‘De NOS is geen tv-omroep meer en NRC geen krant’

Digitalisering Onder leiding van Lara Ankersmit groeide NOS.nl uit tot de op één na grootste nieuwssite. Kranten spreken van oneerlijke concurrentie, maar zij ziet dat anders.

Lara Ankersmit gaat binnenkort aan de slag bij Het Financieele Dagblad.
Lara Ankersmit gaat binnenkort aan de slag bij Het Financieele Dagblad. Foto ANP

„Toen ik in 2011 begon bij de website van de NOS was de sfeer toch: daar in de hoek zijn ook wat mensen bezig met de site”, zegt Lara Ankersmit, scheidend hoofd digitaal van de NOS. Ze wordt nu adjunct-hoofdredacteur digitaal bij Het Financieele Dagblad.

Lees ook: Vice had aan geld geen gebrek, wel aan lezers en kijkers

NOS.nl is de op één na grootste nieuwssite van Nederland, met 6,4 miljoen unieke bezoekers per maand – kleiner dan marktleider Nu.nl, groter dan AD.nl. Volgens Ankersmit heeft de nieuwsapp meer dan een miljoen bezoekers per dag. In de acht jaren dat ze de afdeling leidde, maakte ze de NOS klaar voor de overgang naar de mobiele telefoon, onder meer door een app te bouwen, en vergrootte ze de aanwezigheid op sociale media.

Maar juist die uitbreiding levert kritiek op. Krantenuitgevers klagen dat de NOS hen oneerlijke concurrentie biedt, door meer en langere artikelen te publiceren. Vorig jaar dwongen Duitse uitgevers een online beperking van de publieke omroep af. Minister Arie Slob (Media, CU) kaartte onlangs het probleem aan in zijn mediabrief. Hij wil de NOS niet beperken, maar kijken of de omroep „tegen marktconforme tarieven” video aan andere nieuwssites kan leveren. Verder mag de publieke omroep geen online advertenties meer plaatsen.

Labprojecten

Ankersmit: „Toen ik begon, had de NOS net besloten geen app te maken. De mobiele site zou voldoen. Maar wat NOS.nl toen vooral deed: we namen een bericht van Teletekst en daar werd dan een fragment uit het journaal en van de radio bij geplakt. Vaak kreeg je dan drie keer hetzelfde verhaal: eerst in tekst, dan in beeld en geluid.” Ankersmits reactie: toch een app bouwen. En een nieuwe site. Ankersmit moest er ook voor zorgen dat het publiek zou verjongen. „Er zijn veel jongeren die tv en radio nauwelijks gebruiken. Ook voor hen is het belangrijk om te weten wat er in de wereld speelt.” De oplossing: hen volgen naar waar ze zitten, op Instagram, YouTube, Facebook. Voor het ontwikkelen van nieuwe vormen richtte Ankersmit het NOS Lab op.

Lees ook het interview met minister Slob: ‘Het mooist zou zijn: helemaal geen tv-reclame’

Voor jongeren heb je volgens haar vaak een andere invalshoek nodig. Ankersmit: „Neem nu xtc. Als dat in het achtuurjournaal zit, gaat het over misdaad en mensen die in het ziekenhuis zijn beland. Je kunt wel steeds zeggen hoe erg het allemaal is, maar de realiteit is dat als je naar een festival gaat, daar xtc wordt gebruikt. Voor de meeste jongeren zijn drugs gewoon leuk voor het weekend. Wij hebben dus een special gemaakt over de beleving van xtc.”

Als er nieuws is, gaan we niet wachten tot we er een video van hebben

Het zoeken naar nieuwe vormen was lastiger voor de journalisten: „In eerste instantie werden de labprojecten ook niet uitgebracht onder de naam NOS. Blijkbaar waren er mensen die zich er voor schaamden, omdat ze bij de échte NOS werkten.” Uit het lab komt bijvoorbeeld NOS Stories, voor Instagram. Aldaar krijg je korte video’s, met toelichting in tekst onderin. Eén keer per week is er een nieuwsquiz met een bekende Nederlander. Aanvankelijk heette deze dienst trouwens NOS Kort. „Ik kwam dus thuis en zei tegen mijn kinderen: ‘Jongens dit is leuk, dit moeten jullie volgen.’ Zij zeiden: ‘NOS Kort? Hoezo kort? Dat is toch lang?’ Dat waren filmpjes van tien seconden.”

Facebook gebruikt de NOS vooral om contact te maken met het publiek. „Zo horen we wat er gemist wordt in de berichtgeving. Dat werd dan besproken in de vergadering. Voorbeeld: „Een dag voor de aanslagen in Parijs was er een zware aanslag in Beiroet. Bezoekers klaagden dat we daar geen aandacht aan besteedden. Verder weg? Niet per se. Er zijn ook gebruikers die uit die regio komen en daar familie hebben. Voor hen is Beiroet dichterbij dan Parijs of Brussel.”

Lees ook de analyse: Wat wil John de Mol met het ANP?

Amerikaans voorbeeld

Wat vindt Ankersmit van de kritiek dat de NOS oneerlijke concurrentie biedt? „De NOS heeft de opdracht om iedereen in Nederland te bereiken met nieuws. Dan ontkom je er niet aan om dat digitaal te doen. Dat betekent: een combinatie van tekst, audio en video. Als er nieuws is, gaan we niet wachten tot we er video van hebben.” En de lange artikelen? Ankersmit: „We zijn allemaal media-organisaties geworden. NOS is geen tv-omroep meer, en NRC is geen krant meer. Als de NOS moet gaan werken met allerlei beperkingen, dan kunnen we alleen nog tv-uitzendingen online gaan zetten. Je kunt de tijd niet terugdraaien.”

Voor een deel van onze lezers voelt Beiroet dichterbij dan Parijs

Bovendien, zo vindt Lara Ankersmit, zouden Nederlandse mediabedrijven niet naar elkaar moeten kijken, maar naar de Amerikaanse concurrentie, die veel meer middelen heeft en het nieuws aantrekkelijker presenteert. „Zou het enkel om de content gaan, dan hadden we allang gewonnen. NOS-content is bijvoorbeeld beter dan wat Buzzfeed maakt. Ontwikkel je producten die niet matchen met wat mensen online gewend zijn, dan wordt het moeilijk om interessant te blijven.”