‘De economie dreef op de slavernij’

Slavernijverleden Arbeid van slaven was anders dan meestal gedacht wél belangrijk.

Een kranslegging bij het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark in Amsterdam, in 2017.
Een kranslegging bij het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark in Amsterdam, in 2017. Foto Remko de Waal/ANP

In het jaar 1770 was 5,2 procent van het Nederlandse bruto binnenlands product – en 10,36 procent van het bbp van de rijkste provincie Holland – op slavernij gebaseerd. Dat blijkt uit een vijf jaar durend onderzoeksproject waarvan de resultaten woensdag zijn gepubliceerd. Het is de eerste keer dat er een systematische analyse is gemaakt van de economische impact van de Atlantische slavernij. Tot nu toe was de communis opinio onder veel historici dat impact van slavernij op de economie niet groot was.

Lees ook het interview met onderzoeker Pepijn Brandon: Door slavernij bleef Holland een handelsnatie van belang

Maar deze onderzoekers hebben niet alleen gekeken naar directe inkomsten uit de slavenhandel. Ook het geld dat verdiend is met door slaven geproduceerde goederen als koffie, suiker en tabak is meegerekend. Bovendien zijn de verdiensten van toeleveranciers in de berekening meegenomen.

Gedwongen arbeid

Het bbp bedroeg in 1770 ongeveer 440 miljoen gulden. De Nederlandse Republiek was in deze periode een van de meest ontwikkelde commerciële samenlevingen van Europa. In totaal vertegenwoordigde de stroom goederen die in 1770 vanuit Amerikaanse koloniën Nederland bereikte 120.000 mensjaren aan gedwongen arbeid. De omvang van de slaveneconomie in dit jaar is goed vergelijkbaar met de decennia die daarop volgden, aldus de onderzoekers, waardoor het bbp-percentage representatief is voor het hele eind van de achttiende eeuw.

Historicus Pepijn Brandon, eerste auteur van het artikel dat woensdag verscheen in het Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis, noemt de omvang van de slaveneconomie „aanzienlijk, en zeker niet marginaal. Er is lang gedaan alsof de slavernij nauwelijks van belang was voor de Nederlandse economie. Dat kun je met deze cijfers niet meer volhouden. De op slavernij gebaseerde handel en bedrijvigheid was de kurk waarop de Nederlandse economie dreef in een periode waarin er in andere sectoren sprake was van stagnatie en achteruitgang. Veertig procent van de economische groei in de vier decennia tussen 1739 en 1779 hield verband met de slavernij.”

Niet de ‘Gouden Eeuw’

De onderzoekers concentreerden zich met reden op de achttiende eeuw, en niet op de als Gouden Eeuw bekend staande zeventiende eeuw, zegt Brandon. „De economie die draaide op de arbeid van tot slaaf gemaakten op plantages in Suriname en andere kolonies in de Amerika’s was veel groter in de achttiende eeuw, en bereikte rond 1770 een hoog niveau waarop ze decennia zou functioneren. De economische groei van de Gouden Eeuw komt voor een deel op conto van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC), die voer op Azië. Zij waren ook betrokken bij slavenhandel en slavernij, maar dat valt buiten het bereik van ons onderzoek.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Hoe lucratief was de slavernij nou écht voor Nederland?
U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

Er woedt een publiek debat over de Nederlandse slavernijgeschiedenis. De Amsterdamse gemeenteraad bleek maandag voor de gedachte te zijn om als eerste gemeente excuses aan te bieden voor het slavernijverleden. De stad wil dat er historisch onderzoek komt naar de precieze rol van de gemeente. De bedoeling is dat er in 2020 op Keti Koti, de herdenking van de afschaffing van de slavernij, excuses worden aangeboden.

Betrouwbare cijfers over het economisch belang van de slavernij ontbraken tot nu toe, zegt historicus Brandon. Hij hoopt dat het woensdag gepubliceerde onderzoek leidt tot „een betere omgang met het verleden. Het is aan de wetenschap om de feiten te leveren waardoor het debat over dit onderwerp zuiverder kan worden gevoerd.”

In het nieuws 6-7