Buzz Aldrin, de tweede man op de maan, in de documentaire ‘Apollo 11’.

Foto Neil Armstrong/NASA

Zo was de maanlanding nog nooit te zien

Interview Documentaire ‘Apollo 11’ van regisseur Todd Douglas Miller brengt de kijker terug naar het moment waarop de mens de eerste stap op de maan zette; met nieuw, haarscherp, beeldmateriaal.

Het meest tevreden is regisseur Todd Douglas Miller over het geluid van de opstijgende Saturnus V-raket in zijn documentaire Apollo 11. „Iedereen vertelde ons dat we het geluid van de draagraket tijdens de Apollo 11-missie nooit konden imiteren”, legt de Amerikaan uit tijdens een bezoek aan Amsterdam. Nadat hij en zijn team eindeloos aan het geluid hadden gesleuteld en overtuigd waren dat ze het perfect hadden nagebootst, lieten ze het vol spanning horen in een IMAX-bioscoop aan de families van de astronauten. Familieleden van Neil Armstrong reageerden droog dat „het erop begint te lijken”. Miller: „Dus bleven we verder experimenteren, met behulp van hun aanwijzingen.” Tot Armstrongs familie verzekerde dat wat je hoort in Apollo 11 echt in de buurt komt van wat zijzelf hoorden toen ze aanwezig waren bij de lancering van de missie.

Dat doet de documentaire Apollo 11: kijkers van nu terug katapulteren naar de zomer van 1969 waarin de mens voor het eerst een stap op de maan zette.

Met zijn team ploegde hij door 11.000 uur aan geluidsopnames – onder meer van talloze gesprekken tussen Mission Control in Houston en de astronauten. Tijdens de research ontdekten zij niet eerder in deze kwaliteit vertoonde, extreem gedetailleerde beelden.

Er zitten shots in de film van de astronauten Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins vlak voor ze opstegen, maar ook van de bijna één miljoen dagjesmensen die zich op 16 juli rond het Kennedy Space Center hadden verzameld en daar vanachter de barbecue de lancering afwachtten.

Dit alles wordt gepresenteerd zonder voice-over of hedendaags commentaar. Dat er geschiedenis werd geschreven, hoef je kijkers niet meer expliciet uit te leggen, vertelt Miller. Hij accentueert de immense druk waar de crew onder stond liever met de biometrische gegevens van de astronauten die destijds zijn verzameld en niet via terugblikkende interviews. Miller: „Je hoeft Neil Armstrong niet te horen zeggen hoe bizar het is om te landen op de maan, je kunt gewoon zien hoe snel zijn hartslag ging op dat moment.”

Lees hier de recensie van ‘Apollo 11’: De magnifieke verlatenheid van de maan

Miller wilde een reconstructie maken die accurater is dan eerdere films over de missie. Op de vraag wat hij daar dan bijvoorbeeld in miste, reageert hij door enthousiast het langwerpige koekje bij zijn koffie op te pakken. Hij beweegt het door de lucht alsof het een raket is en legt uit dat nooit eerder is getoond hoe het ruimte-voertuig op zijn baan tussen de aarde en de maan op een bepaald moment zijn voorkant wegdraaide van zijn bestemming en zich omhoog richtte, met de punt richting de Noordelijke hemelpool. In die positie begon het als een tol rondjes te draaien om zijn eigen as zodat de raket niet te heet zou worden aan één kant. Het filmteam wist dat eerdere reconstructies van deze manoeuvre niet klopten, onder meer door de gesprekken tussen Mission Control en de astronauten. „De module waar de drie astronauten in zitten wordt in die opnames vergeleken met een roterend restaurant.”

Gedetailleerde beelden

Toch zijn het niet de slimme animaties van dit soort manoeuvres die ervoor zorgen dat er onverwacht veel interesse is in Apollo 11. Dat komt vooral door de nooit eerder vertoonde 70mm-beelden die het team vond tijdens research in de National Archives van Amerika. De opnames zijn zo gedetailleerd dat je als hedendaagse kijker zowel de zinderende hitte als de spanning voelt die die dag heerste in en rond het Kennedy Space Center. De opnames maken ook duidelijk hoe immens het team was dat meewerkte aan de missie. Hoewel de eerste stappen op de maan uitgebreid aan bod komen, benadrukt Apollo 11 vooral hoe Armstrong, Aldrin en Collins radertjes waren in een veel grotere machine.

Miller: „NASA maakte van bijna alle Apollo-missies immens gedetailleerde beelden. Doordat er in de jaren zestig en zeventig zoveel missies plaatsvonden was er een immense productie van beeldmateriaal. Op één en dezelfde filmspoel zie je soms bij het begin de lancering van een missie, terwijl aan het einde van de spoel de volgende raket al naar buiten werd gerold.” De originele opnames van de Apollo-missies belandden na omzwervingen in de National Archives. Daar werden ze min of meer vergeten. Decennia later achterhalen wat er exact op de spoelen te zien was bleek een monsterklus te zijn, soms stond er zelfs niet bij wanneer iets exact was gefilmd.

Waarom maakte NASA zoveel opnames? Miller: „Voornamelijk om wetenschappelijke redenen. Je moet zoveel mogelijk vastleggen, alle astronauten waren daar ook in getraind. Je hoort hen tijdens de missies voortdurend praten over camera’s en fotografie.”

‘First Man’ kreeg vorig jaar 5 ballen in NRC

In de vorig jaar uitgekomen speelfilm First Man, eveneens over de Apollo 11-missie, wordt sterk belicht dat het Apollo-programma enorm veel geld kostte. Miller: „Actievoerders van de burgerrechtenbeweging trokken ten tijde van de lancering naar het Kennedy Space Center om daar, simpel gezegd, de vraag te stellen: waarom geven we zoveel geld uit aan het ruimteprogramma als we met dat geld ook de armen zouden kunnen helpen? De actievoerders werden uitgenodigd in het vipgedeelte om de lancering te bekijken. Later lieten ze weten dat hun protest even kon wachten en dat ze het toch een buitengewone dag vonden voor mensen over de hele wereld. NASA beloofde ook met hen te gaan samenwerken.”

Die maatschappelijke context krijgt niet veel aandacht in de film. „De context wordt al in andere films belicht, wij focussen op de missie. We hanteerden de vuistregel dat we alleen verwezen naar mensen en gebeurtenissen die daadwerkelijk zijn vermeld in het archiefmateriaal dat we gebruiken. We konden de oorlog in Vietnam bijvoorbeeld vermelden omdat er op de geluidsfragmenten uit Mission Control over wordt gesproken.”

Persoonlijk hecht hij vooral waarde aan de NASA-missies uit praktisch oogpunt. „De aarde zal er niet voor eeuwig zijn. Het is mooi dat wij als mensheid de technologie hebben ontwikkeld waarmee we onszelf indien nodig kunnen redden. Dinosauriërs hadden die optie niet.”