Deze keer kon Maarten ook geníéten

Elfstedenzwemtocht Maarten van der Weijden zwom in Friesland van applaus naar applaus. „Dat die man zo lijdt, we kunnen alleen maar dankbaar zijn.”

Maarten van der Weijden bij zijn aankomst in Leeuwarden, na een zwemtocht van 195 kilometer.
Maarten van der Weijden bij zijn aankomst in Leeuwarden, na een zwemtocht van 195 kilometer. Foto Vincent Jannink/ANP

Vanaf Jachthaven De Grote Wielen aan de rand van Leeuwarden wordt bij een neergaande zon in de verte het silhouet zichtbaar van de man die voor het tweede opeenvolgende jaar dagenlang het nationale nieuws beheerste met een hallucinante zwemtocht langs de elf Friese steden, over 195 kilometer. Het is Maarten van der Weijden, held van het volk.

In het water vormen de mensen die sinds vrijdagmiddag kilometers met hem meezwommen een erehaag. De laatste van vele tienduizenden zwemslagen gaan onder oorverdovend applaus, en als hij een rood ponton bereikt heeft en eindelijk niet meer hoeft te zwemmen, heft hij zijn rechterarm in de lucht. Het zit erop.

Bij het eerste grondcontact moet hij ondersteund worden door vier man. Het evenwichtsorgaan is de weg nog even kwijt. Zijn gezicht is gezwollen, en boterwit van de zonnebrandcrème. Voor hem staan vrouw Daisy en zijn twee dochtertjes, ze krijgen een zoen, poseren daarna voor een rij fotografen. Hij krijgt een reusachtige stempelkaart in zijn handen gedrukt, waarop alle steden staan afgevinkt.

Hij zegt met een schorre stem dat hij anders dan vorig jaar niet alleen geleden heeft, maar ook heeft kunnen genieten. Van het enthousiasme van al die mensen die langs de Friese wateren kwamen klappen, huilen, springen en joelen, soms rijen dik.

Bij het eerste licht van maandagmorgen was hij al door een mentale barrière gezwommen, toen hij de brug aan de Hikkaarderdyk in Burdaard voor het eerst passeerde onderweg naar Dokkum, anderhalf uur voor zijn eigen tijdschema uit en ogenschijnlijk in goede conditie. Daar, bij recreatiecentrum Mounehiem, gaf zijn lichaam er tien maanden geleden de brui aan, uitgeput, niet langer in staat eten en medicijnen binnen te houden. Op dertig kilometer van de streep leerde een olympisch kampioen dat zijn fysieke vermogen grenzen heeft.

De plaquette van een eenzame zwemmer die op handen wordt gedragen herinnert nog aan dat moment, maar zoiets ging hem niet nog een keer overkomen. Hij bereidde zich beter voor, maakte een voedingsplan, zou meer gaan slapen. Dan leek hem 195 kilometer zwemmen nog altijd haalbaar.

Gejoel

Even na het middaguur stroomt Burdaard opnieuw vol. Mensen houden via de radio of een livestream in de gaten waar Van der Weijden zich bevindt. Als hij zich met een tergend langzame maar o zo effectieve zwemslag door het stadje sleurt, zwelt een gejoel van bewondering aan. „Maar-ten, Maar-ten”, scanderen ze met honderden tegelijk. Een grote groep loopt als in een processie met hem mee, met de man uit Waspik die als een moderne martelaar, plat op zijn buik, lijdt voor een hoger doel. Boven hen uit klinken de woorden van Karin Lensen: „Bedankt, bedankt”, roept ze Van der Weijden toe, in haar handen een bord met de foto van haar broer, die twee maanden geleden aan acute leukemie overleed, de ziekte die Van der Weijden te boven kwam. Lensen staat al dagen langs de kant om haar held te bedanken. Ze is ervan overtuigd dat hij haar heeft gezien en gehoord.

Maarten van der Weijden passeert onderweg van Dokkum naar Leeuwarden het bruggetje van Bartlehiem tijdens zijn tweede poging om de Elfstedentocht te zwemmen.

Vincent Jannink/ANP

Twee Friese legendes

Kees en Pietsje van der Werf hebben zich een paar kilometer verderop tussen de rietkragen opgesteld. Ook zij hebben met kanker te maken gehad, wat heet, ze verloren hun dochter acht jaar geleden. Als Van der Weijden voorbijkomt, begint Kees (76) onophoudelijk te klappen. Achter zijn bril staan de tranen in zijn blauwe ogen. „Dat die man zo lijdt. We kunnen alleen maar dankbaar zijn”, zegt hij.

Lees ook dit interview voorafgaand aan zijn eerste poging: ‘Ik ben bezeten, geen leuke man, geen toffe vader’

Van der Weijden haalt maar door, steeds futlozer klapt zijn platte hand op het wateroppervlak. Om precies tien over twee neemt hij zijn laatste maaltijd voor de finish. In een boomgaard bij Bartlehiem vertelt Marcel Bisselink dat hij risotto met kipkerrie, soja en boontjes voor hem maakte, „want dat heeft-ie gewoon graag”. Om diezelfde reden at hij zoveel rode kool. Bisselink: „Dat krijgt hij thuis niet.”

Richting Aldtsjerk staat de wind tegen, maar zelfs tussen de landerijen kan Van der Weijden rekenen op steun. Mensen zijn door velden gelopen om een glimp van hem op te vangen. Ze weten ook dat dit nooit meer gebeurt. Als Van der Weijden nog energie vindt voor een handkus naar de honderden toeschouwers op het terras van café Moarkswal, is wel duidelijk dat hij de finish gaat halen.

Daar wordt hij als een held onthaald en krijgt hij een kruisje omgehangen van Reinier Paping, de winnaar van de tocht der tochten in 1963. De man, 88 jaar en óók legende in Friesland, heeft het niet droog kunnen houden. Dan mag Van der Weijden op een rode knop drukken. Op een scherm boven hem wordt zichtbaar waar hij al die uren voor heeft afgezien: 3,9 miljoen euro heeft hij opgehaald voor elf onderzoeken naar kanker. Dat is een stuk meer dan vorig jaar. „Wat ik graag wil zeggen is: als iets niet lukt, mag je het best een tweede keer proberen.”