Utrecht wil kunst en creatief stadsleven laten bloeien op experimenteel Berlijnplein

‘Urban Arts’ Aan de rand van Leidsche Rijn wil Utrecht op braak terrein van het Berlijnplein plaats maken voor creatieve stadse initiatieven en festivals, naar Berlijns voorbeeld.

Volop plaats voor ‘urban arts’ in het Berlijnplein in Utrecht, waar ook het Nieuw Utrecht Toneel zich vestigt. Juri Hiensch
Volop plaats voor ‘urban arts’ in het Berlijnplein in Utrecht, waar ook het Nieuw Utrecht Toneel zich vestigt. Juri Hiensch

„Arm aber sexy”. De slogan die symbool is komen te staan voor de Berlijnse creatieve zzp’er staat trots boven de ingang van ‘Berliner Garten’, het nieuwe festival aan de rand van Leidsche Rijn, op het Berlijnplein. De los-vaste verzameling marktkramen, kunstprojecten en constructies van hout en golfplaten contrasteren sterk met de vinexwijk verderop.

De tijdelijke bouwsels ogen alsof Utrecht nog geen idee heeft wat het aanmoet met het duizenden vierkante meters braakliggend terrein eromheen. Maar het weet precies wat het met het Berlijnplein wil.

Overzicht van het Berlijnplein met Berliner Garten in Leidsche Rijn in Utrecht: voor festivals en tijdelijke bebouwing, al naar behoefte. Juri Hiensch

Maandag stuurde cultuurwethouder Anke Klein (D66) het ‘ontwikkelkader’ voor het gebied naar de gemeenteraad. Toverwoord: ‘placemaking’. Dat is het ontwerpen van een plek op basis van de behoeftes van de eindgebruikers, in dit geval omwonenden, bezoekers en creatieve ondernemers. Het is de bedoeling dat de inrichting van het plein, inclusief gebouwen, voortvloeit uit die behoeftes. „Dus niet: verrassing! Hier heb je een gebouw. Ik hoop dat je het leuk vindt”, zegt Klein in het ‘paviljoen’ dat dienstdoet als café. De enorme blokkendoos van een Pathé-bioscoop aan de rand van het terrein valt daarbij uit de toon, „maar dat is juist het diverse”, pareert Klein.

Noodlokalen en springmatras

Behoeftes veranderen, dus per definitie zijn alle gebouwen tijdelijk. Het café stond er een jaar geleden nog niet. Er is een ‘Angstfabriek’, bestaande uit enkele noodlokalen, een theatrale ervaring over hoe we ons laten leiden door angst. Vanaf eind juli ligt er een gigantisch ‘springmatras’ van 14 bij 20 meter. Inmiddels trekt het terrein jaarlijks 20.000-25.000 bezoekers.

Lees ook de reportage over de Angstfabriek: Op bezoek bij de fabriek die geld verdient aan angst

Komende jaren krijgen vier organisaties een ruimte: het Nieuw Utrechts Toneel, ontwerperscollectief Goede Vrijdag, de Buurtwerkkamer Leidsche Rijn en adviesbureau Jonge Honden. Zij krijgen onderdak van DePlaatsmaker, die al op meerdere locaties in Utrecht panden heeft bevolkt met creatieve ondernemers, maar waaraan veel meer behoefte is. Bij succes krijgen de organisaties, festivals, kunstprojecten en gebouwen en permanent karakter. Een proces van jaren, zo niet decennia.

Het betekent ook dat mislukte projecten níét terugkomen. Showman’s Fair, een soort miniversie van theaterfestival De Parade, trok in november te weinig bezoekers voor een vervolg.

„De nieuwe werkelijkheid is meer fluïde en dynamisch”, schrijft de wethouder maandag aan de gemeenteraad, „en heeft ruimtes nodig die door de tijd heen flexibel zijn in te vullen.”

‘Urban arts’ naar Berlijns model

„Ik ken geen ander voorbeeld in Nederland hiervan”, zegt wethouder Klein. Ze woonde rond de eeuwwisseling zelf als student in Berlijn, „toen niemand daar nog heen ging”, maar dat inmiddels het uithangbord is voor het creatieve, flexibele stadsleven. Uit Berlijn herkent Klein „het rauwere”, ze geniet ervan hoe dat combineert met het „toch wel aangeharkte” Leidsche Rijn.

Ook het laagdrempelige street art is „echt Berlijns” en heeft een centrale plek tijdens deze Berliner Garten. ‘Urban arts’ krijgt bovendien nadruk in de aankomende cultuurplannen van Utrecht, verklapt de wethouder alvast. Naast het terrein staat een gigantische muur van 5 bij 70, waarop muurschilder Sokar Uno, wonend in Berlijn uiteraard, de levensvragen van middelbare scholieren heeft verbeeld. Aan het eind van de zomer komt de wereldberoemde Nederlandse straatkunstenaar Leon Keer het werk afmaken.

Utrecht werkt al drie jaar aan het gebied. ‘Organiseer je eigen festijn op het Berlijnplein’, was de prijsvraag waarmee de gemeente in 2016 input van bewoners vroeg. Begin 2017 werd RAUM opgericht, een ‘cultureel stadslab’, dat het gebied moest gaan vormgeven. Sindsdien dachten 900 bewoners al mee over het programma, met als overkoepelend thema ‘de toekomst van de stad’. Projecten moeten vragen stellen over hoe in groeiende steden de bereikbaarheid, de lucht en de sociale verhoudingen gezond blijven. Utrecht is de snelst groeiende stad van Nederland.

Andere gemeenten hebben al interesse getoond in het concept, zegt Klein. „Maar je moet wel beseffen dat wij een unieke mogelijkheid hebben. Waar heb je nou 9.000 vierkante meter tot je beschikking? Ja, in krimpgebieden, maar daar heb je niet de euro’s.” Utrecht heeft 3,65 miljoen euro per jaar voor het Berlijnplein over, waarvan de helft voor de bebouwing, de helft voor programmering.

Grotere rol kunstenaars

‘Placemaking’ „in plaats van beleidsdoelstellingen” is hot, zegt Donica Buisman, directeur bij RAUM, op het caféterras. Er is zelfs een internationale Placemaking Week, die deze maand in het Spaanse Valencia werd gehouden. Buisman was een van de sprekers. „We hebben nu echt het momentum mee”, zegt ze. Ze wijst op een recent opiniestuk in NRC waarin George Brugmans, directeur van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam, en Marleen Stikker, directeur van Waag, pleiten voor een centralere rol van kunstenaars in de maatschappij in het vormgeven van de toekomstige samenleving.

Lees het opiniestuk van George Brugmans en Marleen Stikker: Zonder creativiteit geen toekomst

„Na de cultuurbezuinigingen [in 2013, door VVD-staatssecretaris Zijlstra, red.] stelden we onszelf de vraag wat de meerwaarde is van kunst”, zegt Buisman. „Nu weten we: het helpt ons bij het denken over maatschappelijke vraagstukken, interdisciplinair, en over de sectoren heen. In die zin zijn we hier in Leidsche Rijn bezig de culturele instelling van de toekomst te bouwen.”