Opinie

Macht van Turkse president Erdogan niet meer vanzelfsprekend

verkiezingen ISTanbul

Commentaar

De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in Istanbul van 31 maart was dus geen fout. Integendeel. De op last van de Turkse kiesraad herhaalde stembusgang van zondag heeft geleid tot een nog grotere overwinning voor Ekrem Imamoglu, burgemeesterskandidaat van de oppositie. En daarmee is de politieke nederlaag voor president Recep Tayyip Erdogan, die de uitslag van twee maanden geleden persoonlijk betwistte, eveneens nog groter geworden.

Juist door Erdogans actieve persoonlijke betrokkenheid gingen de verkiezingen niet alleen over het bestuur van ruim vijftien miljoen inwoners en de nog immer groeiende metropool Istanbul, maar ook over hem en diens AK-partij, die de Turkse politiek al sinds het begin van deze eeuw domineert. De uitslag van de nieuwe verkiezingen, waarbij Imamoglu 54,2 procent van de stemmen kreeg en zijn concurrent Binali Yildirim van de AK-partij 44,9 procent, laat geen enkele twijfel bestaan over de keuze van de kiezers.

Hoe elders over de uitslag wordt gedacht, is ook duidelijk. De koers van de al tijden onder druk staande Turkse lira steeg maandag onmiddellijk.

Geruststellend is dat de uitslag opmerkelijk snel ruiterlijk werd erkend door de verliezers. Yildirim, oud-premier en huidig voorzitter van het Turkse parlement gaf zijn nederlaag direct na het sluiten van de stembussen toe. Niet lang daarna volgde een Twitterbericht van president Erdogan waarin hij overwinnaar Imamoglu feliciteerde. De sfeer van verdachtmakingen over verkiezingsfraude bleef dit keer achterwege.

Of dit ook het begin is van een zo gewenste kentering in de nationale politiek van Turkije valt nog te bezien. Na de twee jaar geleden per referendum door de bevolking gefiatteerde grondwetswijziging zit president Ergodan tot 2023 zeer stevig in het zadel. Hij heeft meer uitvoerende macht gekregen. Een instrumentarium dat hij kan inzetten tegenover hem niet welgezinde burgemeesters.

Istanbul is bijvoorbeeld de belangrijkste plaats waarmee Erdogan zich met zijn grote, volgens critici megalomane, infrastructurele projecten een zichtbare plaats in de Turkse geschiedenis wil verschaffen. Er kwam een derde brug over de Bosporus en het nieuwe vliegveld van Istanbul dat binnen enkele jaren moet uitgroeien tot het grootste ter wereld werd eerder dit jaar geopend. In voorbereiding is nu het plan voor het miljarden kostende vijftig kilometer lange kanaal dat een nieuwe verbindingsweg moet gaan vormen tussen de Zwarte Zee en de Zee van Marmara. Vanwege de grote ecologische gevolgen en de onzekere financiering stuit dit nieuwe megaproject op veel verzet. Interessant voor de verhoudingen is hoe de nieuwe burgemeester met dit prestigeobject van Erdogan zal omgaan.

De reprise van de verkiezingen in Istanbul heeft aangetoond dat de onaantastbare macht van Erdogan niet langer een vaststaand gegeven is. De afgelopen weken is de president tot vervelens toe herinnerd aan zijn eigen uitspraak dat ‘wie Istanbul bezit, Turkije bezit’. Het is slechts te hopen dat verdere repressie niet het antwoord zal zijn van Erdogan op de aantasting van zijn machtspositie.

De traditioneel sterk verdeelde Turkse oppositie weet nu dat onderlinge strategische samenwerking loont. Zoals Imamoglu met zijn campagne van ‘radicale liefde’ ook heeft laten zien dat begrip tonen voor de tegenstander effectiever is dan deze verketteren. Erdogan heeft concurrentie gekregen.