Groenland en het grote smelten

Klimaat Twee foto’s, genomen op dezelfde plaats met 32 jaar tussenruimte, tonen hoe het Poolgebied opwarmt, schrijft .

13 juni 2019: smeltwater op het zee-ijs in de Inglefield-fjord in Noordwest-Groenland
13 juni 2019: smeltwater op het zee-ijs in de Inglefield-fjord in Noordwest-Groenland Foto Steffen Olsen/AFP

Er zijn weinig kranten die vorige week de iconische foto niet hebben laten zien. Onder een strakblauwe hemel fotografeerde de Deense klimaatwetenschapper en meteoroloog Steffen Olsen op 13 juni zijn sledehonden. De dieren trokken de slee niet over het ijs, maar ploegden ermee door het water. In het noordwesten van Groenland! Als dat geen klimaatverandering is…

Ook NRC drukte het beeld af. Een opmerkzame lezer stuurde ons vervolgens een eigen foto, gemaakt vanaf bijna hetzelfde standpunt – kijk maar naar de bergen op de achtergrond – maar dan ruim dertig jaar geleden en een maand later in het zomerseizoen, op 9 juli 1987. Ook toen was de lucht blauw, maar op de plek van het water bevond zich een dikke ijsvloer.

Tekst loopt door onder de foto.

9 juli 1987: zeeijs in dezelfde Inglefield-fjord

Foto Steven Vink

De lezer was een van vier deelnemers – drie aardrijkskundeleraren en een econoom – aan een expeditie in het gebied. Steven Vink (de fotograaf), Kees Kort, Dic van Hummel en Pim Vermeulen wilden met eigen ogen wel eens de ‘poolwoestijn’ van Noord-Groenland zien, een gebied dat zo droog is dat het in de ijstijd niet vergletsjerd is geweest.

Beide foto’s zijn gemaakt vanaf het zeeijs dat voor de kust van Groenland drijft. Dit ijs is gewoonlijk meer dan een meter dik en behoorlijk stabiel. De toplaag van de ijsmassa kan in de zomer, als het warm wordt en de zon op het ijs brandt, gemakkelijk smelten. Dat water kan nergens heen en blijft dus op het ijs liggen. Dat is wat twee weken geleden gebeurde.

Het smelten is niet ongebruikelijk in de Groenlandse zomer, waar de temperatuur in korte tijd behoorlijk kan verschillen. De expeditieleden noteerden bijvoorbeeld op 16 juli 1987 een minimum temperatuur van min 1,4 graden Celsius, en twee dagen later een maximum van 23 graden.

Steffen Olsen weet ook wel dat die grote verschillen heel gewoon zijn in dit gebied. Hij noemt zijn foto daarom „meer symbolisch dan wetenschappelijk”. Toen hij hem maakte, lag er een hogedrukgebied boven het noorden van Groenland. Het was maar liefst 22 graden warmer dan normaal, en heel zonnig. Ideale omstandigheden voor een flinke smelt.

Een zichzelf versnellend proces

Toch laten deze twee foto’s meer zien dan de grilligheid van het weer. Klimaatverandering speelt wel degelijk een rol. Niet eerder sinds de satellietmetingen in 1979 begonnen, smolt er zoveel zee-ijs zo vroeg in het seizoen. Het Amerikaanse sneeuw- en ijsdata centrum becijferde dat er in mei al 1,3 miljoen vierkante kilometer minder zee-ijs was dan het gemiddelde van 1981 tot 2010. En omdat donker water meer warmte opneemt dan het wittere ijs, kan dat het smelten verder versnellen. De opwarming wordt zo een zichzelf versterkend proces, waarin het smelten niet meer is tegen te houden.

Het water op de foto is zee-ijs. Als dat smelt heeft het geen directe gevolgen voor de zeespiegel. Anders is dat voor de 3 miljoen kubieke kilometer ijs op Groenland zelf. Daarvan zou de zeespiegel ruim zeven meter stijgen.

Maar zo ver is het nog lang niet. Nu zijn de gevolgen van de klimaatverandering vooral voelbaar voor de Inuit in die onherbergzame regio. De Nederlandse expeditieleden spraken destijds onder meer met Ikuo Oshima, een Japanner die was toegetreden tot de kleine Inuit-gemeenschap in het gebied. In 2014 vertelde hij in een filmpje op YouTube hoe hij zijn wereld ziet veranderen. Hij vraagt zich somber af hoe lang hij nog kan blijven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.