Minimaal uurtarief voor zzp’ers moet armoede tegengaan

Arbeidsmarkt Het kabinet presenteerde maandag plannen om schijnzelfstandigen tegen te gaan en zzp’ers meer bestaanszekerheid te geven. Van die laatste groep verdient 8,5 procent onder het bestaansminimum.

Foto iStock

Het aantal ‘werkende armen’ in Nederland moet kleiner worden. Dat is de belangrijkste motivatie van het kabinet-Rutte III om zzp’ers een minimumtarief van 16 euro per uur op te leggen. Een zelfstandige zonder personeel die dat minimale uurtarief vraagt, kan net op het bijstandsniveau uitkomen van netto 1.025 euro per maand, ook wel het ‘bestaansminimum’ genoemd.

Het minimumtarief is onderdeel van allerlei nieuwe zzp-regels die het kabinet de komende jaren wil introduceren. Maandag presenteerden minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) en staatssecretaris Menno Snel (Financiën, D66) de contouren van deze nieuwe regels, die de komende maanden verder worden uitgewerkt.

De invoering van een minimumtarief is een grote stap, omdat zelfstandig ondernemers daardoor niet meer helemaal vrij zijn om hun eigen tarieven te bepalen. Toch is zo’n bodemtarief hard nodig, zei Koolmees in een toelichting. CBS-cijfers laten zien dat zzp’ers relatief vaak in armoede leven.

Van de werknemers in loondienst, woont zo’n 1,5 procent in een huishouden dat onder het bestaansminimum leeft. Bij zzp’ers is dat 8,5 procent. Dat betekent dat bijna 100.000 zzp’ers voor hun werk als zelfstandige mínder geld krijgen dan wanneer ze een bijstandsuitkering hadden aangevraagd. Koolmees: „Zij houden ook geen geld over om voor hun pensioen te sparen, of zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid.”

De regels rond werk en arbeidscontracten moeten volledig op de schop, adviseert een door het kabinet ingestelde commissie.

‘Hoger kan niet’

Vakbond CNV vindt 16 euro nog steeds „veel te laag”. „Wij stellen een minimumtarief voor van minstens 25 euro”, zegt voorzitter Arend van Wijngaarden, „dat per sector nog omhoog kan. In de bouw bijvoorbeeld, is een tarief van rond de 40 euro pas kostendekkend.”

Maar dat is niet mogelijk, zegt het kabinet. Volgens Europese regels mag de overheid zich niet zomaar bemoeien met tarieven van zelfstandig ondernemers. Ingrijpen moet „noodzakelijk” zijn. In dit geval is die noodzaak: armoede voorkomen. Vervolgens moet de bemoeienis „proportioneel” zijn. Daarom, zegt het kabinet, mag het uurtarief niet hoger zijn dan nodig is om armoede te voorkomen.

Ongeveer 15 tot 20 procent van de 1,1 miljoen zzp’ers heeft nu een lager uurtarief dan 16 euro. Dat valt op te maken uit een rapport van economisch onderzoeksbureau SEO in opdracht van minister Koolmees. Deze lage tarieven zijn onder andere gebruikelijk bij post- en pakketbezorgers, maaltijdbezorgers en in de kunst- en cultuursector.

En wat als een zzp’er niet per uur, maar per opdracht betaald krijgt? Zzp’ers moeten straks voorafgaand aan iedere opdracht inschatten hoeveel uur ze daarmee bezig zullen zijn. Die inschatting moeten ze delen met de opdrachtgever, zodat die kan zien of het minimumtarief gehaald wordt.

Dan nog kan achteraf blijken dat de zzp’er meer tijd nodig had, waardoor hij alsnog onder het minimumtarief zakt. Zakelijke opdrachtgevers, zoals PostNL of Deliveroo, moeten dan bijbetalen. Het tarief geldt dan voor de werkelijke gewerkte uren. Maar als de opdrachtgever een privépersoon is, die bijvoorbeeld een schoonmaker of grafisch ontwerper heeft ingehuurd, blijft de inschatting vooraf leidend.

Schijnzelfstandigen

Het kabinet presenteerde ook nieuwe regels om échte zelfstandigen te onderscheiden van ‘schijnzelfstandigen’. Het is voor bedrijven aantrekkelijk om met zzp’ers te werken in plaats van werknemers, omdat zelfstandigen veel goedkoper zijn. Dat komt vooral door belastingvoordelen én doordat het bedrijf voor hen geen sociale premies hoeft af te dragen.

Daardoor werken veel organisaties met ‘schijnzelfstandigen’: zzp’ers die volgens de wet geen ondernemer, maar een werknemer zijn. Er is geen eenduidige definitie van de schijnzelfstandige, maar vaak zijn het zzp’ers die niet kunnen onderhandelen over hun tarieven en weinig vrijheid hebben om zelf te bepalen waar, wanneer en hoe ze hun werk doen.

Lees ook: De zzp’er: ondernemer of schijnzelfstandige?

In zulke gevallen kan de Belastingdienst ingrijpen door te oordelen dat de zzp’er een werknemer is. Het bedrijf moet dan een boete betalen en met terugwerkende kracht alsnog loonheffing en sociale premies afdragen.

Maar de laatste jaren gaan bedrijven met schijnzelfstandigen vrijuit, doordat de Belastingdienst de zzp-regels amper handhaaft. Dat komt door de mislukte introductie van de huidige zzp-wet, begin 2016.

Het vorige kabinet, Rutte II, wilde een einde maken aan de ‘VAR-verklaringen’. Daarin verklaarde een zelfstandige tegenover zijn opdrachtgever dat hij een échte ondernemer is. Met zo’n verklaring op zak kon een opdrachtgever geen naheffingen krijgen van de Belastingdienst, ook al oordeelde die achteraf dat de zzp’er een contract had moeten krijgen. Schijnzelfstandigheid kon dus amper worden aangepakt.

Geen handhaving

Daarom bedacht Rutte II dat de zzp’er en de opdrachtgever voortaan samen een contract moeten ondertekenen waarin ze hun werkrelatie beschrijven. Als uit dat contract blijkt dat de zzp’er een echte ondernemer is, krijgt de opdrachtgever geen naheffingen of boetes.

Bedrijven vonden deze contracten ingewikkeld en onduidelijk. Ze vreesden alsnog een boete te kunnen krijgen. Daarom is de nieuwe zzp-wet, die sinds mei 2016 van kracht is, nooit voluit gehandhaafd. Alleen „kwaadwillende” bedrijven kunnen een boete krijgen. Maar tot nu toe heeft de Belastingdienst geen enkel bedrijf als ‘kwaadwillend’ kunnen bestempelen, zei staatssecretaris Snel maandag.

Het kabinet wil begin 2020 een opvolger hebben voor de VAR-verklaring en de modelcontracten. Het wordt een internetformulier dat de opdrachtgever moet invullen. Dat formulier moet simpeler worden dan de contracten van Rutte II.

Maar het formulier moet óók meteen duidelijk maken of er sprake is van een echte zzp’er. Als dat zo is, riskeert de opdrachtgever geen boetes, zolang het naar waarheid is ingevuld.

Het minimumtarief zou per 1 januari 2021 moeten ingaan.