Recensie

Recensie

Schitterend spel in felrealistische ‘De nacht, de moeder van de dag’

Theater Door het extreme spel in ‘De nacht, de moeder van de dag’ verlang je soms naar meer ingetogenheid, zodat niet alle geheimen zo openlijk worden onthuld.

Wouter Van Lierde en Marie-Christine de Both in ‘De nacht, de moeder van de dag’.
Wouter Van Lierde en Marie-Christine de Both in ‘De nacht, de moeder van de dag’. Foto Bart Grietens

David is een kokette zestienjarige, zijn vader een verzenuwde alcoholist die de schijn ophoudt een failliet familiehotel te runnen. Een redderende moeder en een hardwerkende oudste zoon maken het kwartet compleet in het gewelddadige familiedrama De nacht, de moeder van de dag van de Zweedse toneelschijver Lars Norén. Regisseur Albert Lubbers van Theatergroep Suburbia kiest voor een felrealistische setting en speelstijl, zonder stilering. De sfeer is die van de jaren vijftig, met jazzmuziek van Gerry Mulligan en Chet Baker, en de radio die berichten uitzendt over de ter dood veroordeelde moordenaar Caryl Chessman. David, vertolkt door een grandioos spelende Minne Koole, luistert er niet voor niets naar: op het dramatische hoogtepunt rent hij gewapend met een vleesmes de ouderlijke slaapkamer binnen. In 1983 was het Pierre Bokma die bij het Publiekstheater in de regie van Karst Woudstra deze David even indrukwekkend neerzette.

Nadrukkelijk laat regisseur Lubbers het drama, vol freudiaanse motieven, zien vanuit Davids perspectief: in de openingsscène ontkleedt hij zichzelf voor de spiegel en kijkt behaagziek naar zijn lichaam. Hij laat in vrouwelijke gebaren zijn handen over zijn huid glijden. Het is zijn verjaardag, en juist op die dag begint zijn vader opnieuw te drinken. Hij verstopt de flessen op de onmogelijkste plekken, van vuilnisbak tot stofzuiger.

Wouter Van Lierde speelt de alcoholist deerniswekkend en clownesk, soms groots maar ook met overdadig pathos, trillend in een gruwelijk delirium. Hoewel dat extreme in de lijn van Norén ligt – een schrijver die nauwelijks maat weet te houden – verlang je als toeschouwer meer ingetogenheid, zodat niet alle geheimen zo openlijk worden onthuld. Marie-Christine de Both als moeder Elin probeert wanhopig de huiselijke vrede te bewaren, maar haar pogingen zijn schrijnend vergeefs. Aan het slot danst en zingt David uitbundig ‘Night and Day’ van Cole Porter, alsof hij bevrijd is van alle ellende. De jazzmuziek biedt hem troost. Dat is schitterend gespeeld.