‘Zolang de kolonisatie niet wordt besproken, blijft racisme bestaan in België’

Racisme in België Mensen van Afrikaanse afkomst worden in België gediscrimineerd. Dit begint al bij de omgang met het koloniaal verleden, denkt ‘Afro-Belg’ Nadia Nsayi.

Nadia Nsayi over België: „Discriminatie is hier een groot maatschappelijk probleem”.
Nadia Nsayi over België: „Discriminatie is hier een groot maatschappelijk probleem”. Foto Broederlijk Delen

Het is niet moeilijk de problemen op te sommen. Het nichtje dat om haar kleur door klasgenoten lelijk werd genoemd. De mensen om haar heen die schijnbaar zonder reden geen huis of werk vonden. Het ‘ga terug naar je eigen land’ dat ze op school naar haar hoofd kreeg. De opmerkingen over hoe góéd ze wel niet Nederlands spreekt. De vragen naar waar ze vandaan komt.

In 1984 werd Nadia Nsayi, dochter van een Congolese moeder en Belgo-Congolese vader, geboren in Kinshasa. Sinds haar vijfde is ze in België. Toen een werkgroep van de VN in februari met een keihard oordeel kwam over racisme en discriminatie in het land (zie kader), verbaasde dat haar niet. Ze is perfect tweetalig, hoogopgeleid. Voor haar viel het in vergelijking tot wat anderen meemaakten zelfs nog mee, denkt Nsayi, beleidsmedewerker Centraal-Afrika voor de ngo’s Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen. Maar: „Discriminatie is hier een groot maatschappelijk probleem. Ik voel de verantwoordelijkheid om dat te vertellen namens degenen die geen stem hebben.”

Op festival Pukkelpop kregen twee zwarte vrouwen vorige zomer tijdens een concert drankjes naar hun hoofd geslingerd en werd er aan hun haren getrokken. Een groepje festivalbezoekers zong: „Handjes kappen, de Congo is van ons”, verwijzend naar de oude kolonie, waar machthebber België als straf handen afhakte. Cécile Djunga, weervrouw bij de Franstalige omroep RTBF, getuigde over de racistische opmerkingen die ze kreeg: dat ze „te zwart” was om gezien te worden op het scherm. De Vlaamse jongerenbeweging Schild & Vrienden bleek in geheime groepen racistische memes te delen. En nadat het ultra-rechtse Vlaams Belang in mei grote winst behaalde, deelden tal van mensen op sociale media hun persoonlijke getuigenissen over discriminatie en racisme. „Ga uit de weg, makak”, kreeg een 14-jarige te horen. Een ander, toen werd voorgedrongen bij de kassa: „Eigen volk eerst. Als het u niet aanstaat, ga dan terug.”

Zoeken naar een huis

Acht op de tien zwarte Belgen voelen zich gediscrimineerd, blijkt uit een studie in opdracht van de Koning Boudewijnstichting uit 2017, die zich vooral richtte op Belgen afkomstig uit voormalige koloniën. 58 procent ervoer die discriminatie bij het zoeken naar een huis. En hoewel meer dan 60 procent een diploma in het hoger onderwijs heeft, ligt het werkloosheidscijfer voor deze groep vier keer hoger dan gemiddeld in België. Wie wel aan het werk komt, is vaak overgekwalificeerd. „Veel te weinig mensen zijn zich daar bewust van”, constateert Nsayi. „En er wordt nauwelijks iets aan gedaan.”

Het koloniaal verleden is niet verplicht in het Belgische curriculum. Op deze basisschool leren kinderen er wel over

Wat volgens haar aan de basis ligt van de achterstelling: het koloniale verleden. Hoewel België pas eind negentiende eeuw het koloniale toneel betrad, richtte het land onder het mom van het bijbrengen van beschaving in korte tijd veel schade aan. Koning Leopold II heeft in het ‘privé-eigendom’ met de ironische naam ‘Congo Vrijstaat’ talloze – schattingen variëren van twee tot tientallen miljoenen – doden op zijn geweten als gevolg van verminkingen, executies, verhongering en ziektes.

Ook na zijn schrikbewind werden aan de kolonie koper en rubber onttrokken om België rijk te maken, terwijl Congolezen dwangarbeid verrichtten. In mandaatgebied Ruanda-Urundi (nu Rwanda en Burundi) gebeurde min of meer hetzelfde. Na de onafhankelijkheid in 1960 bleef de invloed omstreden. Een parlementaire onderzoekscommissie oordeelde dat enkele Belgische ministers „moreel verantwoordelijk” waren voor de moord op de eerste verkozen Congolese premier Lumumba: ze wisten, op z’n minst, dat zijn leven gevaar liep.

Jarenlang was dit alles bij veel Belgen onbekend. Belangrijke oorzaak: de migratie uit Congo kwam relatief laat op gang, waardoor de gekoloniseerden, in tegenstelling tot uit de kolonie teruggekeerde witte Belgen, niet fysiek aanwezig waren om hun kant van het verhaal te vertellen. Onderwijs over het koloniaal verleden is nog altijd niet verplicht.

„Zolang we de kolonisatie niet onder ogen zien, blijven bepaalde vooroordelen over zwarte mensen behouden”, denkt Nsayi. „Kolonisatoren droegen na terugkeer uit dat ze beschaving brachten in Congo, dat zwarten lui waren, kleine kinderen die hun land niet konden beheren. Het onderliggende idee dat zwarten minderwaardig zijn, heeft een grote psychologische impact gehad die doorwerkt. Dit wordt gevoed doordat we in veel media en door ontwikkelingssamenwerking ook nog een Afrika zien dat vooral voor honger en drama staat. Die vooroordelen kunnen mede verklaren waarom Afro-Belgen het nog altijd moeilijk hebben op de arbeidsmarkt.”

De laatste jaren verandert er wel iets. Bleef de eerste generatie nog stil of vooral actief in Brussel, nu ziet Nsayi overal jongere hoogopgeleide Afro-Belgen, met name vrouwen zoals zij opduiken bij debatten en in media. „Mijn generatie, die hier gestudeerd heeft en geëmancipeerd is, die zich Belg én Afrikaan voelt, wil geen tweederangs burger meer zijn.”

Vorig jaar opende het eerste Lumumbaplein. Er wordt discussie gevoerd over de vele standbeelden en straten ter ere van Leopold II. Het omstreden koloniaal Afrikamuseum in Tervuren heropende, volledig hernieuwd, en ook daar wordt over gedebatteerd: sommigen vinden dat er nog veel meer had moeten veranderen. De veelbekeken documentaireserie Kinderen van de Kolonie liet voor het eerst de diaspora in België aan het woord. Ook op scholen wordt het onderwerp besproken.

Dit jaar kwamen er voor het eerst excuses voor de kinderen van gemengde stellen die naar België werden ontvoerd. Als het aan Nsayi ligt, volgen er excuses voor het hele koloniale verleden.

Dalilla Hermans vertelde over racisme in Vlaanderen:‘Mensen staren me aan als ik met mijn blanke man op straat loop’

Maar daarmee zijn de problemen niet opgelost, waarschuwt ze. „De meeste Afro-Belgen zijn niet met het verleden bezig, maar met hun sociaal-economische achterstand. Ik vraag me af hoe snel het huidige debat voor echte verandering zal zorgen. Machtsstructuren omgooien gaat niet lukken met opiniestukken. De echte verandering moet vanuit de samenleving én de politiek komen. Pas als we allemaal het gevoel krijgen dat we er echt bij horen, gelijke kansen krijgen, niet onze Congolese identiteit moeten opgeven om aanvaard te worden, dan zal de segregatie echt tot een einde komen.”