Schadeclaim bij NAM mislukt faliekant

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal civiel recht: schade door gaswinning.

Foto Catrinus van der Veen/ANP

Dat eisers van schadevergoeding aan de NAM een geduchte tegenspeler hebben, ondervond ook de aannemer die in maart 2015 een woonboerderij en twee schuren in Oldambt kocht. Hij wist van schade aan zijn aanwinst, ook al doordat hij zelf een jaar eerder betrokken was geweest bij reparatiewerk voor de vorige eigenaar. Een half jaar na aankoop meldde hij andermaal schade bij de NAM. Op basis van een door hemzelf ingeschakeld expertisebureau vorderde hij bijna 1,5 miljoen euro van de NAM. Maar wie schade claimt, moet schade bewijzen. En dat mislukte faliekant, eerst bij de NAM en vorige week ook voor de rechtbank in Assen. De laatste concludeerde droogjes dat „niet kan worden aangenomen dat er sprake is van nieuwe fysieke schade die niet reeds […] is afgewikkeld”. De rechtbank had er „begrip” voor dat de aannemer niet alle volgens hem opgetreden schade had kunnen bijhouden, „maar hij had op zijn minst foto’s in het geding kunnen en moeten brengen ter onderbouwing van de door hem gestelde schade”. De rechtbank wees alleen vergoeding toe van de kosten van het expertisebureau en van beschadigingen van zijn tuin en riolering tijdens het onderzoek, tezamen 4.810 euro, een fractie van zijn claim.

Uitspraak: ECLI:NL:RBNNE:2019:2616