Onze nationale identiteit: van opblaaskroon tot vrijheid

SCP-rapport Nationale identiteit bestaat, vindt 83 procent van de Nederlanders. De verbondenheid schuilt vooral in taal, tradities en symbolen.

De jaarlijkse vrijmarkt in Utrecht. Op de avond voor Koningsdag worden in de binnenstad tweedehands spullen aangeboden.
De jaarlijkse vrijmarkt in Utrecht. Op de avond voor Koningsdag worden in de binnenstad tweedehands spullen aangeboden. Foto Robin Utrecht / ANP

Het is een vreemd fenomeen, niet tastbaar en tegelijk overal aanwezig. In het platte landschap met dijken en molens, in de deeltijd werkende levensgenieter, in de oranje opblaaskronen op Koningsdag, in de werknemer die zijn meerdere tutoyeert.

We hebben het over de Nederlandse identiteit, een begrip waarover het vaak gaat en waarnaar het Sociaal en Cultureel Planbureau voor het eerst een grootschalig onderzoek heeft gedaan. Het kan snel gaan: in 2006 nog noemde de toenmalige canoncommissie de nationale identiteit een „bedrieglijk, ja gevaarlijk begrip”.

Kortgeleden nog maar leek het nationalisme ten einde, schrijft het SCP: „De globalisering van de economie en de internationalisering van politieke instituties zouden op termijn korte metten maken met het denken in nationale categorieën.” Maar de gehechtheid aan de „eigen, begrensde nationale identiteit” bleek groter dan verwacht en voor we het wisten was het nationalisme weer aan een opmars bezig.

Door de Europese eenwording, de toenemende culturele diversiteit en de ontzuiling groeit sinds eind vorige eeuw de behoefte om te definiëren wat nog ‘Nederlands’ is, schrijven de onderzoekers. Het heeft de afgelopen twee decennia geleid tot een bij tijd en wijle zeer heftig debat, uitmondend in een nationale canon, een vlaggetje en vervolgens een vlag in de Tweede Kamer, en meerdere nieuwe politieke partijen die het eigene willen beschermen.

Toch is het pleit nog niet beslecht. Want wat ís dat Nederland dan? ‘Nationale identiteit’ is een meervoudig begrip, zegt het SCP: het bevat zowel symbolen en tradities als democratische rechten, en zowel karaktertrekken als kenmerken van het landschap. Het SCP definieert het als „het geheel van beelden over wat Nederland is en niet is, wat Nederland zou moeten zijn en wat niet, en de al dan niet gedeelde identificatie daarmee”. De grote meerderheid van de respondenten gelooft in zo’n identiteit, blijkt uit het onderzoek: 83 procent denkt dat die (in sommige opzichten) bestaat, slechts 6 procent gelooft niet in zoiets als een nationale identiteit.

Aan de respondenten legde het planbureau 185 elementen voor, zoals ‘molens’ of ‘Koningsdag’, waarvan ze moesten zeggen in hoeverre ze die typerend vonden voor Nederland. De onderzoekers bundelden de elementen vervolgens in veertien categorieën, zoals ‘tradities en gewoonten’ (bijvoorbeeld beschuit met muisjes en haring happen) en ‘landschap’ (denk aan duinen en de Veluwe).

Lees ook: Echt Nederlands? Een Tikkie sturen voor een sigaretje

Vrijheid van meningsuiting

Wat blijkt: vooral via de Nederlandse taal, tradities, symbolen en grote samenkomsten voelen Nederlanders zich met het land verbonden. In tweede instantie hangt de verbondenheid samen met ‘de politieke en rechtskundige structuur van onze samenleving’: denk aan democratie, de Grondwet, en waarden als de vrijheid van meningsuiting.

Wie wil weten hoe Nederlanders zichzelf zien, moet kijken naar de categorieën ‘deugden’ en ‘ondeugden’: daar zijn de eigenschappen te vinden die de respondenten associëren met Nederland. We zien bijvoorbeeld botheid en klagen bij de ondeugden, en gezelligheid, bescheidenheid en tolerantie bij de deugden.

Botheid en klagen staan bij de ondeugden, tolerantie en gezelligheid bij de deugden

Dit is in lijn met hoe er de afgelopen eeuwen over ons is geschreven: in de literatuur komen telkens de begrippen ‘vrijheidsgezind’, ‘individualistisch’ en ‘prudent’ naar voren. En het komt ook (deels) overeen met de blik van buiten: in een apart hoofdstuk beschrijft het SCP hoe buitenlandse expats de Nederlander bekijken. Die zien ook het praktische, het nuchtere, en het directe. Het valt ze ook op hoe egalitair Nederland is: stagiairs en kinderen hebben bijvoorbeeld meer te zeggen dan elders. Minder vleiend is wellicht dat expats Nederlanders zien als vlijtig, maar niet al te ambitieus. Als aan bepaalde behoeften voldaan is, gaat de Nederlander lekker in het zonnetje zitten. Waarom fulltime werken als deeltijd ook een optie is?

Ook de expats noemen ‘een hang naar vrijheid’ als typisch Nederlandse eigenschap. Maar over de invulling van die vrijheid, zo constateert het SCP, bestaan onder de Nederlandse bevolking verschillende ideeën. Hoewel er in de ideeën over de nationale identiteit over het algemeen weinig scheidslijnen lopen tussen de bevolkingsgroepen, staan burgers op sommige punten lijnrecht tegenover elkaar.

Om dit in beeld te brengen heeft het SCP op basis van de data drie ‘archetypen’ onderscheiden in de identificatie met Nederland. Het eerste voelt zich vooral verbonden met de Nederlandse symbolen en tradities, terwijl het tweede meer hecht aan de burgerlijke vrijheden. Er is ook nog een derde archetype, het ‘indifferente’. Dit type identificeert zich überhaupt niet zo met Nederland, om wat voor reden dan ook.

De eerste twee groepen komen overeen met wat in de literatuur de ‘ethnic’ en ‘civic’ oriëntaties zijn ten opzichte van identiteit: het eerste gaat meer over de gedeelde culturele erfenis of mentaliteit, terwijl het tweede verwijst naar burgerschap in een democratische staat.

Zwarte Piet

Weinig mensen vallen helemaal samen met een van de archetypen, schrijft het SCP: mensen staan ergens op een continuüm ertussen. Maar de mate waarin mensen neigen naar een archetype kan wel gekoppeld worden aan andere individuele kenmerken. Zo blijkt dat wie zich dichter bij het symbolen-en-traditiesmodel bevindt, eerder stemt op CDA, VVD, PVV of 50Plus; wie meer neigt naar de burgerlijke vrijheden stemt vaker GroenLinks of D66. Ook blijkt uit het onderzoek dat de symbolen en tradities-mensen eerder trots zijn op Nederland. Dat lijkt logisch, want de genoemde symbolen en tradities zijn typisch Nederlands, terwijl burgerlijke vrijheden ook in andere landen te vinden zijn.

Interessant wordt de tegenstelling wanneer je kijkt naar het Zwarte Piet-debat. Het SCP heeft ook vragen gesteld over Zwarte Piet en andere culturele tradities, waardoor het verbanden kan leggen tussen de archetypen en de houdingen tegenover tradities. De mensen die meer lijken op het symbolen-en-tradities-archetype blijken zeer te hechten aan Zwarte Piet, terwijl het burgerlijkevrijhedentype juist vindt dat Piet moet veranderen. Hier ontstaat die botsing tussen verschillende vormen van vrijheid. Waar de eerste groep een beroep doet op de vrijheid om een traditie te behouden, hecht de tweede juist op de vrijheid van minderheden om te demonstreren. Dit kan leiden tot een clash, bijvoorbeeld op de snelweg naar Dokkum in 2017.

Zwarte Piet is wat in de literatuur een ‘take-off issue’ heet, schrijft het SCP: het is een symbool voor een diepgaander debat over het behoud van tradities. Wat een triviaal verschil lijkt (egaal zwarte schmink of roetvegen) staat eigenlijk voor een veel diepere mentaliteitskloof. Die ziet het SCP ook in andere vraagstukken over onze omgang met tradities: mensen die neigen naar het symbolen-en-tradities-profiel hechten bijvoorbeeld aan het behoud van christelijke feestdagen en standbeelden van oude helden zoals Jan Pieterszoon Coen, terwijl de burgerlijkevrijhedentypes denken: weg ermee, als ze niet meer passen bij de tijd.

De polarisatie tussen deze twee groepen heeft de afgelopen jaren veel aandacht gekregen. Deze tegenstelling bestaat, erkent het SCP, maar de meerderheid van de bevolking valt niet in een van beide kampen. „Veel Nederlanders geven aan zich zorgen te maken over toenemende polarisatie, intolerantie, meningsverschillen en de druk om partij te kiezen.” Daar zijn we weer terug bij de eigenschappen die worden genoemd als typisch Nederlands: gematigd, nuchter en pragmatisch.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.