Opinie

Moderne tijd kwam niet ondanks christendom

Anders dan Maarten Boudry schrijft, kent het christendom juist wel een traditie van vrijdenkers, menen en .

Pentekening uit een latere uitgave van Erasmus’ Lof der zotheid (oorspronkelijk verschenene in 1511), waarin hij spot met degenen die „aanspraak maken op den titel van wijzen en als apen het purper en als ezels in de leeuwenhuid rondwandelen”.
Pentekening uit een latere uitgave van Erasmus’ Lof der zotheid (oorspronkelijk verschenene in 1511), waarin hij spot met degenen die „aanspraak maken op den titel van wijzen en als apen het purper en als ezels in de leeuwenhuid rondwandelen”. Foto Universiteit Leiden

Met instemming lazen we de oproep van Maarten Boudry om geen onzin over godsdiensten te debiteren (Hou op met die christofilie, 21/6). Deze oproep is ons theologen uit het hart gegrepen. Terecht richt hij zijn pijlen op wat hij „christofielen” noemt: mensen aan de flanken van het politieke spectrum die het christendom op één lijn stellen met hervorming en verlichting, tegenover een islam die oorlogszuchtig en intolerant zou zijn.

Nog los van de vraag of het zinvol is om christendom en islam te vergelijken, is het op zichzelf al onjuist om eerstgenoemde eenzijdig positief voor te stellen. Als christenen hebben wij er een scherp oog voor dat onze geloofstraditie een ingewikkelde geschiedenis heeft. Wij voelen ons niet christofiel maar eerder christo-kritisch: vaak duurde het binnen het christendom lang voordat nieuwe ideeën echt konden doorbreken. De christelijke traditie kenmerkt zich niet door een grote ontvankelijkheid voor vrijdenken en wetenschap. Christelijke vrijdenkers hebben harde gevechten moeten leveren, soms tegen de prijs van hun eigen leven.

Boudry houdt zich echter niet aan zijn eigen advies om geen onzin te verkopen over godsdiensten, als hij de moderniteit en het christendom vervolgens simpelweg tegenover elkaar plaatst. De moderne tijd is, zo stelt hij, ondanks het christendom ontstaan.

Dat is onzinnig. Je moet dan namelijk volhouden dat Erasmus – behalve humanist ook katholiek – niets heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het satirische genre, dat Luthers pamflet over de vrijheid van een christen geen enkele relatie heeft met de filosofie van Immanuel Kant, dat de zestiende-eeuwse reformatie niets te maken heeft met het voor de Westerse cultuur zo kenmerkende streven naar hervorming op velerlei terrein, en dat het roemde All men are created equal uit het eerste amendement van de Amerikaanse grondwet op geen enkele manier christelijk geïnspireerd is.

Buitenechtelijk kind van het christendom

De Canadese filosoof Charles Taylor heeft in A Secular Age (2007), geanalyseerd hoe christendom en moderniteit elkaar wederzijds beïnvloed hebben. Aan het moderne paradigma heeft de christelijke traditie veel inzichten te danken. Omgekeerd zijn veel ‘moderne’ inzichten ontstaan uit christelijk geïnspireerde bronnen.

Lees ook: Een burgeroorlog over secularisme en religie

Volgens de Brits-Amerikaanse filosoof Larry Siedentop is onze seculiere liberale maatschappij, waarin het vrije individu het organiserend principe is, „het buitenechtelijk kind van het christendom”. De stromingen zijn als een spiegel voor elkaar. Waar de moderniteit bedreven is in religiekritiek, draagt de christelijke theologie bij door middel van moderniteitskritiek. Dat laatste is nodig omdat ook de moderniteit bepaald niet alleen vredelievend en tolerant is.

Het tamme en vredelievende christendom waar Boudry over spreekt, bestaat alleen daar waar de bronnen niet meer gekend worden.

Beter dan de ‘wasmachine van de Verlichting’ is het bijbelse badwater. Het waren en zijn immers juist deze verhalen die voor christenen telkens weer aanleiding vormen om in de spiegel te kijken. Hoe intolerant waren we? Hoe intolerant ben ik vandaag? Deze spiegel is van blijvende waarde, voor christofielen, christocritici en voor de samenleving als geheel.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.