Opinie

Van alleen een CO2-heffing wordt industrie niet duurzamer

Voor het terugdringen van de CO2-uitstoot is een combinatie van meerdere instrumenten nodig, schrijft . Ga daar snel mee aan de slag.

Afvalverwerking, olieopslag en andere industrie in het havengebied van Rotterdam.
Afvalverwerking, olieopslag en andere industrie in het havengebied van Rotterdam. Foto Siebe Swart

Bent u wel eens door het industriegebied van Rotterdam-Rijnmond gereden? Van Pernis naar het puntje van de Tweede Maasvlakte rijdt u langs meer dan vijfendertig kilometer veelal fossiele industrie. Het is een indrukwekkend gezicht. Van olieraffinaderijen tot kolenoverslag, van chemische industrie tot kolencentrales: voor vele honderden miljarden euro’s aan mega-infrastructuur. Volgens het Havenbedrijf Rotterdam werd hier in 2017 bijna 46 miljard aan toegevoegde waarde gecreëerd, en werken er ruim honderdduizend mensen.

Dit moet allemaal anders. Er wordt namelijk niet alleen veel verdiend en hard gewerkt, de industrie in de Rotterdamse haven was in 2015 ook verantwoordelijk voor bijna een vijfde van de totale Nederlandse CO2-uitstoot, zo’n 30 miljoen ton.

Willen we de ergste klimaateffecten voorkomen en de mondiale opwarming beperken tot 1,5 graad celsius, wat volgens het wetenschappelijke klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC) duidelijke voordelen heeft, dan moeten de CO2-emissies wereldwijd in 2050 nul zijn. Nederland streeft ook naar dit doel, en terecht. We hebben er, gevoelig als we zijn voor bijvoorbeeld zeespiegelstijging, alle belang bij. En: als we het in Nederland, als een van de rijkste, best georganiseerde en technologisch competentste landen ter wereld, niet doen, gebeurt het nergens.

De industrie kan op verschillende manieren de uitstoot terugdringen: door op fossiel gebaseerde processen en grondstoffen te vervangen door CO2-vrije elektriciteit, biomassa en waterstof, en via CO2-afvang, -opslag en -hergebruik. Op de schaal van een fabriek gaan zulke veranderingen meteen om miljardeninvesteringen, die vaak niet terug te draaien zijn als ze later niet zo’n beste beslissing blijken te zijn geweest. Bovendien moeten omliggende bedrijven, toeleveranciers en afnemers mee veranderen, omdat in de industrie bedrijven sterk van elkaar afhankelijk zijn.

Vervuiler betaalt?

De veranderingen zijn zo grootschalig en ingrijpend, dat de overgang naar minder CO2-uitstoot in de industrie er anders uitziet dan die in transport, landbouw, elektriciteit of huishoudens, waarbij je meer gebouw voor gebouw, auto voor auto, en centrale voor centrale te werk kunt gaan. Bij de industrie heb je een ‘big bang’ nodig. De grote vraag is: hoe krijg je dat voor elkaar? Het is verleidelijk om in de politiek het vraagstuk plat te slaan tot het principe ‘de vervuiler betaalt’. Dat is in de praktijk alleen vol te houden als de kosten betaalbaar zijn voor die vervuiler, doordat ze laag zijn of kunnen worden doorberekend. Of als je bereid bent de fabrieken van die vervuiler te sluiten.

De kosten zijn niet laag en een industrie die mondiaal moet concurreren kan ze niet doorberekenen. De industrie, die geen direct belang heeft bij nul CO2, maakt dankbaar gebruik van deze argumenten om zo min mogelijk te hoeven doen. En, in eerste instantie, met succes. Het ontwerp-klimaatakkoord van december 2018 kwam met een ‘bonus-malusregeling’ de industrie behoorlijk tegemoet. De rekenmeesters van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) rekenden vervolgens uit dat dat niet genoeg zou zijn voor de doelstellingen van 2030, laat staan voor die van nul CO2 in 2050.

Daarop reageerden PvdA en GroenLinks met een voorstel voor een CO2-heffing. Dit was politiek handig: in hun voorstellen werden kosten verplaatst van de burger naar de industrie, en de heffing leverde een extra prikkel op voor de industrie om CO2 te reduceren. Maar, zoals het PBL vorige week heeft berekend, als een bijeffect moeten we dan wel bereid zijn om mogelijk onderdelen van de Nederlandse industrie te sluiten. Met de kans dat dezelfde producten daarna elders op een nog klimaatonvriendelijkere manier worden gemaakt.

Lees ook deze column: Gezocht: CO2- heffing die alles kan

Het lijkt wel alsof we maar één keus hebben: een CO2-heffing of niet. Dat is veel te beperkt. Het IPCC heeft ook gekeken naar inzichten uit de milieueconomie, energietechnologie, sociologie en bedrijfskunde. Conclusie: dit soort complexe vraagstukken kunnen niet door een enkel beleidsinstrument worden opgelost. Je moet een combinatie maken van standaarden en regulering, CO2-beprijzing, en publieke investeringen in infrastructuur en innovatie.

Andere instrumenten

Een CO2-heffing moet onderdeel uitmaken van een mix aan beleid. We hebben al een CO2-prijs voor de industrie in de vorm van het Europese emissiehandelssysteem. In aanvulling kan ook op andere plaatsen in de industriële productieketen een belasting worden geheven, bijvoorbeeld bij de kopers van staal of chemicaliën. De producten die zij maken staan minder bloot aan internationale concurrentie waardoor de meerkosten beter kunnen worden doorberekend aan klanten, vaak ook weer bedrijven, maar deze veroorzaken niet veel CO2-uitstoot. Dit geeft een opbrengst die kan worden geïnvesteerd in nieuwe infrastructuur en het is ook een prikkel om klimaatvriendelijker materialen te kopen.

De overheid zal ook moeten investeren, in grootschalige infrastructuur en innovatie. Dit gebeurt al bij wind op zee, waarvoor de overheid het investeringsrisico van het benodigde elektriciteitsnet op zee op zich neemt. Het gaat redelijk ongemerkt, want Tennet, verantwoordelijk voor het hoogspanningsnet, bestond al. Dergelijke publieke bedrijven zullen ook moeten worden opgericht of versterkt voor nog meer duurzame elektriciteit voor de industrie, voor energieopslag, en voor infrastructuur voor het transporteren en ondergronds opslaan van CO2.

Dit is geen pleidooi voor meer studies of onderzoek. Hoe sneller de uitstoot naar beneden gaat, des te beter voor het klimaat. Hoe eerder CO2-vrije technologieën in de industrie geïmplementeerd worden, des te sneller ze ook in andere landen kunnen worden gerealiseerd. Iedere ton CO2 telt. Laten we niet verder praten over meer CO2-beprijzing, maar aan de gang gaan met andere instrumenten die snel voor verandering zorgen en een klimaatneutrale industrie voor Nederland behouden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.