Boer Toon experimenteert met kringlooplandbouw en oude kennis

Kringlooplandbouw Minister Schouten wil meer kringlooplandbouw. Boer Toon Hulshof experimenteert al met nieuwe landbouwmethodes én herwaardeert oude kennis.

De Achterhoekse boer Toon Hulshof experimenteert met kringlooplandbouw op zijn melkveehouderij.
De Achterhoekse boer Toon Hulshof experimenteert met kringlooplandbouw op zijn melkveehouderij. Foto Eric Brinkhorst

Toon Hulshof (40) hurkt en haalt zijn hand door de plantjes die hem omringen: hartvormige blaadjes, kleine witte bloempjes. „Dit doet me wel een beetje pijn.”

Wat hier zou moeten groeien is peterselie, klaver, pimpernel, platte weegbree. Wat er in de praktijk voornamelijk staat is herderstasje. Onkruid.

Dit voorjaar zaaide Hulshof kruidenrijk gras in op een deel van zijn land. Dat is lekker voor zijn koeien, houdt water in de bodem beter vast en is fijn voor insecten. Maar goed, helemaal gelukt is het nog niet. „Verschillende collega-boeren zijn al bij me komen vragen: ‘Wat voor rommel heb jij nou weer staan?’”

Hulshof laat zich door zo’n tegenslag niet klein krijgen: hij probeert wel vaker iets nieuws. Verderop staat zijn boerderij – het oudste deel stamt uit 1875 – met 130 melkkoeien, middenin het typische Achterhoekse coulissenlandschap. Daar experimenteert hij sinds een aantal jaar met nieuwe landbouwmethodes. Samen met andere melkveehouders die ook aangesloten zijn bij Vruchtbare Kringloop Achterhoek, een lokaal project met veel aandacht voor water- en bodemkwaliteit en efficiënt gebruik van voer en mest.

In het op 17 juni gepresenteerde plan van minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ChristenUnie), wordt Vruchtbare Kringloop Achterhoek als voorbeeldproject genoemd. Schouten ziet zogeheten kringlooplandbouw – waarbij verspilling wordt tegengegaan, milieu en natuur zo min mogelijk worden belast en het landbouwsysteem zo lokaal mogelijk is – als toekomstperspectief voor de landbouw in Nederland. De situatie zoals die nu is, noemt ze onhoudbaar. Problemen zijn legio: stikstofoverschotten in de natuur, klimaatverandering, insectensterfte, het slechte boereninkomen, om er een paar te noemen.

Zuinigheid

Kringlooplandbouw is geen vastomlijnd begrip. Boeren geven er op verschillende manieren invulling aan. Maar zuinigheid – het terugdringen van verliezen in de voedselkringloop – is een kernwaarde. „Het mooie is: wanneer je kringlopen sluit, pak je veel milieudoelen in één keer mee”, zegt Carel de Vries, projectleider van Vruchtbare Kringloop Achterhoek. „Als je minder krachtvoer en kunstmest gebruikt omdat je efficiënter werkt, dan daalt ook de klimaatimpact van je bedrijf.” Zo kosten productie en vervoer van kunstmest veel CO2-uitstoot én is weglekkend stikstof uit die kunstmest (in de vorm van nitraat) weer slecht voor oppervlakte- en grondwater.

Volgens cijfers van Vruchtbare Kringloop Achterhoek daalde de uitstoot van broeikasgassen zoals methaan en lachgas bij deelnemende bedrijven met ongeveer een kwart tussen 2013 en 2016. En meer dan de helft van de boeren voldoet nu aan de richtlijn voor nitraat in grondwater, de andere helft is er bijna, zegt De Vries. Dat is nog geen eindstation: het is de bedoeling dat boeren steeds van elkaar leren en zich verbeteren.

Dat klinkt prachtig, maar het zal niet iedereen overtuigen. Critici uit de natuur- en milieuhoek zeggen dat verregaande kringlooplandbouw in Nederland helemaal niet mogelijk is, omdat er simpelweg te veel dieren worden gehouden. Zij verweten Schouten de echte oplossing te negeren: krimp van de veestapel.

De Vries is het daar niet mee eens. Volgens hem gaat het om „kwaliteit op bedrijfsniveau”, niet slechts het aantal dieren. Als we circulaire landbouw serieus onderzoeken en toepassen, is inkrimpen „niet of nauwelijks” nodig, denkt hij. „Dat geldt in ieder geval voor de melkveehouderij, waar boeren nog veel land hebben om hun eigen gewassen te verbouwen en mest op te gebruiken. Ook akkerbouwers hebben die mest nodig. Bij varkens- en kippenboeren weet ik niet of het zonder krimp kan.”

Minder kunstmest

Toon Hulshof werpt een snelle blik opzij. „Die krijgt een kalf.” Bij de koe steekt al iets uit, maar Hulshof ziet dat het nog wel even duurt. Hij loopt door naar de stal waar zijn melkkoeien, net uit de wei gehaald, staan te kauwen op versgemaaid gras. Vroeger had hij al dat gras ‘ingekuild’, onder plastic bewaard voor de winter. „Maar daarbij verlies je suikers en eiwitten.” Hulshof kan bijna zonder soja (ook een eiwitbron), dat vaak van ver moet komen en bijdraagt aan ontbossing.

Ook gebruikt hij minder kunstmest nu hij grasland vermengt met rode klaver, een plant die zelf stikstof uit de lucht haalt en opslaat. Als hij op datzelfde perceel later maïs aanplant, hoeft hij, zeker het eerste jaar, geen stikstof bij te geven. „Dat is ook nog eens beter voor de bodem, en het scheelt geld.”

Je zou het inzaaien van klaver een nieuwe manier van boeren kunnen noemen, maar eigenlijk is het juist ouderwets om planten te gebruiken om de bodem te verrijken. Die kennis was bij veel boeren alleen weggezakt, omdat het gebruik van kunstmest zo dominant werd.

Dat merkte Hulshof ook aan zijn vader, die het bedrijf runde voor hij het overnam. „Dat is een veehouder van de kunstmestgeneratie. Alles draaide om maximaliseren van wat je van het land haalde.”

Zijn vader zag eerst niets in die klaver. „Als ik vertelde hoeveel kunstmest ik had gestrooid, zei hij: maar dat kán toch niet?” Inmiddels heeft hij kunnen zien dat de opbrengsten bijna hetzelfde bleven. „Nu vindt hij het ook wel mooi.”

Lees ook: Minister Schouten: landbouw moet duurzamer, voedsel wordt duurder

Ook andere collega’s raken steeds meer overtuigd: 350 van de 1.000 Achterhoekse melkveehouders zijn nu aangesloten bij Vruchtbare Kringloop. Hulshof hoorde bij de voorhoede. Verandering leek hem onvermijdelijk. „Vroeger was het als boer genoeg om aan wet- en regelgeving te voldoen. Nu komen daar maatschappelijke eisen bij.”

Na de voorhoede begint ook „de middengroep” te volgen. „Wij moesten eerst aantonen dat het werkt. Boeren, zeker hier in de Achterhoek, kijken graag de kat uit de boom. En we doen het ook niet voor de hobby, hè?”

Daarom baalde hij ook zo van dat kruidenrijk grasland, bedoeld om de biodiversiteit op zijn bedrijf te verbeteren. Dat veld vol herderstasje is koren op de molen van de sceptici. Die denken dat het experiment meteen mislukt is.

Daarbij denkt Hulshof ook dat de laatste 10 of 15 procent van de collega-boeren sowieso moeilijk te overtuigen is. „Omdat ze wat ouder zijn bijvoorbeeld, en geen opvolger hebben. Die zeggen: ik vind het wel genoeg wat ik nu doe. ”