Opinie

Vragen genoeg over Dumoulins afzegging voor de Tour

Wielrennen

Commentaar

Het kwam niet als een grote verrassing toen Tom Dumoulin donderdag liet weten dat hij als gevolg van een hardnekkige knieblessure de Tour de France aan zich voorbij moet laten gaan. De teleurstelling – bij renner, Team Sunweb en wielerliefhebbers – was er niet minder om.

De nummer 2 van vorig jaar in Parijs heeft nog steeds de beste papieren om de eerste Nederlander sinds Joop Zoetemelk te worden die de Tour kan winnen.

In de voorbereiding op ’s werelds belangrijkste wielerwedstrijd moet dan wel alles kloppen. Maar sinds dinsdag 14 mei ging alles mis. Gevallen in de Ronde van Italië, wond aan de linkerknie, tien hechtingen, röntgenfoto’s, MRI-scans, anderhalve week geleden van start in het Critérium du Dauphiné – een etappekoers die geldt als een generale repetitie voor de Tour – vanwege de knieproblemen afgestapt, terug in Nederland een medische ingreep waarbij een stukje grind uit zijn knie werd gehaald, daags erna met de auto naar de Alpen voor een hoogtestage en bij Nancy rechtsomkeert gemaakt. Zelf wist hij op de terugweg naar huis naar eigen zeggen al dat hij niet naar de Tour zou gaan, pas drie dagen later werd dat besluit wereldkundig gemaakt.

Vragen genoeg bij de gang van zaken rond Nederlands beste ronderenner. Had dat stukje grind niet al kort na zijn val in de Giro uit zijn knie kunnen worden gehaald? Was het wel verstandig om in de Dauphiné van start te gaan? En getuigt het feit dat Dumoulin met een net geopereerde knie met tien hechtingen erin achter het stuur van zijn auto kruipt om van Limburg naar de Alpen te rijden van een professionele aanpak bij een van de beste ploegen ter wereld? Indirect gaf Dumoulin zelf het antwoord op die laatste vraag: hij zei dat hij als een gewonde dolle stier op de Tour was afgerend sinds zijn val in de Giro – de ronde die hij in 2017 won. De ploegleiding deed tot vlak voor Dumoulins beslissing thuis te blijven alsof er weinig aan de hand was en hun kopman ‘gewoon’ naar de Tour zou gaan. Voor de grootste etappekoers gooi je natuurlijk ook niet zomaar de handdoek in de ring.

De Tour begint zaterdag 6 juli in Brussel. Voor die startplaats is gekozen omdat het vijftig jaar geleden is dat Brusselaar Eddy Merckx zijn eerste van vijf edities van de Tour won, een record dat hij deelt met de Franse renners Jacques Anquetil en Bernard Hinault en de Spanjaard Miguel Indurain. Bij de start op de Grote Markt ontbreekt niet alleen Dumoulin. De Britse viervoudige Tourwinnaar Chris Froome is er niet bij, als gevolg van een doodsmak onlangs in de Franse Alpen, in de Dauphiné. Ook de nummer 4 van vorig jaar, de Sloveen Primoz Roglic, laat verstek gaan, als gevolg van een zware Giro. Vooralsnog verschijnt de winnaar van vorig jaar, Welshman Geraint Thomas, wel aan de start in Brussel. De vraag is hoe, na zijn val begin vorige week in de Ronde van Zwitserland.

Dus ligt een open Tour de France in het verschiet. En daar zou onder anderen de nummer vijf van vorig jaar, Roglic’ teamgenoot Steven Kruijswijk, van kunnen profiteren. Hij deelt het kopmanschap bij Jumbo met Dylan Groenewegen, die aan het eind van de openingsrit in Brussel zomaar eens naar de eerste Nederlandse gele trui sinds Erik Breukink (1989) zou kunnen sprinten. Twee andere Nederlandse gereputeerde ronderenners, Wilco Kelderman (Sunweb) en Bauke Mollema (Trek), vervullen straks de rol van knecht. Ook zonder Dumoulin dus nog voldoende Nederlandse inbreng in de Tour. De thuisblijver zelf overweegt later dit jaar in de Ronde van Spanje van start te gaan. Hij zou er goed aan doen volgend jaar de Giro te laten schieten en voluit te kiezen voor de Tour.