Foto Frank Ruiter

“Ook deze kinderen hebben recht op bijles”

Onderwijs Krijn Vermaas (73) geeft bijles aan kinderen uit de Haagse Schilderswijk. „Het verandert langzaam wel, maar het woord moskee kom ik in de toetsen nog weinig tegen.”

In het hart van de Haagse Schilderswijk, in een gebouw pal naast de moskee, zit Krijn Vermaas (73) in een lokaal. Op tafel liggen mappen met namen erop: Fahima, Dounia, Arda, Amira. Het zijn de werkboekjes van kinderen uit de wijk, Marokkaans-Nederlandse en Turks-Nederlandse leerlingen uit groep 7 en 8. Ze lopen flink achter met taal en rekenen. Voor sommigen zijn sommen uit groep 5 te moeilijk.

Vermaas zit in het Stagehuis Schilderswijk, een soort buurthuis, en probeert daar het niveau van de kinderen op te krikken. Dat doet hij al bijna tien jaar. Geheel vrijwillig.

Vermaas, die door de kinderen ‘Meester Krijn’ wordt genoemd, heeft engelengeduld. Als een leerling de opdracht niet begrijpt, neemt hij alle tijd om nog eens uit te leggen wat de bedoeling is.

En hij is bevlogen. Neem de oefeningen voor ‘begrijpend lezen’ die hij zelf thuis heeft gemaakt. Uit Voetbal International knipte hij artikelen over Ibrahim Afellay en Lionel Messi, onderwerpen die de kinderen aanspreken. Want het bestaande lesmateriaal sluit nou niet bepaald aan bij de interesses van deze kinderen, zegt hij. „Een opdracht uit een oude Cito-toets gaat bijvoorbeeld over kinderen die in de zomer naar het buitenhuis van opa en oma in Zuid-Frankrijk gaan en daar Franse kaasjes eten. Het verandert langzaam wel, maar het woord moskee kom ik in de toetsen nog weinig tegen.”

Vermaas begrijpt wel hoe het komt dat de leerlingen achterlopen. Buiten school komen ze weinig in contact met de Nederlandse taal. Ze gaan na school naar koranles in de moskee, kijken weinig Nederlandse televisie en sommigen brengen de zomervakantie door bij familie in Turkije of Marokko. De ouders van sommige kinderen spreken geen Nederlands, een oudere broer of zus fungeert als tolk bij oudergesprekken. „Tegen de ouders van de kinderen die hier bijles krijgen zeg ik: laat ze Het Jeugdjournaal kijken en neem een abonnement op de Donald Duck. Dan leren ze Nederlandse woorden in de juiste context.”

De kinderen uit de wijk krijgen een lager schooladvies, omdat hun ouders niet kunnen helpen bij het huiswerk

Krijn Vermaas

Vandaag staat rekenen op het programma; omtrek, oppervlakte en inhoud. De les begint met een klassikale opdracht, daarna mogen de leerlingen zelfstandig rekenen. Halverwege de les vraagt een meisje: „Hoe lang nog tot de pauze?” Een jongen: „Ja, wanneer mogen we naar buiten?”

De kinderen staan niet per se te springen om te leren, al zit er volgens hem altijd wel één ijverig typetje bij. En ze zijn ook niet altijd even makkelijk. Sommige kinderen liegen of weigeren een opdracht te maken, andere kijken liever uit het raam – daar is het voetbalveld.

Gedragsproblemen

Daar kan Vermaas goed mee omgaan. Hij heeft zijn hele carrière gewerkt met jongeren met gedragsproblemen in de leeftijd van 13 tot 20 jaar. Hij haalde daar naar eigen zeggen veel voldoening uit. Hij begeleidde de jongeren, probeerde tot hen door te dringen en met bepaalde gedragstherapeutische technieken de juiste richting op te bewegen.

Jarenlang werkte hij als onderwijs-hulpverlener bij Bureau Jeugdzorg in Amsterdam. Kinderen op middelbare scholen met gedragsproblemen in de klas, extreme leerproblemen of sociale problemen werden naar hem doorverwezen. „Dit waren jongeren die zo veel straf kregen dat de rector niet meer wist wat hij met hen aan moest.” Iemand die voortdurend de les verstoorde, schreeuwde, met spullen gooide. „Meestal kreeg ik diegene dan wel zo ver dat hij of zij wílde veranderen.”

Zijn tactiek? Luisteren en parafraseren. „Dus op een andere manier terugzeggen wat je hebt gehoord. Dan weten ze: hij luistert en weet wat ik nodig heb.” Met de ‘onhandelbare jongeren’ probeerde hij een band op te bouwen. „Na een aantal gesprekken zei een leerling: ik wil het ook anders doen.” Ging dat zo makkelijk? „Ik kwam van buitenaf, en ik gaf geen straf. Dat hielp.”

Hij maakte „plannetjes” met ze, zegt hij. Ze bespraken eerst waarom de leerling agressief werd in de klas, wat triggerde die reactie? Daarna: wat kun je de volgende keer doen zodat je niet zo reageert? Kun je je iets voornemen? Even de gang op gaan bijvoorbeeld, een rondje over het schoolplein lopen, totdat het temperament is gezakt. „Een moeilijk en subtiel karwei, maar als het lukte, voelde ik me daar goed over.”

De jongeren in de Schilderswijk hebben zeker niet allemaal gedragsproblemen, maar ze hebben wel extra begeleiding nodig om verder te komen op school. De medewerkers van het Stagehuis Schilderswijk regelen stages voor studenten; zo kunnen studenten van een sportopleiding verschillende sportactiviteiten voor mensen uit de Schilderswijk organiseren. Maar er wordt ook Nederlandse les gegeven aan Marokkaanse opa’s. En elke maand komt een multiculturele eetclub koken en eten. Vrouwenvereniging Hilal vroeg tien jaar geleden of kinderen er huiswerkbegeleiding en Cito-training konden krijgen. Vermaas: „Een vriendin van mij zei: is dat niet iets voor jou?”

Vastigheid na je pensioen

Dat hij het werk intussen al jaren doet, vindt hij niet bijzonder. „Veel van mijn vrienden doen wel iets in deze geest, een vriendin geeft Nederlandse les aan vluchtelingen.” Het geeft ook vastigheid na je pensioen, zegt hij.

Elke maandag en dinsdag vult Vermaas zijn ochtenden met lessen voorbereiden en opdrachten nakijken. ’s Middags is hij in het Stagehuis. Maar het is meer dan alleen werken. „De bijlessen aan de kinderen in de Schilderswijk zijn een deel van mijn identiteit geworden.”

Naast taal- en rekenles heeft Vermaas nog een paar persoonlijke doelen gesteld. Hij wil dat de kinderen hun naam en de straat waar ze wonen met een hoofdletter schrijven. En hij wil hun leren om ‘dit meisje’ en ‘deze jongen’ te zeggen. „Dat is best lastig in een wijk waar iedereen ‘die meisje’ zegt.” Als twee van de acht kinderen in de groep dit na een jaar bijles goed zeggen, is hij blij. Meestal haalt hij dat zelfopgelegde quotum niet.

Lees ook: Mijn neef in China heeft bijles óf hij is huiswerk aan het maken

Vermaas wil nog iets laten zien. Hij pakt een printje met een taartdiagram: van alle groep-8-leerlingen in de wijk krijgt slechts 3 procent vwo-advies. „Veel kinderen krijgen letterlijk te horen: ‘Ja, je kan misschien wel vwo, maar ik geef je toch een havo-advies omdat je ouders je niet kunnen helpen met je huiswerk’.”

Dat is misschien ook wel zo, maar toch vindt hij het onrechtvaardig dat er daardoor soms kinderen te laag instromen. „In groep 8 is het middelbareschooladvies van de leerkracht bepalend. De Cito-toets is bedoeld om dat advies eventueel bij te stellen. Hoogopgeleide ouders proberen daar gebruik van te maken; ze willen de toets-uitslag positief beïnvloeden met dure bijlessen voor hun kinderen. Ik vind: als kinderen uit Bussum, Baarn en Amsterdam-Zuid bijles kunnen krijgen, moeten de kinderen in de Schilderswijk dat ook kunnen krijgen.”

Vorig jaar had hij een ijverige jongen in de les. Hij had vmbo-advies, maar wilde naar de havo. Hij vroeg om extra opdrachten, dus die gaf hij. Vorige week kwam de jongen vertellen dat hij naar de havo mocht. „Dat doet me dan wel wat.”