Hoeveel doden heb je gezien? Waarom hebben de militairen je verkracht? Kun je vertellen hoe dat precies ging?”

Onderzoek laat zien hoe schadelijk dit soort interviews kunnen zijn. In een publicatie van Women’s Studies International Forum van vorig jaar vertellen yezidivrouwen dat ze zich onder druk gezet voelden om aan journalisten te vertellen over hun verkrachtingen door jihadisten van Islamitische Staat. De vrouwen kregen flashbacks, moesten huilen en vielen soms zelfs flauw tijdens of na de gesprekken. Achteraf voelden ze zich verraden en teleurgesteld omdat ze wel hun verhaal hadden gedeeld, maar daar geen hulp voor terug kregen. Zoals de journalisten soms wel hadden beloofd. „Wij voelen ons verdrietig en moe. En zij gaan gewoon weg”, zei één van de vrouwen.

Ook Karima hebben de interviews nooit iets positiefs opgeleverd. Het resultaat van het gesprek ziet ze bijna nooit, heel soms krijgt ze via via een Facebook-linkje naar een artikel. Toch vindt ze het haar verantwoordelijkheid om iedereen te woord te staan. „Het is belangrijk dat ons verhaal naar buiten komt.” Leuk is anders, zegt ze eerlijk: „Als ik er niet over praat, voel ik me goed. Maar ik moet keer op keer alle herinneringen ophalen.”

Het lastige is dat de Rohingya niet altijd precies hetzelfde vertellen. De Columbia Journalism Review ging het verhaal van vluchtelinge Rajuma Begum na. Bij Al Jazeera vertelt ze hoe militairen haar zoontje Muhammad op de grond gooiden en zij moest toezien hoe ze zijn keel doorsneden. Tegen The New York Times zegt ze dat ze hem in het vuur hebben gegooid. In het ene verhaal was Muhammad zestien maanden oud, in het andere achttien. Tegen mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch zei ze weer net iets anders.

Trauma maakt herinneringen troebel. Tijdens het vertalen ontstaat ruis. En in de kampen bestaat zo weinig privacy dat bij interviews wel vijf of tien man meeluisteren, die allemaal iets vinden. Ik merk het als we een vader spreken die zijn zoon heeft verloren. Discussie ontstaat over de kleinste dingen: hoe ver was de plek waar zijn zoon werd neergeschoten van hun schuilplaats vandaan? De één schat het op honderd meter, de ander denkt vijfhonderd. Wat is waar?

Journalistiek ingewikkeld, maar een fundamenteler probleem kan bij de rechter ontstaan. De Rohingya hopen op een zaak tegen de verantwoordelijke militairen bij het Internationaal Strafhof in Den Haag. Maar mensenrechtenadvocaten waarschuwen al dat de verdediging wel raad zou weten met inconsistente verhalen. Zij zullen aan de hand van een paar kleine dingen de totale geloofwaardigheid ter discussie stellen. Dan is het herbeleven van trauma’s helemaal voor niets geweest.