Afrikaanse landen willen verbod op ivoorhandel tijdelijk opheffen

Vijf Afrikaanse landen willen hun bestaande ivoorvoorraad kunnen verkopen, om zo de natuurbescherming te kunnen financieren. Dat is nu verboden.

Volgens president Mnangagwa van Zimbabwe heeft zijn land een ivoorvoorraad met een straatwaarde van 680 miljoen euro.
Volgens president Mnangagwa van Zimbabwe heeft zijn land een ivoorvoorraad met een straatwaarde van 680 miljoen euro. Foto Getty Images

Zimbabwe, Botswana, Zambia, Angola en Namibië hebben opgeroepen tot een tijdelijke opheffing van het verbod op ivoorhandel. Dat schrijft de Britse krant The Guardian woensdag. Volgens de leiders van de Afrikaanse landen worden zij nu belet om met de opbrengst van de ivoorverkoop toekomstig natuurbehoud te financieren.

De presidenten, aangevoerd door de Zimbabwaanse leider Emmerson Mnangagwa, doen de oproep in aanloop naar een conferentie in augustus over de CITES-overeenkomst. Dit verdrag moet de internationale handel in bedreigde diersoorten stoppen. Mnangagwa noemt het huidige embargo op ivoorhandel „oneerlijk”.

Volgens Mnangagwa heeft Zimbabwe een bestaande ivoorvoorraad met een straatwaarde van 600 miljoen dollar (ruim 680 miljoen euro). Als het embargo tijdelijk wordt opgeschort kan Zimbabwe de voorraad verkopen en zo de komende twintig jaar de natuur in het land bescherming bieden die nodig is. De CITES is volgens hem teveel een politie-eenheid en zou „juist duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen moeten stimuleren”.

Lees ook: DNA in ivoor onthult smokkelroutes

Conflict mens en dier

De Namibische president Hage Geingob zegt dat het aantal wilde dieren in zijn land de afgelopen jaren is toegenomen. Daardoor dreigt volgens hem een conflict tussen mens en dier. Namibiërs klagen dat de dieren hun huizen beschadigen. „Zij willen daarvoor een vergoeding”, zegt Geingob. „Als we een deel van het ivoor mogen verkopen, kunnen we daarvoor zorgen.”

De 183 landen die zijn aangesloten bij het CITES-verdrag, committeren zich hier vrijwillig aan. Bij aansluiting volgt de verplichting om nationale wetgeving op te stellen voor de bescherming van in het wild levende dieren. Namibië, Zimbabwe en Botswana hebben eerder al een aanvraag ingediend voor de opschorting van het verkoopverbod. In 2008 werd het verbod op ivoorhandel ook kort opgeheven, waardoor eenmalig ivoor kon worden verkocht aan China en Japan.

Volgens het Wereld Natuur Fonds leven op dit moment nog zo’n 415.000 olifanten in Afrika. De illegale handel in ivoor is de belangrijkste bedreiging.