Kabinet overweegt invoering rekeningrijden om CO2-doelen te halen

Klimaatakkoord Het kabinet kan alleen door grootschalig ingrijpen de klimaatdoelen halen. Rekeningrijden moet vanaf 2026 bijdragen aan het halveren van de CO2-uitstoot. De mogelijkheden worden onderzocht, zeggen bronnen binnen de coalitie.

De A12 ter hoogte van Woerden.
De A12 ter hoogte van Woerden. Foto Lex Van Lieshout / ANP

Het kabinet gaat toch de invoering van rekeningrijden onderzoeken en voorbereiden. Het idee is dat automobilisten vanaf 2026 belasting gaan betalen per gereden kilometer. Dat zeggen bronnen binnen de coalitie.

Hoe die heffing eruit komt te zien, wordt nog onderzocht. Een commissie moet nu drie varianten van rekeningrijden onderzoeken: een variant met een spitsheffing en één zonder, en een heffing die alleen geldt voor elektrische auto’s. Sowieso wordt rekeningrijden pas door een volgend kabinet ingevoerd.

Het onderzoek is opvallend omdat de VVD altijd fel tegen rekeningrijden is geweest. Premier Mark Rutte (VVD) en fractievoorzitter Klaas Dijkhoff (VVD) lieten de afgelopen weken al weten dat een vorm van rekeningrijden waarschijnlijk onvermijdelijk is als steeds meer mensen in elektrische auto’s rijden.

De staat loopt daardoor immers belastinginkomsten mis, die nu via accijnzen op benzine en diesel binnenkomen. Dijkhoff zei eerder dat elektrische rijders ook „netjes hun fair share” moeten betalen.

Het onderzoek naar rekeningrijden is een onderdeel van de kabinetsplannen die het sluitstuk vormen voor het klimaatakkoord. Die plannen, die moeten zorgen voor een halvering van de CO2-uitstoot in 2030, presenteert het kabinet waarschijnlijk vrijdag. De coalitie legt nu de laatste hand aan de teksten, zeggen ingewijden. Dinsdag lekten al delen van het akkoord uit via diverse media. Vaak ontbreken nog cruciale details.

Politiek gevoelig zijn niet alleen de plannen voor mobiliteit, maar zeker ook die voor de industrie. Er komt geen ‘vlakke’ CO2-belasting voor de industrie, zeggen bronnen rond de onderhandelingen.

Lees ook: Het zwijgen over rekeningrijden is doorbroken

In maart had premier Rutte aangekondigd dat er een „verstandige en objectieve” CO2-heffing zou worden ingevoerd. Een eerder plan, waarin alleen industriële onderpresteerders een boete kregen, was net daarvoor sterk bekritiseerd door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het kabinet heeft uiteindelijk besloten alleen belasting te heffen op de CO2-uitstoot die fabrieken moeten schrappen om de landelijke klimaatdoelen te halen.

Voor de linkse oppositie en de milieubeweging zal de ‘marginale’ CO2-heffing een tegenvaller zijn. Zij hadden juist gepleit voor een ‘vlakke’ CO2-heffing, waarbij de fabrieken over hun hele uitstoot belasting betalen.

Het PBL oordeelde vorige week dat het mogelijk is om de industriesector te vergroenen met zo’n ‘marginale heffing’, maar maakte de kanttekening dat de staat dan relatief weinig belasting ophaalt. Daardoor bestaat het risico dat de subsidiepot voor het verduurzamen van productieprocessen te klein blijkt.

Evenmin lijken de milieuorganisaties hun zin te krijgen rond de ondergrondse opslag van CO2. Het kabinet beperkt die opslag wel in theorie, zeggen bronnen, maar in de praktijk zullen fabrieken tot 2030 zoveel CO2 kunnen opslaan als ze willen.

Verdeling klimaatlasten

Een terugkerende discussie is de verdeling van de klimaatlasten tussen grote bedrijven en burgers. Waarschijnlijk niet toevallig lekten dinsdag cijfers uit over de energierekening die gunstig ogen voor huishoudens. De energiebelastingen, die net begin dit jaar met gemiddeld 130 euro per huishouden waren verhoogd, gaan tot 2030 geleidelijk weer ongeveer evenveel omlaag, melden bronnen rond het klimaatakkoord. Elk huishouden krijgt vanaf 2020 65 euro meer korting op de energierekening. Daarnaast gaat de belasting voor duurzame energie (de Opslag Duurzame Energie, ODE) voor huishoudens omlaag.

Die wijzigingen komen bovenop een verschuiving in de energiebelasting waarover al een jaar wordt onderhandeld. De belasting op gas gaat verder omhoog, terwijl de belasting op stroom juist daalt. De bedoeling is dat die ‘schuif’ voor een gemiddeld huishouden financieel neutraal uitvalt. Dat klinkt gunstig, maar welke invloed alle plannen hebben op de energierekening van burgers is moeilijk te zeggen. Huishoudens verschillen sterk in hun energieverbruik, en ook de marktprijzen fluctueren.

Vrijdag zou het kabinet ook duidelijk maken hoe het wil voldoen aan het Urgenda-vonnis uit 2015. Dat vonnis eist dat de uitstoot van CO2 al in 2020 fors is afgenomen. Het kabinet stelde maatregelen om te voldoen aan dat vonnis telkens uit. Inmiddels kan het kabinet alleen nog met zeer grootschalig ingrijpen de Urgenda-doelen halen.