Verliezen is nu geen optie meer voor de Oranjevrouwen

WK voetbal De Nederlandse vrouwen gelden als favoriet in de achtste finale tegen Japan. Behoort Oranje tot de beste ploegen van het WK?

De Oranjevrouwen tijdens hun laatste training voor de achtste finale.
De Oranjevrouwen tijdens hun laatste training voor de achtste finale. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Onder een Bretonse regenbui stappen de Oranjespeelsters met korte passen door een touwladder. „Opendraaien en weg”, schalt de stem van assistent-trainer Arjan Veurink over het trainingsveld.

Tientallen camera’s leggen maandagochtend op het voor publiek hermetisch afgesloten complex van dorpsclub US Bédée Pleumeleuc elke beweging van de ‘Oranje Leeuwinnen’ vast. Het is de laatste training voor Nederland-Japan, achtste finale van het WK, aftrap dinsdag om 21.00 uur in het imposante Roahzon Park van Rennes.

„Klasse, meiden”, roept Veurink. „Dat is het!” Na twintig minuten worden de media verzocht het veld te verlaten en traint het team verder achter gesloten deuren.

Wat een verschil in beleving met 2015, toen Nederland bij het vorige WK in de achtste finale ook op Japan stuitte. Toen wist Oranje, ploeg in opbouw, zich op voorhand kansloos tegen de wereldkampioen van 2011. Niemand die verder een punt maakte van de nederlaag, die met 2-1 nog genadig uitviel.

Vier jaar later is verliezen geen optie. Na de Europese titel in 2017 voelen de Oranjevrouwen dit WK de druk van een favorietenrol. Zelfs na drie zeges in de groepsfase klinkt nog kritiek op het niveau van het spel. Winnen van Japan én goed voetbal, dat is nu het verwachtingspatroon.

Kanshebber op de wereldtitel

Oranje als kanshebber op de wereldtitel, is dat reëel? Wie afgaat op de Oranjemarsen in de Franse speelsteden zou denken van wel. Geen land brengt bij benadering zoveel fans op de been. In Rennes zaten zondagavond bij Frankrijk-Brazilië (2-1) een paar terrasjes aan de Mail François Mitterrand gezellig vol bij een groot tv-scherm. Inmiddels zijn de pleinen leeg geveegd en omgetoverd in een fanzone voor de tweeduizend verwachte Oranjefans. De ploeg van bondscoach Sarina Wiegman behoort qua aandacht en commerciële waarde inmiddels tot de top van de wereld. Maar qua spelniveau?

De 2-1 winst in het laatste groepsduel tegen Canada, nummer vijf van de wereld, voelde als opluchting. Minder fouten, meer dynamiek in het aanvalsspel, hier en daar een vleugje brille. Maar sinds het EK is de kracht van Oranje overal bekend. Tegenstanders stellen zich in op het gevaarlijkste wapen, de snelle tegenaanval. Buitenspelers Shanice van de Sanden en Lieke Martens krijgen te maken met dubbele dekking of snelle backs. Het gevaar moet komen van topscorer aller tijden Vivianne Miedema. „Het niveau van ons spel moet omhoog”, gaf Wiegman maandag toe op een drukbezochte internationale persconferentie.

Lees ook: Oranje antwoordt de critici met resultaten op het veld

Topspeelsters

Vergeleken met buitenlandse collega’s heeft de bondscoach weinig opties voor variatie. Ze wisselt hooguit de ene verdediger voor de andere, of brengt eens een ‘verse’ middenvelder (Jill Roord) of aanvaller (Lineth Beerensteyn). De Engelse coach Phil Neville beschikt over zoveel topspeelsters dat hij per duel kan bekijken met wie hij de tegenstander verrast. Engeland, maar ook Frankrijk en de VS lijken in de breedte sterker dan Nederland. Het niveau van de achtste finales ligt tot nu toe sowieso hoger dan in de groepsduels.

„Een gelijkopgaande strijd”, verwacht Wiegman tegen Japan. De Aziatische kampioen van 2018 won tot nu toe vijf van de acht onderlinge duels. Maar in de laatste confrontatie, vorig jaar bij de Algarve Cup, haalde Oranje genadeloos uit: 6-2 winst. Japan bouwt aan een nieuw team voor de Spelen van Tokio in 2020 en maakte dit WK nog weinig indruk.

Oranje voelt de druk van de favorietenrol. Een nederlaag tegen Japan zou niet alleen uitschakeling op het WK betekenen, ook mist de ploeg in dat geval de Spelen van volgend jaar waarvoor de beste drie Europese teams op het WK zich plaatsen. Maar zover wil de bondscoach nog niet kijken. „Japan is nu het enige dat telt.”