Aantal processierupsen op veel plaatsen verdriedubbeld

Het aantal eikenprocessierupsen is verdrievoudigd ten opzichte van 2018, een piekjaar. Daardoor is de overlast ook groter.

Bestrijding van eikenprocessierupsen in een boom.
Bestrijding van eikenprocessierupsen in een boom. Foto Jeroen Jumelet/ANP

Het aantal eikenprocessierupsen is dit jaar op veel plaatsen in Nederland verdriedubbeld ten opzichte van vorig jaar. Dat blijkt uit een recente telling van het Kenniscentrum Eikenprocessierups van de Wageningse universiteit WUR. De haren van de rups kunnen hevige jeuk veroorzaken.

De rupsen komen voor het eerst ook op grote schaal op eikenbomen in bossen voor, zien de onderzoekers. In totaal werden 20.000 bomen onderzocht in Brabant, Gelderland, Noord-Limburg en Amsterdam. Van de bomen die niet preventief waren bespoten, was 75 procent aangetast. Van de aangetaste bomen had 80 procent meer dan één nest. Van de bomen die wel waren bespoten, was een kwart aangetast. Tien jaar geleden kwam de eikenprocessierups vooral voor in Gelderland, Noord-Brabant en Limburg.

Dat het aantal rupsen in de bossen is toegenomen, komt volgens bioloog Arnold van Vliet van het kenniscentrum doordat de eikenprocessievlinders vorig jaar zijn uitgevlogen tijdens een droge en warme periode. Omdat bossen koeler en vochtiger zijn, zijn dat de plekken waar de vlinders graag eitjes afzetten.

Meer overlast

De toename van het aantal rupsen zorgt voor meer overlast, ziet Van Vliet. Ook de recente weersomstandigheden dragen daaraan bij. Door de regen en wind zijn veel larven uit bomen gewaaid, waardoor ze nu ook in lage begroeiing voorkomen.

Ook als de rupsen vervellen - zoals enkele weken geleden is gebeurd - komen er veel haartjes vrij. Die losse brandhaartjes worden vervolgens weer door de wind verspreid. „Je ziet ze niet maar als je onder een boom doorfietst, heb je ze al op je”, zegt Van Vliet. De haartjes van de rupsen kunnen behalve jeuk ook benauwdheid veroorzaken. Landelijk zijn er geen gegevens beschikbaar over het aantal overlastmeldingen, het RIVM en de GGD houden dit niet bij.

Het kenniscentrum denkt dat de overlast van de processierups ook volgend jaar weer groot zou kunnen zijn. De bestrijding van de beestjes is nu in handen van de gemeenten en landelijke beleidsvoering ontbreekt. Maar gemeenten kampen volgens Van Vliet met onvoldoende bestrijdingscapaciteit. Daardoor is het op grote schaal uitvliegen van de vlinders dit jaar bijna niet te voorkomen.